Home

Het moet eens voorbij zijn met het Amerikaans exceptionalisme

Internationale rechtsorde De VS wilden het Internationaal Strafhof nog vóór diens oprichting vleugellam maken. Het is een illusie om te denken dat de VS nu oprecht de weg van de diplomatie kiezen, betoogt Dagmar Oudshoorn.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag.

De VS stelden onlangs de volledige uitvoering van vernietigende sancties voor het Internationaal Strafhof zes maanden uit. Een opgeluchte Europese Unie ziet ruimte voor diplomatie. Dat is een illusie.

Krankzinnigen en idioten bevolken het Internationaal Strafhof, volgens de Amerikaanse buitenlandminister Marco Rubio. Hij doelt niet op het verdachtenbankje. President Donald Trump houdt het op schurken. Beiden menen dat het hof moet verdwijnen óf gegarandeerd geen Amerikanen en bondgenoten vervolgt wegens oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid of genocide. Deze niet-onderhandelbare eisen van Amerikaans exceptionalisme zijn niet nieuw; ze zijn zo oud als de weg naar Rome.

Dagmar Oudshoorn is directeur van Amnesty International Nederland.

In 1998 onderhandelden 139 staten in Rome over een verdrag voor een internationaal strafhof. In de laatste uren van de vijf weken durende conferentie probeerde de Amerikaanse delegatieleider David Scheffer het nog één keer in een overvolle vergaderzaal met meer diplomaten dan stoelen: het toekomstige strafhof zou alléén rechtsmacht mogen uitoefenen met instemming van de staat waarvan de verdachte de nationaliteit heeft.

Op voorstel van Noorwegen, en gevolgd door luid juichende diplomaten, weigerde de conferentie er nóg een keer over te beraadslagen. Het is een gangbaar juridisch beginsel dat een staat rechtsmacht heeft over misdrijven op zijn grondgebied. Een staat mag dus zelf bepalen of het die rechtsmacht wil delen met een internationale rechtbank. Instemming van andere staten is daarvoor niet nodig.

Zelfbenoemd politieagent

In de weken voorafgaand aan de conferentie probeerden de VS destijds ook de onafhankelijkheid van de aanklager bij het toekomstige strafhof te beperken. Geen „prosecutor for the universe”, zoals Scheffer een onafhankelijk aanklager spottend noemde. De Amerikanen wilden dat de aanklager zijn instructies zou krijgen van de VN-Veiligheidsraad of hooguit van aangesloten lidstaten bij het hof. De zelfbenoemde politieagent van de wereld wilde dus politieke controle over de aanklager. De conferentie koos voor rechterlijke toetsing.

Destijds bepleitten de VS ook dat een permanent lid van de Veiligheidsraad vervolging door het strafhof met een veto zou kunnen blokkeren. Wederom kozen de confererende staten in Rome voor een andere oplossing: de Veiligheidsraad kan het hof verzoeken om vervolging tijdelijk te staken, maar alleen als niemand van de vijf permanente leden zich daartegen verzet. 

Nu, bijna dertig jaar later, wil de VS opnieuw met de lidstaten van het Internationaal Strafhof – en dat zijn dus niet alleen Europese landen – onderhandelen over (verdrags)garanties tegen vervolging van Amerikanen of Amerikaanse bondgenoten. De Amerikanen zullen dan weer pleiten voor onredelijke rechtsmachtsvereisten, geen onafhankelijk aanklager en een grotere rol voor de Veiligheidsraad. In Rome sneuvelden deze voorstellen omdat zij de effectiviteit en onafhankelijkheid van het hof ernstig zouden aantasten. Ambassadeur David Scheffer wist dat, maar kreeg geen gehoor in Washington.

Nu, anno 2026, is dat gevaar zelfs groter. Barack Obama wilde al geen politieagent van de wereld meer zijn. Onder Trump kiest de voormalige zelfbenoemde mondiale wetshandhaver zelfs het criminele pad voor de kusten van Venezuela, Colombia en Ecuador met honderden buitengerechtelijke executies – mogelijke misdrijven tegen de menselijkheid.

Een grotere rol voor de Veiligheidsraad dan? Het Internationaal Strafhof is opgericht omdat veel VN-lidstaten dertig jaar geleden al moeite hadden met ad hoc tribunalen, zoals het Rwandatribunaal en het Joegoslaviëtribunaal, die naar willekeur van de Veiligheidsraad werden ingesteld. De legitimiteit van de Veiligheidsraad is sindsdien alleen maar twijfelachtiger geworden.

Terwijl de VS de komende maanden ruimte voor diplomatie suggereren, zullen ze die tijd benutten om lidstaten te bewegen of te dwingen tot het verlaten van het hof. Met elk land dat vertrekt, wordt de onderhandelingspositie van de achterblijvers zwakker.

Als de VS en sommige strafhof-lidstaten een akkoord sluiten om de vervolging van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu te dwarsbomen of te vertragen, ligt de onafhankelijkheid van het hof meteen in diggelen. Ook zo’n actie kan ertoe leiden dat lidstaten het hof de rug toekeren, uit teleurstelling.

Bovendien zou dat de vervolging van de Russische president Vladimir Poetin bemoeilijken. Juridisch verkeert hij in dezelfde situatie als Netanyahu: beiden zijn staatshoofd of regeringsleider van een staat die geen partij is bij het hof, en verdacht van misdrijven op het grondgebied van een staat die de rechtsmacht ervan wel erkent.

Over Poetin gesproken, de Raad van Europa bereidt de oprichting van het Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf van Agressie in Oekraïne voor, met Nederland als vestigingsplaats. Als het de lidstaten van het Internationaal Strafhof niet lukt om het geloofwaardig overeind te houden, is dat tribunaal, waarvoor buiten Europa toch al nauwelijks animo bestaat, een kansloze onderneming.

„Niets is zo sterk als een idee waarvan de tijd gekomen is”, zei Hans-Peter Kaul, de Duitse delegatieleider en een belangrijke tegenspeler van de VS in Rome vaak. Het is nu aan de lidstaten van het Internationaal Strafhof om te laten zien dat die tijd nog niet voorbij is, maar die van Amerikaans exceptionalisme wel.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Amerikaanse politiek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next