Drive My Car-regisseur Ryusuke Hamaguchi komt wederom met een film over mensen die de ander in alle rust proberen te begrijpen. Mensen die lief voor elkaar willen zijn. Nadat je de bioscoopzaal hebt verlaten, ben je wellicht een ander, zachter mens.
schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.
Een dagje vrij. Het lijkt onhaalbaar voor Marie-Lou, directeur van een Parijs verzorgingstehuis. Zeker nu haar door personeelstekort geplaagde instelling overstapt op een menswaardigere én economisch rendabele zorgmethode, krijgt Marie-Lou nauwelijks adempauze.
Totdat het leven het afdwingt. Opeens is daar de Japanse, terminaal zieke theaterregisseur Mari (Tao Okamoto), met wie Marie-Lou (Virginie Efira) een diepe verstandhouding krijgt. Zomaar, lijkt het. Uit het niets.
Voor All of a Sudden liet de Japanse cineast Ryusuke Hamaguchi zich inspireren door Kyu ni guai ga waruku naru (2019), de in boekvorm uitgebrachte correspondentie tussen de terminaal zieke filosoof Makiko Miyano en antropoloog Maho Isono. Wonderbaarlijk, eigenlijk nauwelijks te verwoorden, hoe All of a Sudden zich aan de hand van zijn personages openvouwt: de film wordt groots en episch, zonder zijn intimiteit ook maar een seconde te verliezen – iets wat Hamaguchi ook al bewerkstelligde met zijn meesterwerk Drive My Car (2021).
Het gaat hier simpelweg om mensen die lief voor elkaar willen zijn. Mensen die de ander in alle rust proberen te begrijpen. Wat een verschil met de cultuurbotsingen uit Hamaguchi’s vorige speelfilm, de metafysische ecothriller Evil Does Not Exist (2023).
All of a Sudden herwint ook zelf een innerlijke kalmte zodra Marie-Lou en Mari elkaar hebben ontmoet. De meer dan drie uur durende film neemt alle tijd om mee te slenteren wanneer de twee vrouwen de Parijse avond doorkruisen. Aandacht en communicatie, dat zijn ook belangrijke motieven in All of a Sudden (in het Frans: Soudain), de eerste film die Hamaguchi grotendeels buiten Japan opnam. Niet voor niets wisselen de hoofdpersonages tijdens hun lange gesprekken voortdurend van taal: Marie-Lou spreekt vloeiend Japans, Mari beheerst het Frans uitstekend.
Het is al laat wanneer ze in Marie-Lous tehuis neerstrijken, en Mari op een flip-over de zelfdestructie van het kapitalistische systeem analyseert: waarom zetten we dit systeem voort, terwijl het ons uitput? Hamaguchi slaat geen seconde over van de presentatie. Het is alsof Mari het ethische fundament van de film blootlegt.
Intussen laat de film je óók goed kijken naar de blikwisselingen tussen haar en Marie-Lou, naar de manier waarop ze bewegen, elkaar observeren. Hoe ze buiten op een bankje zitten, terwijl cameraman Alan Guichaoua hun contouren geleidelijk laat oplichten in het donker. Met eigen ogen zie je hoe ze tot elkaar doordringen.
Na deze nacht zijn de vrouwen onafscheidelijk, ook wanneer de eindfase van Mari’s ziekte aanbreekt. Is dit verliefdheid, vriendschap, zusterlijke toewijding? Efira en Okamoto, die op het Filmfestival van Cannes samen werden onderscheiden met de prijs voor beste actrice, maken met hun ontroerende spel elke categorisering overbodig.
All of a Sudden verzet zich sowieso nadrukkelijk tegen hokjesdenken. Consequent vertroebelt Hamaguchi de scheidslijn tussen normaal en abnormaal, tussen verzorger en verzorgende, ja zelfs tussen verpleegtehuis, theaterpodium, kunstenaarsresidentie en hospice.
Dat All of a Sudden uiteindelijk een utopisch zorgsprookje wordt – met voetmassages als collectief ondergegaan wondermiddel – zal niet iedereen bevallen. Zie het in dat geval als momenten waarop de film ook aan de grenzen van zijn publiek sleutelt: laat het toe, en je verlaat de bioscoopzaal wellicht als een ander, zachter mens.
Drama
★★★★★
Regie Ryusuke Hamaguchi
Met Virginie Efira, Tao Okamoto, Kyozo Nagatsuka, Jean-Charles Clichet
196 min., in 44 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant