Jorge Martín breekt zaterdag tijdens de Sprint op Phillip Island zijn rechterpols. Vijf dagen later krijgt de Aprilia Racing coureur van de medische staf in Sepang groen licht om vrijdag deel te nemen aan de eerste vrije training van de Maleisische Grand Prix. Opmerkelijk, zeker wanneer de Spanjaard zelf aangeeft dat hij met zijn geblesseerde rechterhand nog niet eens zijn tanden kan poetsen. Het roept de nodige vragen op. Is dit medisch verantwoord? En misschien nog wel belangrijker: wordt er binnen de MotoGP met twee maten gemeten wanneer het gaat om het medisch fit verklaren van coureurs?
Laat ik vooropstellen dat ik geen arts ben. Ik beschik niet over de medische kennis om te beoordelen of iemand met een gebroken pols verantwoord op een MotoGP machine kan stappen. Die beoordeling is aan de daarvoor aangestelde medische specialisten. Maar dat betekent niet dat we als journalisten geen kritische vragen mogen stellen bij bepaalde beslissingen.
En die vragen zijn er in dit geval wel degelijk.
Martín kwam afgelopen zaterdag op Phillip Island ten val en liep daarbij een breuk in zijn rechterpols op. Aanvankelijk werd gevreesd voor twee breuken, maar aanvullend onderzoek wees uit dat het bij één breuk was gebleven. Een operatie bleek niet noodzakelijk. De Spanjaard besloot daarop niet terug te keren naar Spanje, maar rechtstreeks door te reizen naar Maleisië. Na enkele dagen intensieve behandelingen volgde donderdag het nieuws dat hij medisch fit was verklaard om vrijdag tijdens de eerste vrije training de baan op te gaan. Na deze sessie zal hij opnieuw worden beoordeeld.
Tot zover niets bijzonders, zou je misschien denken. Maar dan komen de uitspraken van Martín zelf.
Dit bericht op Instagram bekijken
Een bericht gedeeld door Ziggo Sport Racing (@ziggosportracing)
De Aprilia Racing coureur geeft namelijk aan dat hij met zijn rechterhand nauwelijks iets kan doen. Zelfs zijn tanden poetsen lukt niet. Hij verwacht veel pijn tijdens het rijden en weet zelf niet of hij fysiek in staat zal zijn om zijn machine onder controle te houden.
En dan hebben we het niet over een rustig rondje op een gewone motorfiets, maar over een MotoGP machine waarmee snelheden van ruim 300 kilometer per uur worden bereikt. Een machine waarbij juist de rechterhand essentieel is voor het bedienen van het gas en de voorrem. Natuurlijk siert het Martín dat hij het wil proberen. Hij staat tweede in de tussenstand van het wereldkampioenschap, op slechts tien punten van Marc Márquez. Zijn motivatie is dan ook volkomen begrijpelijk. Sterker nog, Martín geeft zelf toe dat hij zonder die titelstrijd allang thuis had gezeten met zijn arm in het gips.
Maar juist die laatste uitspraak maakt de situatie interessant.
Nog niet zo lang geleden zagen we Collin Veijer tijdens de Grand Prix van Oostenrijk ten val komen. De Nederlander moest vervolgens op dinsdag een operatie ondergaan aan zijn gebroken sleutelbeen. Twee weken later, tijdens de Grand Prix van Japan, voelde Veijer zich naar eigen zeggen voldoende hersteld om weer op zijn Moto2 machine te stappen. Hij had zijn training inmiddels weer hervat, kon zijn arm weer gebruiken en wilde niets liever dan terugkeren op de baan. Toch kreeg hij van de medische staf geen toestemming. Het risico werd te groot geacht en Veijer moest noodgedwongen vanaf de zijlijn toekijken.
Een andere blessure, een andere medische situatie en dus niet zonder meer vergelijkbaar. Dat begrijp ik ook.
Maar het verschil in de uiteindelijke beslissing is wel opvallend. De ene coureur voelt zich klaar om te rijden, maar krijgt geen toestemming. De andere geeft zelf aan zijn geblesseerde hand nauwelijks te kunnen gebruiken en krijgt wel groen licht om het te proberen.
Een vergelijkbare discussie speelde enkele jaren geleden rond Bo Bendsneyder tijdens de Dutch TT in Assen. De Nederlander had enkele weken daarvoor zijn sleutelbeen gebroken en wilde dolgraag deelnemen aan zijn thuisrace. Ondanks zijn eigen overtuiging dat hij fysiek in staat was om te rijden, werd hij op de donderdag voorafgaand aan het raceweekend medisch ongeschikt verklaard. Volgens de destijds gegeven uitleg wilde de medische staf geen onnodige risico’s nemen. Bendsneyder speelde immers geen rol in de strijd om de wereldtitel.
En juist daar zit wat mij betreft een interessante vraag.
Mag de positie van een coureur in het wereldkampioenschap überhaupt een rol spelen bij een medische beslissing?
Medisch gezien zou het toch niet mogen uitmaken of iemand eerste, tweede, tiende of twintigste staat in de tussenstand? Een blessure wordt immers niet minder ernstig wanneer er een wereldtitel op het spel staat.
Laat ik duidelijk zijn: ik beweer niet dat de medische staf in Sepang een verkeerde beslissing heeft genomen. Daarvoor ontbreekt mij simpelweg de medische kennis en beschik ik niet over de onderzoeksresultaten waarop de fitverklaring is gebaseerd. Bovendien krijgt Martín voorlopig alleen toestemming om de eerste vrije training af te werken. Daarna volgt een nieuwe medische beoordeling. Het is dus zeker niet zo dat hij nu al toestemming heeft om het volledige Grand Prix weekend te rijden.
Maar de vraag blijft waarom er in ogenschijnlijk vergelijkbare situaties zulke verschillende beslissingen worden genomen.
Welke medische criteria worden gehanteerd? Hoe zwaar wegen de verklaringen van de coureur zelf? En wordt bij iedere rijder, ongeacht zijn positie in het kampioenschap, exact dezelfde afweging gemaakt? Dat zijn vragen waarop de medische verantwoordelijken wat mij betreft best eens wat meer uitleg zouden mogen geven. Niet omdat we hun deskundigheid in twijfel willen trekken, maar omdat transparantie over dit soort beslissingen veel onduidelijkheid kan wegnemen.
En dan is er nog een andere vraag. Los van de medische fitverklaring: moet je als coureur onder deze omstandigheden überhaupt willen rijden? Dat Martín alles op alles wil zetten om zijn titelkansen te behouden, begrijp ik volledig. Dat is de mentaliteit die topsporters onderscheidt. Maar er is ook een grens tussen alles geven voor je sport en het nemen van onverantwoorde risico’s.
Waar die grens precies ligt, is niet aan mij om te bepalen.
Wel vind ik het opmerkelijk dat een coureur die zelf aangeeft zijn rechterhand nauwelijks te kunnen gebruiken, toestemming krijgt om op een MotoGP machine te stappen, terwijl we in het recente verleden voorbeelden hebben gezien van coureurs die zich naar eigen zeggen wel in staat voelden om te rijden, maar geen toestemming kregen. Misschien zijn daar medisch gezien uitstekende verklaringen voor. Dat zou zomaar kunnen. Maar zolang die verschillen niet duidelijk worden toegelicht, blijven dergelijke beslissingen vragen oproepen.
En laten we vooral niet vergeten dat het bij een medische beoordeling niet alleen gaat om de veiligheid van de betreffende coureur, maar ook om die van zijn collega’s op de baan.
Nogmaals, ik ben geen arts en pretendeer dat ook niet te zijn. Maar als journalist en liefhebber van de sport mag je toch op zijn minst de vraag stellen of hier sprake is van een consequente medische beoordeling. Of wegen de belangen van een wereldtitel kandidaat soms toch net even anders?
Dat Martín vrijdag een poging gaat wagen, verdient respect. Maar of het verstandig en medisch verantwoord is, blijft vooralsnog een terechte vraag.
Met sportieve groet,
Evert Slager.