Home

Efficiëntie is vaak helemaal niet zo nuttig als het woord doet vermoeden

werkt sinds 2012 voor de Volkskrant als journalist en columnist.

Elke keer als een politicus aankondigt iets te willen schrappen omdat het te veel kost en te weinig oplevert, schiet die ene anekdote over Benjamin Franklin door mijn hoofd. Franklin was in Parijs en keek ademloos omhoog naar een passerende heteluchtballon, tot een man naast hem geërgerd opmerkte: ‘Waartoe dient een dergelijk prul?’ Het antwoord van Franklin: ‘Waartoe dient een pasgeboren kind?’

Wat is nuttig en wat niet? Waartoe dienen 25 duizend ambtenaren, vroeg de immer efficiënte staatssecretaris Eric van der Burg zich deze week bijvoorbeeld af, nadat hij had aankondigd 15 procent van het ambtenarenapparaat te willen schrappen.

Zelf zou ik, als ik zo nodig op de overheid moest bezuinigen, altijd beginnen met de voltallige VVD-fractie (die immers een kleine 15 procent van de stemmen kreeg bij de vorige verkiezingen). Daarna zou ik alle VVD-leden 15 procent meer belasting laten betalen en Sven Kockelmann 15 procent minder VVD’ers laten interviewen. Tot slot zou ik proberen 15 procent weg te bezuinigen van de kin van Vincent Karremans.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Maar misschien zou ik het ook wel gewoon laten, want efficiëntie is vaak helemaal niet zo nuttig als het woord doet vermoeden. Nu al loopt Nederland vermoedelijk tientallen miljarden mis doordat er te weinig ambtenaren zijn om alle belastingaangiften te controleren, dus stel je voor wat er gebeurt als je daar nog verder in gaat snijden.

In zijn boek Het laatste woord betoogt filosoof René ten Bos dat waar we als samenleving ooit blindelings de dogma’s van de Katholieke Kerk volgden, we nu leven volgens het rotsvaste geloof dat efficiëntie altijd iets positiefs is. ‘Wie efficiëntie durft te betwisten’, schrijft hij, ‘hangt hetzelfde boven het hoofd als ooit de ketter.’

Uiteraard zitten er voordelen aan efficiëntie, zegt ook Ten Bos. ‘Maar zodra het de dominantste waarde wordt, gebeurt er iets vreemds. Dan gaat het namelijk knellen met allerlei andere waarden.’ Denk daarbij aan het doen van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, iets wat nu eenmaal zelden direct resultaat oplevert. Of denk aan kunst, theater, het lezen van een niet-zelfhulpboek, een dagje lummelen, een ommetje maken zonder stappenteller of zomaar een voetganger voorrang geven op straat.

Stuk voor stuk zijn dat zaken met een duidelijk maatschappelijk belang, maar juist omdat we tegenwoordig alles in naam van de efficiëntie doen, staan ze allemaal onder druk. ‘Ooit spraken we in de naam van God en nu spreken we in naam van efficiëntie’, aldus Ten Bos. ‘Iedereen die in arbeidsorganisaties werkt, weet hoe dwingend dat dogma is.’

En over dogma’s gesproken: kent u dat verhaal over paus Pius X, die op een koude winterdag in 1913 voor eens en voor altijd moest beslissen of de snel aan populariteit winnende dans de tango wel of geen zedig tijdverdrijf was?

De jeugd genoot in die periode intens van de tango, maar veel machtige mannen wilden liever dat hun kinderen iets nuttigs deden met hun tijd. Ze eisten een verbod. Volgens historicus Gianpaolo Romanato nodigde Pius X daarom een jong stel uit om de dans in zijn privévertrekken op te voeren. Hij wilde zich informeren.

Tot op de dag van vandaag weet niemand wat er zich precies heeft afgespeeld in die afgesloten ruimte van het Apostolische Paleis. Het is alleen zeker dat de dans niet werd verboden. En dat Pius naar verluidt nog weken van de leg is geweest.

De tango was niet nuttig, laat staan efficiënt. En toch was hij nodig.

Geen column meer missen? Volg uw favoriete columnisten via onze app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next