is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.
De enige feiten die tot dusver bekend zijn over de tragische moordzaak van de 29-jarige Hajar zijn de volgende: ze werd op 4 oktober voor het laatst gezien met een onbekende man. Op 5 oktober werd haar vermissing als urgent behandeld. Op 13 oktober werd haar foto vrijgegeven voor opsporingsonderzoek. Drie dagen later werd haar lichaam in een koffer in de Amstel gevonden. En op dinsdag 20 oktober belegde de Amsterdamse driehoek een persconferentie, waarin zij bekendmaakten dat er een verdachte was aangehouden.
Na de persconferentie volgden direct speculaties op sociale media. De dood van Hajar zou niet dezelfde ophef teweegbrengen als de dood van Lisa uit Abcoude. De Somalische achtergrond van de verdachte zou te weinig of juist te veel aandacht krijgen. De politie zou te laat hebben gehandeld nadat er verontrustende appjes van Hajar waren ontvangen. De familie zou de politie te laat hebben ingelicht over die berichten.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ook ik werd gegrepen door het ongemakkelijke gevoel dat de ophef, althans vóór de vondst van het lichaam van Hajar, uitbleef. Bij de Volkskrant kwamen nauwelijks brieven over Hajar binnen, ook na de persconferentie bleef het opmerkelijk rustig. Ter vergelijking keek ik in het brievenarchief naar de zaak-Lisa: daarover ontving de krant tientallen brieven.
In een door discriminatie geconditioneerd brein is de conclusie dan snel getrokken: Hajar krijgt vast minder aandacht omdat ze een jonge vrouw van kleur is. En had je niet eerder gelezen over het missing white woman syndrome, het fenomeen waarbij vermissingen van witte jonge vrouwen uit de middenklasse overweldigende media-aandacht krijgen vergeleken met die voor vrouwen van kleur of vrouwen uit de onderklasse? Zou Hajar dan toch aanvankelijk door de politie zijn gezien als een aandachtzoekende ‘crazy brown woman’ omdat ze, zoals in politieberichten werd benadrukt, wel vaker van de radar verdween?
Pittige angstspinsels, waarbij de moeilijkste vraag misschien is: klopt het wel dat maatschappelijke ophef uitbleef in deze zaak?
Want zowel in de commentaarsecties van andere mediatitels als in de uitingen op sociale media over Hajar was de afschuw wel degelijk groot, ook onder lezers en kijkers met oer-Hollandse namen. Het was daarnaast De Telegraaf, toch een rechtse anti-woke krant, die naar buiten bracht dat Hajar op de ochtend van haar vermissing noodkreten appte naar een bekende, terwijl de politie ondanks deze informatie pas na een dag opschaalde.
De verslagenheid onder politiemedewerkers komt mij bovendien oprecht over. Dat geldt evengoed voor de betrokkenheid van burgemeester Femke Halsema, die in Amsterdam en omgeving bekendstaat als een bestuurder die luid opkomt voor vrouwen die slachtoffer zijn van geweld, dreigementen en discriminatie – van welke afkomst ook. Of de politie inderdaad steken heeft laten vallen of in de toekomst protocollen moet aanpassen, zal later nog blijken.
Maar al is er geen sprake van ongelijke behandeling of ongelijke aandacht in de zaak van Hajar, en hoe complex een onderzoek ook is: je kunt het onbehaaglijke gevoel dat onder vrouwen van kleur heerst niet negeren, evenals de verbanden die worden gelegd vanwege de niet-westerse afkomst van de verdachten in de zaken van Hajar en Lisa.
Adresseer dus het wantrouwen en het moeilijke verhaal, juist wanneer emoties het beeld vertroebelen (waarvan akte). Anders voegt de dynamiek nóg een wrange dimensie toe aan de tragiek: dat slachtoffers slechts een bijrol krijgen in hun eigen moordzaak.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant