De huidige bosbranden in Indonesië zijn niet los te zien van de exploitatie van de Indonesische natuur door kolonisator Nederland. Nederland moet daarom zijn verantwoordelijkheid erkennen en eraan bijdragen om biodiversiteitsverlies te beperken.
Terwijl vorige week in Jerevan (Armenië) de 17de biodiversiteits-COP van start ging, woeden er enorme bosbranden in Indonesië. In de afgelopen maanden is al 2 miljoen hectare bos verloren gegaan; een gebied dat groter is dan de gezamenlijke oppervlakte van Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland. Grote delen van Sumatra werden vorig jaar al geteisterd door overstromingen en landverschuivingen met meer dan duizend doden tot gevolg. Deze rampen worden in belangrijke mate gedreven door een lang proces van ontbossing, met diepe wortels in het kolonialisme.
In Jerevan proberen vertegenwoordigers uit 195 landen (en de Europese Unie) afspraken te maken over de betere bescherming van ecosystemen. Jerevan volgt op een grote reeks eerdere conferenties waar sinds begin deze eeuw meermaals is afgesproken om de trend van ontbossing te keren; desondanks is tropische ontbossing in de afgelopen decennia alleen maar verder toegenomen.
Over de auteur
Pim de Zwart is als economisch en milieuhistoricus verbonden aan de Universiteit Wageningen en het Centre for Economic Policy Research (CEPR) in Londen. Hij doet onderzoek naar de oorzaken van ontbossing in Zuidoost-Azië sinds 1850.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Evenals bij eerdere internationale conferenties zullen de verschillende belangen tussen landen in het ‘mondiale Noorden’ en ‘Zuiden’ een belangrijk obstakel vormen voor een overeenkomst over vergaande maatregelen om de daling van bos en biodiversiteit een halt toe te roepen.
Deze verschillende belangen komen voort uit een lange geschiedenis van kolonialisme en de opbouw van een wereldwijd economisch systeem waarin veel landen in het mondiale Zuiden zich zijn gaan specialiseren in landintensieve economische sectoren (land- en mijnbouw), terwijl het Noorden zich richtte op kapitaalintensieve industriële productie.
Dit heeft niet alleen geleid tot veel hogere inkomens in het Noorden, maar betekent ook dat het voor landen in het Zuiden veel ingewikkelder is om ontbossing een halt toe te roepen zonder nadelige economische gevolgen en inkomensverlies. Desondanks zal ook de nieuwe EU-ontbossingsregulering (EUDR), die per 30 december 2026 in werking zal treden, druk leggen op landen die onder andere palmolie, soja en rundvlees produceren om te stoppen met ontbossen, zonder financiële compensatie.
Terwijl in de afgelopen jaren veel onderzoek is gedaan naar de Nederlandse rol in slavenhandel en slavernij, is onze kennis over de rol van Nederland in de degradatie van ecosystemen en de historische CO2-uitstoot als gevolg van koloniale ontbossing nog zeer beperkt. Op basis van modelmatige reconstructies van historische veranderingen in landgebruik concludeerden onderzoekers in 2023 dat, als we emissies in de koloniën optellen bij die van de Europese kolonisatoren, de cumulatieve uitstoot van deze Europese landen sterk toeneemt: die van Groot-Brittannië verdubbelt en die van Nederland verdrievoudigt.
Nederlandse voert als gevolg van ontbossing in Nederlands-Indië zelfs de lijst met cumulatieve CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking aan. Tropische bossen doen echter nog veel meer dan CO2 opslaan; ze zijn cruciaal voor het behoud van biodiversiteit, beïnvloeden regenval en waterhuishouding en beperken het gevaar van landverschuivingen, overstromingen en bodemerosie.
De Nederlandse rol in de ontbossing van Indonesië is onmiskenbaar. Java werd al grotendeels ontbost gedurende het Cultuurstelsel in de 19de eeuw, terwijl ontbossing op Sumatra, Kalimantan en de andere eilanden vooral mogelijk werd gemaakt door de implementatie van de Domeinverklaring in 1870, waarbij de koloniale overheid zich in één keer eigenaar maakte van al het land waarvoor de lokale bevolking geen eigendomsbewijs kon leveren; dit kwam in de praktijk neer op vrijwel al het tropische regenwoud.
Deze verklaring ging regelrecht in tegen de gebruiksrechten van de lokale bevolking, maar desondanks zijn de belangrijkste principes ervan nog altijd van kracht in onafhankelijk Indonesië. Een situatie die ook nu nog leidt tot landconflicten, ontbossing en mogelijk ook de beperkte effectiviteit van hedendaags natuurbeheer.
Erkenning van de impact van Europees kolonialisme op milieudegradatie in het mondiale Zuiden zal cruciaal zijn om de verschillende partijen aan tafel in Jerevan en tijdens toekomstige conferenties nader tot elkaar te brengen. Nederland en andere West-Europese landen dragen een grote verantwoordelijkheid voor zowel historische milieuschade als voor het implementeren van de sociaaleconomische structuren en wetten die niet alleen ontbossing veroorzaakten in het verleden, maar ook voor een groot deel tot op de dag van vandaag voortbestaan.
Erkenning van koloniale verantwoordelijkheid kan niet alleen berusten op modelmatige schattingen van historische uitstoot, maar vereist robuuste historische gegevens en onderzoek. Zulke data zullen moeten worden gecombineerd met nieuwe ontwikkelingen in het berekenen van ‘natuurlijk kapitaal’, de cumulatieve waarde van alle ecosysteemfuncties, om de werkelijke koloniale ecologische schade te kunnen becijferen.
Dit is niet alleen van belang voor het vereffenen van een historische schuld, maar ook cruciaal om zowel klimaatverandering als biodiversiteitsverlies effectief te kunnen bestrijden, waar uiteindelijk iedereen bij gebaat is. Het zou goed zijn als Nederland hier, evenals bij de excuses voor slavernij, een voorloper kan zijn.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant