Home

De zaak ging failliet en er waren fouten gemaakt, maar onbehoorlijk bestuur was het niet

De twee bestuurders lieten de schulden van hun bedrijf te hoog oplopen en deponeerden jaarrekeningen te laat. De curator houdt hen aansprakelijk voor het faillissement van het interieurbedrijf. De rechtbank maakt een andere afweging.

De zaak

Een bedrijf dat sinds 2016 winkelinterieurs verzorgde, ging in 2024 failliet. De rechtbank stelt bij faillissement een curator aan, meestal een advocaat, die de belangen van de schuldeisers behartigt en de boedel afwikkelt. Volgens de curator in deze zaak hadden de twee bestuurders het bedrijf bijzonder slecht bestuurd en hadden zij daarmee het faillissement veroorzaakt. Hij stelde ze persoonlijk aansprakelijk, en eiste bij de rechtbank Rotterdam dat ze alle resterende schulden van de bv en de faillissementskosten betaalden. Hij vorderde alvast een voorschot van bijna drie ton.

Tijdens de procedure bleek dat de bestuurders de jaarrekeningen van het bedrijf over de jaren 2020 en 2021 veel te laat bij de Kamer van Koophandel hadden gedeponeerd, zodat anderen niet konden zien hoe het bedrijf ervoor stond. In zo’n geval wordt automatisch, zegt de wet, ‘vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement’. Maar de bestuurders kunnen dan nog wel met tegenbewijs duidelijk maken dat ze hun taak niet zo onbehoorlijk hebben vervuld dat het bedrijf daardoor failliet ging.

De bestuurders voerden aan dat het faillissement was ontstaan door omstandigheden waarop zij geen invloed hadden. Zo nam in die jaren het aantal fysieke winkels af, werden energie en transport duurder, kwam er meer concurrentie van bedrijven met goedkope Oost-Europese arbeidskrachten, verloor het bedrijf de belangrijkste opdrachtgever en ging ook nog de belangrijkste leverancier failliet.

De curator verweet de bestuurders ook dat ze door allerlei financiële transacties tussen het bedrijf en hun eigen bv’s, zoals betalingen aan henzelf, de schulden van het bedrijf te ver hadden laten oplopen.

De uitspraak: niet aansprakelijk

De rechtbank Rotterdam wijst de aansprakelijkheid van de bestuurders af, omdat die aannemelijk hebben gemaakt „dat andere feiten of omstandigheden dan hun kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest”.

Daarmee hebben ze „het bewijsvermoeden weerlegd”. De curator stelde dan wel dat niet te herleiden was dat die omstandigheden het faillissement daadwerkelijk hadden veroorzaakt, maar daarmee legde hij de bestuurders volgens de rechtbank een te zware bewijslast op.

Aannemelijk maken dat er andere belangrijke oorzaken waren, was genoeg. De onderlinge financiële transacties leiden evenmin tot aansprakelijkheid, omdat volgens de wet alleen transacties in de laatste drie jaar voor het faillissement daarbij relevant zijn. De meeste transacties dateerden van daarvoor.

Het commentaar

Eric von Hegedus (Schaap advocaten en notarissen) was advocaat van de bestuurders. Hij treedt ook vaak op als curator. Vanzelfsprekend is hij blij met het vonnis. Volgens hem is het niet ongebruikelijk dat er allerlei vorderingen bestaan tussen groepsvennootschappen. „Het kan bijvoorbeeld zijn dat de ene bv in eerste instantie kosten voor de andere betaalt. Hoe dan ook was er volgens de rechtbank geen sprake van dat de bestuurders hebben gehandeld zoals ‘geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden’ zou hebben gedaan. En dat is het criterium voor onbehoorlijk bestuur.”

Von Hegedus legt uit dat elke curator voordat hij kan procederen een machtiging nodig heeft van de rechter-commissaris. Dat is een rechter van de rechtbank die onder andere de faillissementszaken begeleidt. In deze zaak had de curator, die overigens niet wil reageren, die machtiging dus gekregen. „In Rotterdam is het bovendien beleid dat de curator bij de rechter-commissaris eerst ook met de andere partij gaat praten. Dat leidde hier niet tot een regeling tussen partijen.”

Volgens Jessie Pool, universitair hoofddocent insolventierecht bij de Universiteit Leiden, is de wettelijke regeling van bestuurdersaansprakelijkheid een kwestie van belangenafweging. „Je wilt potentiële schuldeisers beschermen, maar je wilt ook geen bange bestuurders, die geen risico durven nemen. Dat zou het economisch verkeer belemmeren. Dus lang niet iedere fout, en die zijn in deze zaak volgens de rechtbank wel gemaakt, leidt tot aansprakelijkheid. Het gaat bij de grondslag die de curator vooral gebruikt om twee dingen: was er kennelijk onbehoorlijk bestuur en was dat dan een belangrijke oorzaak van het faillissement.”

De faillissementswet kent onder andere ook de mogelijkheid van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad, die de rechtbank in deze zaak ook afwees.

Pool ziet niet veel kans voor de curator bij een eventueel hoger beroep. „Al kan de curator dan wel meer aandacht besteden aan de onderbouwing van de andere grondslagen van aansprakelijkheid. Maar hoger beroep kost veel geld, dat ook weer uit de boedel moet worden betaald. Daarom bekijken curatoren het goed.”

Pool vertelt dat een Europese richtlijn is aangenomen voor de harmonisatie van het faillissementsrecht. Op grond daarvan moet Nederland in 2029 de wet aanpassen. De basis van de huidige Faillissementswet is al meer dan 130 jaar oud. „Waarschijnlijk zal op grond van die richtlijn een ondernemer bij financiële moeilijkheden eerder verplicht worden stappen te zetten om een financieel noodlijdende onderneming te redden. Of het faillissement aan te vragen – nu zijn bestuurders daartoe niet verplicht. Ondernemers zijn vaak optimistisch, soms gaan ze te lang door en laten de schulden te hoog oplopen. Doel van de richtlijn is dat tegen te gaan.”

Uitspraak: Rechtbank Rotterdam, 30 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:13956

Deze rubriek belicht wekelijks rechterlijke uitspraken met economische gevolgen voor mensen of bedrijven

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Economie & recht

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next