Geopolitiek Europa maakt zich op voor een krachtmeting met China, een land dat zich naar buiten vol zelfvertrouwen presenteert. Maar volgens Steven Everts heeft Europa betere kaarten in handen dan het zelf denkt – alle reden voor een assertief China-beleid.
Duitsland is om. Het land was jarenlang voorzichtig als het ging om China, maar wil nu eindelijk het spel harder spelen. Duizenden industriële banen verdwijnen elke maand in Duitsland, en het beeld is elders in Europa niet anders. Het handelstekort loopt op tot één miljard euro per dag. Sector na sector staat onder druk. Ook knijpt China de toevoer van kritieke grondstoffen steeds meer af.
Eerst langzaam, en dan plotseling draait het Europese debat over China. In Berlijn en elders hoor je nu: zo gaat het niet langer. We moeten nu de rug rechten, ook al leidt dat tot Chinese tegenmaatregelen en escalatie.
Steven Everts is directeur van het EU-Instituut voor Veiligheidsstudies.
En hoewel uitstel misschien inderdaad geen optie meer is, kan de timing niet slechter. Want Europa heeft de handen vol aan een escalerend Rusland, aan Donald Trump die steeds meer in pro‑Russische richting schuift, en aan een oorlog in het Midden‑Oosten die wij niet wilden, maar waarvan we wel de gevolgen voelen.
Bovendien staat Europa politiek onder druk: er zijn massademonstraties in Parijs en andere grote steden, en er staat een cyclus van verkiezingen voor de deur met een levensgroot risico dat extreemrechts in één of meer Europese landen aan de macht komt. Dus ja, een slecht moment voor een machtsproef met China.
Hoe ziet het er aan de Chinese kant uit? Wie vandaag naar China gaat, ziet een land dat enorm veel zelfvertrouwen uitstraalt. Wij zijn klaar voor de toekomst, zeggen de Chinezen, en jullie niet. Ze wijzen naar hun technologisch vermogen. Ze zeggen dat ze beter weten hoe je overleeft in een wereld zonder regels. En ze kijken naar Trump en hebben het gevoel dat ze de overhand hebben. In tegenstelling tot anderen in Washington, loopt Trump zelf niet warm voor een hegemoniaal gevecht of de verdediging van Taiwan. En Europa? Met een lichte minachting kijken de Chinezen naar een continent dat de weg kwijt lijkt te zijn.
Maar dit zelfvertrouwen naar buiten toe staat in contrast met binnenlandse zorgen. Toen ik laatst in China was, zag ik hoe fragiel de situatie is. Officieel staat economische groei op 4,5 procent, maar binnenskamers spreken analisten van minder dan 3 procent, een cijfer waarvan wij in het Westen alleen kunnen dromen, maar dat voor China historisch laag is. De jeugdwerkloosheid bedraagt officieel 18 procent, maar informeel wordt die vaak boven de 30 procent geschat. En als je het aan mensen in de financiële sector vraagt, zeggen ze dat ongeveer een op de vijf leningen nu niet wordt terugbetaald. Kortom, China heeft veel grotere problemen dan het wil toegeven, en dat schept kansen voor ons.
Want China’s interne zwaktes maken toegang tot de Europese markt des te belangrijker, juist nu de Verenigde Staten en andere landen steeds vaker maatregelen nemen tegen Chinese overproductie, die in hun ogen voor oneerlijke concurrentie zorgt met hun eigen industrieën. Dat terwijl de Chinese regering belang heeft bij stabiliteit in de aanloop naar het partijcongres volgend jaar.
Europa heeft dus meer kaarten in handen dan het denkt. Nu moet het die verstandig uitspelen. We moeten blijven onderhandelen met China, maar ook zelf stappen zetten om onze positie te versterken. Dat begint met steun aan sectoren die zwaar lijden door Chinese overcapaciteit en staatssubsidies. Importheffingen en invoerquota op Chinese producten kunnen daarbij helpen.
Maar wat als Beijing dan terugslaat? In Brussel liggen voorstellen klaar. President Emmanuel Macron van Frankrijk en de Duitse bondskanselier Friedrich Merz willen dat de EU snel kan ingrijpen bij „ernstige, systematische marktverstoring”, zo nodig door de toegang tot de interne markt voor een hele sector te beperken. Daarnaast wil de Commissie dat EU-landen gezamenlijk geld opzij zetten om landen te steunen die doelwit worden van economische druk. Samen sta je sterk.
De logica is duidelijk: escaleren vanuit de verwachting dat dit uiteindelijk juist tot de-escalatie zal leiden. Net als bij militaire afschrikking draait deze tactiek om geloofwaardigheid. Gelooft Beijing echt dat Europa bereid is zijn belangen te verdedigen? De Europese Raad van 15 en 16 oktober gaf hoop, want de Commissie kreeg politieke rugdekking. De lidstaten riepen op alle bestaande instrumenten te gebruiken en de Europese gereedschapskist snel uit te breiden. Dit alles vergroot de kans dat onderhandelingen met China daadwerkelijk iets zullen opleveren.
Naast dit alles is er een tweede gevaar, meer geopolitiek van aard. De diplomatie rond Oekraïne zit weer in de versnelling. Niets wijst erop dat Vladimir Poetin echt vrede wil, maar Europa moet opletten dat er niet over onze hoofden wordt onderhandeld en beslist. Daarbij speelt naast de VS ook China een belangrijke rol.
Er liggen namelijk plannen klaar voor een bijeenkomst tussen presidenten Xi Jinping, Trump en Poetin in de marge van de APEC‑top in Shenzhen op 18 en 19 november. Misschien blijft het bij een fotomoment voor de leiders, maar er is ook een kans dat de ontmoeting uitdraait op een ‘nieuw Jalta’, waarbij de grootmachten in feite het Europese continent verdelen.
Europa kan dit risico op twee manieren afdekken. Ten eerste moeten we de Chinezen wijzen op een diplomatiek principe dat zijzelf hoog in het vaandel zeggen te hebben: ‘niets over ons zonder ons’. Dus: pogingen om de oorlog in Oekraïne te beëindigen, kunnen alleen plaatsvinden met directe betrokkenheid van alle partijen, oftewel Oekraïne en andere Europeanen.
Ten tweede moet Europa zelf de diplomatie over Oekraïne ter hand nemen. Nu laten we die over aan figuren als Steve Witkoff en Jared Kushner, met hun dubieuze diplomatieke kwaliteiten, en wachten we op de ongewisse uitkomst van een top in China. Het taboe om met Poetin te praten moet weg. Het was daarom goed dat de Finse president Alexander Stubb en de Noorse premier Jonas Gahr Store deze week met Poetin spraken. Maar wat we echt nodig hebben, is één Europese onderhandelaar met een duidelijk mandaat, die namens ons allen de diplomatie rond Oekraïne regelt.
In een machtspolitieke wereld moet Europa zijn economische macht als drukmiddel durven gebruiken en zijn diplomatieke invloed bundelen. Dat kan Europa prima, en het vereist niemands instemming.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie