Romana Vrede | actrice In de veelomvattende theatersolo Een groter verhaal tast actrice Romana Vrede, met de hulp van theatermakers Rebekka de Wit en Anoek Nuyens, naar verbanden tussen kolonialisme, kapitalisme en de klimaatcrisis. Vrede: „Maar eigenlijk maken we een voorstelling over liefde.”
Romana Vrede maakte de voorstelling Een groter verhaal.
Ratten die zich verschansen in gure steegjes in de stad. De Avatar-films. Hoe bioloog Jean-Baptiste de Lamarck aantoonde dat dieren het ecosysteem mee-geschapen hebben. Een zangkoor in Gaza, dat het gezoem van drones gebruikt als tweede stem. Landschapsarchitect Adriaan Geuze, die zei dat er twee dingen zijn die je een beetje moet verwaarlozen: kinderen en tuinen. Een lp van The Eurythmics. Prairiehonden. Datacenters. Sleepnetten. Offerzones. Dat we de aarde zouden moeten behandelen „als een schaafwond”.
Voor een niet-ingewijde is het even zoeken naar de samenhang tussen de tekstfragmenten die actrice Romana Vrede voorleest, op deze druilerige namiddag in een repetitielokaal in Amsterdam. „Schatgraven”, zo noemen zij en regisseur Erik Whien het, waar ze mee bezig zijn. Nog een laatste keer nemen ze vandaag het digitale document door waarin ze alle tekstfragmenten verzamelden die Vrede en theatermakers Rebekka de Wit en Anoek Nuyens de afgelopen weken schreven, voor Vredes solovoorstelling Een groter verhaal, die op 31 oktober in Theater Rotterdam in première gaat. Ze zouden er zomaar nog een ‘goudklompje’ tussen kunnen vinden dat beslist nog in het script moet. Na vandaag gaat het document dicht en is de tekst compleet.
In Een groter verhaal borduren Vrede en Whien voort op hun door publiek en pers bejubelde voorstelling Tijd zal ons leren, die Vrede in juni 2023 één week lang speelde in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Vrede: „We maakten die productie ter gelegenheid van Keti Koti, de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in Suriname en het Caribisch gebied. We eerden in die voorstelling de helden uit het verzet tegen de slavernij.”
Het was Erik Whien opgevallen dat hij met Vrede, tijdens het maken van Tijd zal ons leren, bijna dezelfde gesprekken voerde als met Rebekka de Wit en Anoek Nuyens, met wie hij toen aan Beste Mensen werkte, een montage van klimaatspeeches. „Dus hij zei: misschien moeten we eens met zijn allen om de tafel.”
Uit de ontmoeting die volgde, kwam het plan voor Een groter verhaal voort, een voorstelling waarin De Wit, Nuyens en Vrede tasten naar het verband tussen kapitalisme, kolonialisme en de klimaatcrisis. Vrede aarzelt. „Mja, ik zeg dat wel altijd zo… maar ik bedoel eigenlijk: we maken een voorstelling over liefde. Zoals elke voorstelling over liefde gaat. Liefde voor het leven. Voor wat leeft.”
Ze steekt een hand in haar tas en trekt er een paperback uit tevoorschijn. De vloek van de nootmuskaat, van de Indiase schrijver Amitav Gosh. Vrede: „Gosh legt in dit boek de link tussen de uitbuiting van de aarde en de uitbuiting van mensenlichamen. Hij beschrijft hoe VOC-schepen in het begin van de zeventiende eeuw aankwamen op de Banda-eilanden, een eilandengroep in het huidige Indonesië, en hoe de kolonisten daar op nootmuskaat stuitten. Dat hadden ze niet in Europa. Om de nootmuskaat grootschalig te kunnen verbouwen, moest alles weggeschraapt worden wat er op die eilanden verder nog groeide en leefde. De inheemse bevolking moest uit de weg, de dieren die er leefden, bossen moesten worden afgebrand, het hele ecologische systeem: weggeschraapt voor die ene boom. Dat is de kern van een plantagesysteem. Dat de aarde en alles wat erop leeft wordt beschouwd als gebruiksvoorwerp.
„Dat gebeurde niet alleen buiten Europa. Ook in Europa moest boeren worden geleerd dat ze niet met hun land konden spreken. Dat is een zin uit het stuk. Voorheen luisterden boeren naar het land zoals je luistert naar een baby. Maar als je op die manier met je land communiceert, laat je het niet uitbuiten en misbruiken. Dus moest dat die boeren worden afgeleerd. De aarde moest eerst worden doodverklaard, voordat die gekoloniseerd kon worden.”
„Het is hetzelfde principe dat ten grondslag ligt aan de bio-industrie, aan de kolonisatie van de maan, aan fantasieën over terravorming. Aan slavernij. Het vermogen je ogen te sluiten voor het feit dat iets of iemand net zozeer leeft als jij.
„Toen de kolonisten in overzeese gebieden aankwamen, in het huidige Amerika bijvoorbeeld, zagen zij waste land; woest, leeg land, zonder structuur. Van wie is dat, vroegen ze. Van niemand, zeiden de bewoners. Ah, dachten de kolonisten: mooi, dan is het nu van ons. Maar voor veel religies, bijvoorbeeld de Afro-Caribische Obeah en de Voodoun, is die woeste kracht juist iets dat beschermd en gerespecteerd moet worden. Dat is ook wat Marian Markelo, een Nederlands-Surinaamse winti-priesteres, verkondigt, zij zegt: niet alleen de mensen en de dieren, maar ook de rivieren, de bomen, de bergen en de vlaktes zijn onze verwanten. Dat is niet iets zweverigs of zo, wetenschappelijk is het ook allang bewezen: alles op aarde, ook wij, bestaat uit dezelfde sterrenstof. Uit moleculen, neutronen, protonen. Het probleem is dat we onszelf los zijn gaan zien van dat wat we ‘natuur’ noemen. Alsof we afgesneden van onze omgeving zouden kunnen bestaan.”
Romana Vrede: „Alles op aarde, ook wij, bestaat uit dezelfde sterrenstof.”
„In Rotterdam, waar ik woon, staat een boom die aan het afsterven is. De gemeente heeft er hekken omheen geplaatst. Maar die boom heeft volgens mij de memo niet gekregen, dat hij dood is. Overal krioelt het van de insecten, planten splijten uit z’n bast tevoorschijn, hij zit vol vogels. Ik heb die boom nog nooit zo zien leven. Ook afsterven is leven. Als je die boom niet loskoppelt, maar hem bekijkt als onderdeel van zijn omgeving. Hier…”
Een ander boek komt uit de tas. Een vlecht van heilig gras, van Robin Wall Kimmerer, een botanicus met inheems-Amerikaanse wortels. Vrede: „Zij verbindt westerse wetenschap met een inheems-Amerikaanse visie op de natuur, die stelt dat iedere boom een ziel heeft.
„Maar als we eerlijk zijn… weten we dat allemaal al lang. Toch? We weten toch dat de bioindustrie monsterlijk is? Dat we wegkijken terwijl er genocides plaatsvinden, omdat we zo bedreven zijn in het ontmenselijken van de ander? Dat we bijdragen aan de klimaatontwrichting als we een vliegvakantie boeken naar Curaçao? Al decennia weten we dat. En toch gebeurt het. Waarom? Omdat het kapitalistische systeem daarop is bedacht: het is gebouwd om zichzelf in stand te houden. Het is verslavend, dat is de bedoeling.”
Mildheid is dus geboden, aldus Vrede. „We zijn allemaal onderdeel van het systeem, ook ik ben slachtoffer van algoritmes. Je kunt niet van jezelf verwachten dat je je eraan onttrekt. Maar wat we wel kunnen doen, is onszelf bevragen. Ons afvragen, zoals bell hooks schrijft in All about Love: is het liefde, van waaruit ik handel? Hoe vaak wordt met het zinnetje ‘ik hou van mijn land’ liefde verwisseld met xenofobie? Echte liefde, schrijft hooks, doet geen zeer. Liefde gaat niet gepaard met geweld.”
Jezelf bevragen dus. „Telkens weer bij jezelf te rade gaan: waar komen mijn overtuigingen vandaan? Kloppen ze? Ben ik niet gemanipuleerd? ‘In Rotterdam-Zuid zegt niemand elkaar gedag’, hoorde ik mezelf een keer beweren. Maar toen ging ik erop letten, en wat blijkt? Iederéén zegt elkaar gedag in Rotterdam-Zuid! Maar echt iedereen. Overal om me heen waren mensen elkaar gedag aan het zeggen. Die overtuiging sloeg helemaal nergens op.”
Hoe kwamen we hier nou terecht in dit gesprek? Vrede begint hard te lachen. „Ik snap het hoor, haha! Welcome to our life. Het is zo’n allesomvattend verhaal, dat we vertellen. Het heeft de structuur van een wortelstelsel. Alles is met elkaar verbonden, maar de connecties zijn niet lineair. Wij zijn ook voortdurend aan het zoeken: welk stipje gaat waarnaartoe?”
Romana Vrede.
Het is als de hersenpan van haar zoon Charlie, zegt ze. „Charlie heeft autisme. Hij kan twee ballen tegelijkertijd vangen, maar hij kan niet praten. Ik heb ooit geprobeerd om hem te leren fietsen. Na een tijdje iedere dag met hem te hebben geoefend op dat fietsen kon hij opeens zelf een boterham smeren. Op een dag kon hij plotseling zelf op het toilet plassen, terwijl ik bezig was geweest om hem te leren schrijven. Je snapt de connecties niet, je weet niet hoe de brug is gebouwd, maar dat die brug er is, is onmiskenbaar. De dingen zijn verbonden. Soms hoeven we iets niet te kunnen doorgronden, om te weten dat het zo is.”
Zo werkt het ook in Een groter verhaal: de voorstelling maakt voelbaar hoe Amsterdamse ratten, Avatar, Lamarck, een zangkoor in Gaza, prairiehonden en The Eurythmics met elkaar verbonden zijn, zonder overal uit te leggen waar die connectie precies uit bestaat. Vrede: „Hoe leg je liefde uit?”
„Toen Charlie nog thuis woonde”, inmiddels woont hij begeleid in een zorginstelling, „ging hij iedere ochtend heel vroeg, nog voor de vogels op waren, naar het dakterras, om te zingen. ‘Uuuuuh,’ zong hij. Je zou je af kunnen vragen waarom hij dat deed, wat het betekende. Maar je kunt ook luisteren. En denken: goh, wat prachtig, hoe die jongen daar zingt.”
Een groter verhaal, een productie van Bureau Vergezicht, Theater Rotterdam en Romana Vrede. Idee en tekst: Anoek Nuyens en Rebekka de Wit. Spel en tekst: Romana Vrede. Regie: Erik Whien. Première: 31/10, Theater Rotterdam. Te zien t/m 16/12. Info: bureauvergezicht.nl
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie