De liefde voor de natuur heeft Rodny Stolk (25) niet van zijn ouders, die ontwikkelde hij dankzij vogelvrienden op Texel. Na een studie aan Nyenrode keerde hij terug naar het eiland. ‘Er zijn hier niet veel jongeren.’
Waar ben je opgegroeid?
‘Op Texel, in hetzelfde huis waar ik nu woon met mijn zus en moeder. Dat huis staat in Oudeschild, het vissersdorp van het eiland. Mijn jeugd was rustig en onbezorgd. Dat zie je zelf niet als je jong bent, maar ik rende vanaf mijn 6de alleen naar school, ik kon altijd overal buitenspelen, mocht lang weg blijven. Dat kan in een stad meestal niet.
‘Op de basisschool was ik een stil jongetje. Meestal was ik in m’n eentje beestjes aan het zoeken in het bos. Dat kwam niet van mijn ouders, want die hebben niet zoveel met de natuur. Mijn moeder had bijvoorbeeld weinig kennis van vogels, maar ze kan tegenwoordig wel een huismus van een merel onderscheiden.’
25 in 26
In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Wat voor mensen zijn je ouders?
‘Mijn moeder is heel down-to-earth. Doordeweeks was ze altijd alleen, want mijn vader reed op de vrachtwagen: aardappeltransport naar Frankrijk. Hij was een makkelijke, nuchtere vader. Maar zes jaar geleden heeft hij een hersenbloeding gehad. Dat heeft veel impact gehad. Hij heeft het overleefd, maar hij woont in een verpleeghuis. Linkszijdig is hij verlamd, zijn kortetermijngeheugen is niet goed, maar van de lange termijn weet hij wel nog veel. Gelukkig is het niet andersom: dat-ie niet weet wanneer het etenstijd is, is minder erg dan dat hij je niet meer zou kennen.’
Komen ze ook van Texel?
‘Ja, allebei uit een lange lijn van Texelaars: de Smitten en de Stolken. Opa Smit was schapen- en koeienboer. Opa Stolk was horecaondernemer, met een havenrestaurant bij de boot naar Den Helder. Daar liep ik op mijn achtste al in een giletje achter mijn tante aan in de bediening.’
Was dat spannend voor een stil jongetje?
‘Nee, ik kon altijd goed met iedereen overweg. Op de middelbare school werd ik minder stil. In het derde jaar kwam ik met twee jongens in de klas die allebei al hun leven lang vogels keken. Jij moet mee naar Polen, zeiden ze. Daar was namelijk een zomerkamp rondom vogels en zoogdieren kijken. Voordat het zover was, moest ik van die vrienden eerst een vogelbijbel van alle soorten in Europa uit mijn hoofd leren. Dat heb ik gedaan, van A tot Z. Als je een jaar of 16 bent, gaat dat best makkelijk je hoofd in.
‘Ik was eerst vooral geïnteresseerd in de zoogdieren: in Polen heb je elanden en wisenten, dat zijn Europese bizons. Er waren ook een hoop muizen- en vleermuisfanaten mee, al moet ik zeggen dat ik dat nooit heb begrepen. Nou, heel die reis heb ik geen eland of wisent gezien, en de coole leeftijdsgenoten daar keken vogels. Daar wilde ik bij horen.
‘Uiteindelijk heb ik er een hele vriendengroep aan overgehouden, en de vonk voor het vogelen is daar overgeslagen. Het is een levensstijl geworden. Ik ben ooit van Texel naar Zeeland gereden in de hoop een steppeplevier te zien. Ik was de laatste die ’m zag, die vogel komt normaal niet in Nederland.’
Zie je die groep vogelaars nog?
‘Zeker. Het zijn jongens van door het hele land. Vooral jongens, want vogelen was altijd meer een mannending, tot de coronacrisis. We begonnen met z’n achten, maar de groep is verder gegroeid. Ik vond echt mijn passie in het vogelen. Mijn werk is daaruit voortgevloeid. Niet dat ik veel met vogels doe, maar wel met natuur.’
Hoe is dat gegaan?
‘Door het vogelen dacht ik op de middelbare school dat ik biologie moest gaan studeren, net als mijn vrienden. Maar in dat vakgebied gaat het ook heel veel over dingen die niets met vogels te maken hebben. Toen dacht ik: nou ja, ik ben sinds mijn 13de ook veel met bestuurlijke dingen bezig.
‘Op die leeftijd ging ik hokken schoonmaken bij de kinderboerderij. Twee weken later stond ik met drie A4’tjes op de stoep, met een plan om de boel eens op te knappen. Een 13-jarig jochie dat het wel even ging regelen, rond de tafel met vijftien volwassen vrijwilligers.
‘Daarna ben ik op Texel in een bestuursklas voor jongeren gegaan en een paar jaar later werd ik jeugddijkgraaf van het waterschap van Noord-Holland. Ik mocht onder andere dijkversterkingsprojecten openen, echt supertoffe dingen. Op mijn 17de werd ik als bestuurder behandeld, dat vond ik hartstikke leuk. Binnen twee jaar leerde ik heel veel over de waterschapswereld. Als biologie het niet gaat worden, ga ik de andere kant op, dacht ik. Het werd business administration aan Nyenrode.’
Dat is toch een particuliere universiteit?
‘Ja, dat klopt. Ik kon dat niet betalen, dus ik ging er in eerste instantie gewoon heen om te kijken, maar ik vond het zo verschrikkelijk tof. Er hing een Texels sfeertje: een kleine gemeenschap, iedereen kende elkaar. Met een studiebeurs ben ik aangenomen. Een deel daarvan betaalt de universiteit, een ander deel komt van de jaarlaag van 1976. Zij zijn nog erg verbonden met Nyenrode en leggen dus geld bij om mensen zoals ik te laten studeren. Het de bedoeling dat ik dat uiteindelijk ook ga doen.’
Hoe vond je het?
‘Het was een superleuke tijd. Veel mensen hebben het vooroordeel dat er alleen maar kakkers zitten, maar dat bleek mee te vallen. De opleiding kost gemiddeld 25 duizend euro per jaar, dus je moet het wel serieus nemen. De studenten hebben wel ouders met geld, maar liepen daarmee niet te koop. Het was een gekke, bijzondere tijd. Je woont met een andere student op een kamer, je zit bij de studentenvereniging, het is echt een bubbeltje. Van buitenaf kun je het cult noemen, maar ik heb het nooit zo ervaren.’
Rodny Stolk is op 25 juni 25 jaar geworden.
Woonplaats: Oudeschild
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 11. Ik word altijd een 65-jarige in het lichaam van een jongere genoemd. Mijn ziel is niet alleen oud, hij is bijna overleden.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Soms, als ik in de kroeg sta en met een drankje op wat losser word. In het werkende leven voel ik me ouder.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Op een invloedrijke stoel. Die hoeft niet op Texel te staan, maar mijn hart blijft daar wel altijd.’
Wat deden jullie bij de studentenvereniging?
‘Er waren 300 man en 60 commissies: eentje voor golfen, eentje voor de bar. Ik zat onder andere bij de protocolcommissie, waarmee we hielpen bij oraties en dat soort dingen. De serieuzere dingen. De ontgroening vond ik best heftig, maar daar mag ik niet te veel over zeggen. Het werkte verbindend. Van tevoren vond ik het heel spannend, want je krijgt geen programmaboekje met wat er gaat gebeuren. Daaraan meedoen was een grote stap en achteraf was het erg leuk. Drie jaar daar studeren ook. Er staat best wat druk op je. En toen gebeurde ook nog dat met mijn vader.’
Hoe was dat?
‘Een onzekere tijd. Gelukkig was ik op Texel toen het gebeurde, de eerste winter van corona. Hij heeft bijna drie maanden in het ziekenhuis gelegen, mede omdat hij een doorligwond had. Door corona mocht er dagelijks maar één bezoeker een halfuurtje komen. Je zag hoe het ziekenhuispersoneel op het tandvlees liep na al die maanden van hectiek. Het was allemaal echt niet lekker, maar uiteindelijk heeft het me wel geleerd dat je het ervan moet nemen in het leven. Dat doe ik nu meer.’
Hoe ben je weer op het eiland beland?
‘Ik heb nog een master in Rotterdam gedaan. Toen had je me nog best kunnen vertellen dat ik ergens in een kantoortje zou verdwijnen. Texel is leuk, maar banen of huizen zijn daar moeilijk te vinden.
‘Uiteindelijk is het met werk gelukt. Ik ben coördinator van Nationaal Park Duinen van Texel, én ik heb mijn eigen bedrijfje. Daarmee wil ik de bedrijfswereld en de natuurwereld met elkaar verbinden. Je hebt namelijk een hoop bedrijven die graag in de natuur willen investeren, maar natuurorganisaties sluiten daar niet voldoende op aan, mede omdat ze bang zijn voor greenwashing. Zonde. Kom maar door met dat miljoen voor natuurherstel, denk ik dan. Daartussen wil ik graag een brug slaan.’
Je klinkt lekker druk.
‘Ik werk soms wel 80 uur in de week, maar heb in geen van die uren het gevoel dat ik werk, omdat het leuk is. Mijn familie zie ik veel: ik eet elke avond met mijn moeder en zus. Ik maak ook tijd voor mijn vogelvrienden. In het najaar zijn we veel op de Waddeneilanden, en in november gaan we vogels kijken in Kenia. We hebben een heel strak schema van welke soorten we willen zien: hopelijk zijn het na drie weken rond de achthonderd verschillende vogels.
‘Een vriendin erbij zou leuk zijn, maar daarvoor moet ik wel het eiland af, zeggen mijn vrienden. Door de wooncrisis en de geringe hoeveelheid werk hier zijn er niet veel jongeren. Voor een date ga je ook niet snel naar bijvoorbeeld Utrecht reizen. Als 25-jarige voelt het dan soms toch alsof ik aan het einde van de wereld woon.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant