Bijna iedereen in Tel Aviv heeft het gevoel dat zijn ‘kamp’ de verkiezingen heeft verloren. ‘Hoe kunnen zoveel mensen nog op Netanyahu stemmen na alles wat er is gebeurd?’ De Arabische Israëliers, die massaal zijn gaan stemmen, hopen dat hun partijen niet worden gepasseerd.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
‘Het is een ramp’, zegt slager Shagar terwijl hij een homp vlees in dunne plakken snijdt en zorgvuldig op een schaal legt. ‘Er is natuurlijk nog een kans dat Netanyahu premier blijft, maar het kan met deze uitslag echt alle kanten op - we kunnen zelfs Arabieren in de regering krijgen. Als dat gebeurt, dan kunnen we wel inpakken. Dan gaan we eraan.’
De verkiezingsposters van de Likoedpartij van Netanyahu hangen nog bij vele kramen op de Hatikva markt in het zuiden van Tel Aviv. Iedereen is er vanochtend met een kater wakker geworden. Er is geen klinkende overwinning voor mr. Security en zijn kabinet van rechtse en religieuze partijen. Koning Bibi weet niet zeker of hij zijn kroon kan behouden.
Het is niet zo dat Shagar, een slager die liever zijn achternaam niet zegt, een bloedhekel heeft aan Gadi Eisenkot, de belangrijkste tegenstander van Netanyahu. ‘Ik zou het prima vinden als hij bij de coalitie van Netanyahu aanschuift’, zegt hij. ‘Ik hoop dat het gaat gebeuren. Maar Eisenkot als premier? Waar staat die man nou voor? Het enige wat we van hem weten, is dat hij tégen Netanyahu is. Maar we hebben geen idee wat hij dan zelf gaat doen, wat zijn visie is.’
De grootste angst hier op de markt is dat Eisenkot een coalitie gaat vormen met een Israëlisch-Arabische partij. Dankzij de enorme opkomst van deze minderheid hebben ze bij elkaar tussen de vijftien en de negentien zetels gekregen, en ze hebben ook al aangegeven dat ze bereid zijn om mee te regeren. ‘Maar dat is het begin van het einde’, vreest Shagar. ‘Die lui willen geen Israël, die willen een Palestina. En ik? Ik wil gewoon vrede. Overleven. En dat lukt niet als zij in de regering zitten.’
In het centrum van Tel Aviv, bij café Chacho’s, waar de mensen zitten die op Eisenkot of andere oppositiepartijen hebben gestemd, wordt echter evenmin gelachen. ‘Ik ben eerlijk gezegd wanhopig’, zegt Rod Eilley (61) die hier elke ochtend met dezelfde groep vrienden koffiedrinkt voor ze aan hun dag beginnen.
Voor de Israëliër waren deze verkiezingen de laatste kans om van Netanyahu af te komen. Ondanks de peilingen, die deze nek-aan-nekrace al hadden voorspeld, had Eilley goede hoop. De opkomst was enorm, er waren tienduizenden expats naar Israël gevlogen om tegen Netanyahu te stemmen, en de Arabische gemeenschap stond urenlang in de rij om haar stem uit te brengen. ‘Maar de oppositie heeft geen meerderheid gekregen’, zegt hij verslagen. ‘En de partij van Bibi (de bijnaam van Netanyahu) is nog steeds de grootste.’
Eilley begrijpt het niet. ‘Na alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd. De corruptie, de oorlogen, de manier waarop Netanyahu de gijzelaars in de steek liet.’ Hij schudt zijn hoofd en vervolgt zijn opsomming. ‘Extremisten kunnen hun gang gaan op de Westelijke Jordaanoever, mensen gaan dood, het leven hier is niet te betalen en de reservisten zijn uitgeput terwijl de ultraorthodoxen niet in dienst hoeven. Netanyahu heeft toch wel bewezen dat hij geen goede premier is? Het is ongelofelijk dat zoveel mensen toch weer op hem hebben gestemd.’
Jaffa, een historische havenstad aan de Middellandse Zee die tegenwoordig deel uitmaakt van de gemeente Tel Aviv, is een plek waar Joden en Arabieren veelal vreedzaam samenleven. ‘Maar ook hier gaat het de verkeerde kant op’, vertelt Muhammed Kagil, die aan een pleintje vers geperst sap verkoopt. ‘Deze uiterst rechtse regering drijft mensen uit elkaar, wakkert geweld aan, en voedt de haat. Daarom zijn we zo massaal gaan stemmen. Want het tij moet gekeerd.’
Hij is wél blij met de verkiezingsuitslag. ‘Netanyahu heeft maar 54 van de 120 zetels. Natuurlijk, nog niet alle stemmen zijn geteld, hij krijgt er misschien nog een paar bij. Maar het is toch duidelijk? De meeste Israëliërs willen verandering.’
Als hem wordt gevraagd of de Arabische partijen niet gepasseerd gaan worden bij de coalitiebesprekingen, schudt Kagil vol ongeloof zijn hoofd. ‘Dat kan niet. Kijk naar de uitslag: de Israëlisch-Arabische partij Joint List is de derde grootste van het land. Dat kún je niet negeren.’ En daarna, bezorgd: ‘We moeten serieus genomen worden als burgers, anders vloeit hier straks net zoveel bloed als op de Westelijke Jordaanoever.’
Eilley deelt dit standpunt maar hij heeft er weinig vertrouwen in. ‘Netanyahu, Ben Gvir en Smotrich hebben weer ouderwetse stammen van ons gemaakt. Joden tegen Arabieren en Joden onderling tegen elkaar. Ik zie het na deze verkiezingsuitslag niet meer goed komen met Israël. Ik denk er al heel lang over na, maar nu ga ik het zeker doen: ik verhuis naar het buitenland.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant