Home

Racen tussen het ziekenhuis en het veld: het verhaal van Casper van Eijck, kankerspecialist en clubarts van Feyenoord

Casper van Eijck vergaarde wereldfaam met zijn onderzoek naar alvleesklierkanker en was clubarts van Feyenoord en Sparta. Deze week verschijnt zijn biografie Extra tijd. De Volkskrant spreekt hem over zijn leven in twee totaal verschillende werelden.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Casper van Eijck vergaarde wereldfaam met zijn onderzoek naar alvleesklierkanker en was clubarts van Feyenoord en Sparta. Deze week verschijnt zijn biografie Extra tijd. De Volkskrant spreekt hem over zijn leven in twee totaal verschillende werelden.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Als zijn telefoon gaat, klinkt A Forest, de megahit van The Cure. Zijn beltoon. ‘Ik vind zanger Robert Smith geweldig.’ Bij lange operaties moest chirurg Casper van Eijck presteren, net als een sporter in het stadion. Zijn playlist, met verschillende genres, schalde dan als ondersteuning door de luidsprekers. ‘Alles geven. Zo’n operatie duurt soms zes tot acht uur, en begint af en toe om tien uur ’s avonds. Dan is het lekker om power te krijgen.’

Van Eijck (69) was clubarts van Sparta en Feyenoord en vergaarde als hoogleraar en chirurg wereldfaam door zijn specialisme in de nog steeds vrijwel ongeneeslijke ziekte alvleesklierkanker. Ondanks zijn pensioen blijft hij betrokken bij het onderzoek. Hij liet een boek over zich schrijven, Extra tijd, en heeft een uurtje over om te praten over voetbal en zorg in het Erasmus MC in Rotterdam.

Verschillen tussen toen en nu

De voetballers zijn op het veld niet hetzelfde als erbuiten. ‘Totaal niet. Ik heb vaak meegemaakt dat spelers of trainers iets beleefden op persoonlijk vlak. Dan waren het totaal andere mensen. In de voetbalwereld is veel toneel, of worden dingen gedaan omdat het altijd zo gaat.’ Zoals overdag in een hotel verblijven, voor een wedstrijd. ‘Is wetenschappelijk bewezen dat het beter is?’ In de jaren tachtig gingen ze met oud-trainer Barry Hughes het spookhuis van de Efteling in, voor RKC - Sparta. De Efteling was sponsor van Sparta. ‘Er was toen veel meer humor.’

Tegenwoordig is alles zogenaamd modern en verantwoord. ‘Dat je veel onderzoekt, is prima. De vraag is hoe je het resultaat analyseert. Ben je daartoe gekwalificeerd? Daarbij zet ik soms vraagtekens. Voetballers lopen met een hartslagmeter en kijken hoeveel ze rennen. Dank je de koekoek, het gaat erom hoe snel de hartslag weer de normale snelheid heeft na een inspanning. Vraag de papieren eens op van al die stafleden. Hoe zijn hun conclusies tot stand gekomen?’

Sommige clubs zijn verder in medische zorg dan andere. Bij Feyenoord lieten ze eens DNA-profielen maken van voetballers. Om het simpel te stellen: er zijn sporters met witte en rode spieren. De een is sneller, de ander heeft meer duurvermogen. ‘Het betekent dat je individuele trainingsprogramma’s moet maken. Dat gebeurt niet of weinig in Nederland.’

Voetbalintelligentie

Een van zijn stelregels is: laat iedereen meer nadenken. Spits Dennis de Nooijer van Sparta was in beeld bij Ajax. Trainer Louis van Gaal nodigde hem thuis uit en vroeg bijvoorbeeld: tegen wie spelen we zaterdag? ‘Als hij dat niet wist, kon hij al naar huis. Van Gaal vroeg potentiële spelers hoe ze Ajax tactisch zouden neerzetten. Louis zocht mensen die konden meedenken. Voetballers moeten intelligenter zijn, of intelligenter worden gemaakt. Wat je ziet, is dat jongens zelf niet meer met een oplossing kunnen komen. Vroeger had je echte regisseurs.’

Misschien komt dat ook door het verdwijnen van straatvoetbal, een spel zonder regels waarin regisseurs vanzelf opstonden. Zoek het maar uit, was het vertrekpunt. Nu zijn overal gekwalificeerde trainers die alles voorkauwen. ‘Spelers zijn misschien fysiek sterker en technisch beter, maar voetbalintelligentie ontbreekt. Dat is een ondergeschikt, ondergewaardeerd gebied in de voetballerij. Je zag bij het WK dat trainers ontzettend blij waren met drinkpauzes. Dan konden zij iets rechtzetten. Spelers deden dat niet.’

Zelf nadenken

Het gevaar van oprukkende AI is dat de samenleving nog minder zelf denkt. ‘We hebben tools en computers die alles voor je doen. Maar je moet jezelf dwingen om te blijven denken. Het vergaren van kennis is nu honderd keer makkelijker dan vroeger. Maar het feit dat je meer kennis hebt, wil niet zeggen dat je een betere dokter bent.

‘Je moet je verdiepen in sociale vaardigheden, en dat geldt niet alleen voor dokters. Het gaat om goede communicatie en leren luisteren. Ik heb een cursus opgezet om studenten slechtnieuwsgesprekken te leren voeren, en daarin is luisteren heel belangrijk. Dokters zijn ook onzeker, en hebben de neiging om alle informatie uit te spugen, terwijl het per individu verschilt wat mensen willen horen.’

Curaçao

Van Eijck genoot altijd van interactie tussen trainers en spelers. Twee sprongen eruit voor hem: Frank Rijkaard en Fred Rutten. Dick Advocaat, Giovanni van Bronckhorst en Ronald Koeman waren ook bijzondere trainers voor hem.

Van Eijck behoorde tot het viertal ouderen dat furore maakte bij de bond van Curaçao. Bondscoach Advocaat, diens assistent Cor Pot, algemeen manager Kees Jansma en hijzelf. Het was lastig voor hem, toen de bond Advocaat ten koste van Rutten liet terugkeren, nadat hij eerst was afgehaakt vanwege privéredenen. ‘Mijn inschatting is dat de sponsor (Corendon, red.) een dubieuze rol heeft gespeeld, want Dick is gewoon het uithangbord voor Corendon. Dat heeft bij mij meegespeeld om niet naar het WK te gaan. Ik vind ook dat het succes te weinig afstraalt op de jeugd van het eiland. Het geld verdwijnt naar spelers, trainers, naar de sponsor zelf. Ik heb niet gezien dat het eiland echt profiteert.’

Bij onderlinge strubbelingen in de staf werkt zijn jarenlange vriendschap met oud-voetballer en tv-persoonlijkheid René van der Gijp louterend. Die zegt dan, relativerend, als Jansma boos is op Advocaat: ‘Mannen, jullie zijn 78, waar gaat dit allemaal over?’

De wegen in het voetbal zijn sowieso vaak ondoorgrondelijk en alles ligt onder een vergrootglas. Van Eijck ergerde zich aan het feit dat Ronald Koeman zo hard werd aangepakt tijdens het WK, ook op persoonlijk vlak, terwijl zijn inmiddels overleden vrouw Bartina doodziek was. Hij sprak geregeld met Koeman over de situatie. Bartina wilde per se dat haar echtgenoot zijn werk deed. ‘Zij wilde niet de belemmerende factor zijn.’ De vraag blijft of Koeman helemaal met zijn gedachten bij het toernooi was. ‘De moraal van het verhaal: wie had moeten ingrijpen? De KNVB. Het is qua management gewoon heel slecht gedaan.’

Opgeblazen wereld van ego’s

Hij volgt voetbal op afstand. Hij gaat nog geregeld kijken bij Sparta of Feyenoord, als hij niet in Spanje is, waar hij tegenwoordig met zijn Spaanse vrouw woont. Het valt hem niet tegen dat hij met pensioen is. Er is tijd voor verdieping. Vroeger was het racen, op het scootertje, tussen ziekenhuis en club. Het verhaal van leven en dood in het ziekenhuis, tegenover de soms opgeblazen wereld van ego’s in het voetbal, waar sportieve belangen soms boven ethiek gaan.

‘Op medisch gebied wordt vaak het belang van de club boven alles gesteld. Als wij adviseerden dat het medisch gezien nog niet verantwoord was om te spelen na een hersenschudding, besloot de club menigmaal anders. En dan scheurde iemand zijn kruisband… tja. We hebben zaken meegemaakt waarvan je denkt: hoe is het in godsnaam mogelijk? Dat spelers na een afkeuring later voor grote bedragen naar een andere club gingen. Dat kan allemaal, in de voetballerij.’

Bij wedstrijden beleefde de clubarts vaak rustige tijden. Een noodgeval komt gemiddeld één keer per seizoen voor, en bij Curaçao zijn spelers fit als een hoentje. Als hij al moest handelen, was het in de staf van ouderen. De spierblessure van Cor Pot, het verdriet van Dick Advocaat om zijn zieke echtgenote. Hij zat elke avond bedroefd in zijn kamer, totdat Van Eijck zei: ‘Zo kan het niet verder. Jij gaat naar huis en ik ga met je mee.’

Het was ook gewoon vriendschap tussen oudere mannen, een soort hedendaagse Muppet Show, maar altijd bekroop hem het gevoel dat hij nog een wetenschappelijk artikel te voltooien had, of een studie in te dienen.

Onderzoek naar alvleesklierkanker

Hij zag Zlatan Ibrahimović eens scoren op het EK, vier weken nadat hij hem had geopereerd aan de lies, maar Van Eijck verwierf zijn beroemdheid vooral inzake alvleesklierkanker. Bij dat onderzoek blijft hij betrokken. ‘Longkanker of agressieve vormen van huidkanker waren tien jaar geleden niet te behandelen. Daarmee zijn we echt opgeschoten. Waarom zouden we dat niet kunnen bereiken met alvleesklierkanker? Zo zit ik in de wedstrijd. Het vergt geduld, en de ontwikkelingen zijn spannend. Het gaat om leven en dood. Hiervan heb ik mijn levenswerk gemaakt. Ik heb het gevoel dat ik onderzoek naar alvleesklierkanker voor het voetlicht heb kunnen brengen.’

Onderzoek gaat altijd door, met interessante ontwikkelingen in de zoektocht naar genezing van alvleesklierkanker. Een mogelijke doorbraak is het gevolg van het handelen van een veehouder en een dierenarts, die zichzelf injecteerden met een virus dat de tumoren aanviel en aanmerkelijk langer leefden. Het was de aftrap voor nieuw onderzoek met een lange testfase. Vermoedelijk worden dit jaar de eerste mensen behandeld.

Empathisch vermogen

Hij bracht talloze mensen een slechte tijding. Het was de uitdaging om dat zo goed mogelijk te doen. ‘Ik heb me daarin laten coachen en altijd nazorggesprekken gevoerd.’ Hij probeert collega’s net zo enthousiast te maken als hijzelf, en ze te faciliteren, onder meer door geld op te halen via zijn stichting Support Casper. In zijn werkwijze viel zijn empathische vermogen op, dat hij van huis uit meekreeg.

‘Mensen weten niet wat je allemaal uitvoert op de operatietafel. Juist daarom is het belangrijk om goed te communiceren. Daarnaast heb ik met een aandoening te maken waarin behandelen vaak overgaat in begeleiden. Ondanks een goede behandeling kan de patiënt die als slecht ervaren, omdat de begeleiding niet goed is.’

Het is ergens vreemd dat hij complimenten krijgt over zijn empathische vermogen. Hij stelt het voorzichtig: het kan beter met de empathie in de samenleving. De maatschappij is verhard, en nogal zakelijk van aard. ‘Het is toch raar dat mensen mij op dat vlak bijzonder vinden? Dat je op een voetstuk wordt geplaatst omdat je aardig bent, omdat patiënten je telefoonnummer hebben. Dat je iemand terugbelt die niet eens patiënt van je is. Voor mij is dat normaal. Als je straks aan het einde van de tunnel bent, moet je achterom kijken en kunnen zeggen dat je iets goeds hebt gedaan voor een aantal mensen.’

André van Kats en Jan Dirk Stouten: Extra tijd. Het levenswerk van Casper van Eijck. Uitgeverij Inside; 272 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next