Op de stem van Stevie Wonder zit geen enkele slijtage, blijkt als hij in de Ziggo Dome integraal zijn album Songs in the Key of Life uitvoert. Het wordt niet nagespeeld, maar levend opnieuw herschapen.
is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.
Dit kan toch niet? Is dit wel echt? Stevie Wonder (76), opgekomen in paars pak met een bril van matchende glitters, is halverwege Love’s in Need of Love Today, de innemende opener van zijn meesterwerk Songs in the Key of Life die je in de eerste vijf akkoorden al een beter mens maakt. Die stem: hij klinkt zó goed, er is geen enkel teken van slijtage.
Maar hoe krijgt hij die tonen er zo betekenisvol uit zonder zijn kaak echt te laten zakken? De popliefhebber is inmiddels gewend geraakt aan trucage: opnamen die met de clicktrack meelopen, live autotune. Maar Stevie Wonder neemt de twijfel weg. Deze band en deze gids zijn zo goed dat het voorstellingsvermogen realtime wordt bijgesteld.
En dat in een concert, in de Ziggo Dome in Amsterdam, dat tot na 23.15 uur duurt (korte pauze inbegrepen). Songs in the Key of Life, de dubbel-lp plus ep, is vijftig jaar geworden en nu tourt Wonder met een gigantische band door Europa om het album integraal te spelen.
Een tributeband zou voor een onmogelijke taak staan om alle synthgeluiden recht te doen. Maar hier klinken juist strijkers waar je ze op de plaat niet hoort. We krijgen geen naspeeluitvoering, maar levende herscheppingen, met absurde strakke breaks, zoals in I Wish.
Sommige nummers komen nog veel beter uit de verf dan op plaat, met name de instrumental Contusion en Black Man. Er zit zoveel finesse in de groove, dat drummer Stanley Randolph, geflankeerd door twee even briljante percussionisten, wel microscopische oren moet hebben: de gewone sterveling hoort een tel in de maat, voor hem is die tel uit milli-telletjes opgebouwd, en hij mept precies op het juiste moment. Waanzinnig goed.
Bandleider, toetsenist en mede-arrangeur is Greg Phillinganes, die net als bassist Nathan Watts, totale autoriteit, te horen was op het album (Stevie Wonder speelt zo ongeveer elk instrument, maar nodigde als perfectionist een keur aan gastmuzikanten uit). De gitaristen dienen vaak als het cement, de karakterblazers krijgen meer vrijheid. Even verkwikkend is het optreden van de onophoudelijk dansende zangeressen die in Ordinary Pain de show stelen.
De gospelwortels steken het meest boven de grond uit. Aandoenlijk is het als Wonder al zijn kinderen toont; niet alleen op scherm, want een aantal zingt ook nummers mee (heel goed). Voor de tweede helft houdt hij een sympathieke preek waarin hij wereldleiders de maat neemt die denken dat ze God zijn. Make love great again, is de strekking. En dan stelt hij met zijn muziek weer duizenden harten gelijk af.
Het publiek is dankbaar. Hier staat niet alleen een geweldige zanger, toetsenist en mondharmonicavirtuoos, met een timing waarmee hij ieder geïmproviseerd lijntje interessant kan maken, hier staat ook een van de grote componisten van de tweede helft van de 20ste eeuw. Village Ghetto Land, Sir Duke, If It’s Magic, Isn’t She Lovely, Pastime Paradise: klassieke muziek is het. Wat een held.
As is misschien nog het allermooist deze avond: je wilt niet dat die groove ooit stopt. Met toegift Superstition – niet van de plaat – stuurt hij het publiek de nacht in. Wat een feest, wat een geluk. Alleen knaagt het dat hier maar 17 duizend mensen waren: medelijden met iedereen die er niet kon zijn.
Pop
★★★★★
Door Stevie Wonder en band
28/10, Ziggo Dome, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant