Home

Stevie Wonder speelt ‘Songs in the Key of Life’ integraal in de Ziggo Dome. Wat maakt dit album tot zijn meesterwerk?

Stevie Wonder (76) was al een megaster toen hij in 1976 de muziekwereld op zijn kop zette met Songs in the Key of Life, met hits als I Wish, Sir Duke, As en Isn’t She Lovely. Hoe kwam het album tot stand en waarom is de integrale uitvoering, woensdag in Amsterdam, nog altijd een sensatie?

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.

Bijna was het klassiek geworden popalbum Songs in the Key of Life (1976) er nooit gekomen. Stevie Wonder had in 1975 ineens genoeg van de muziekindustrie en hij voelde zich bovendien niet meer thuis in de Verenigde Staten. Zijn platencontract liep toch ten einde, dus waarom zou hij niet elders een nieuw leven beginnen? In Ghana bijvoorbeeld. Waar hij vast heel goed werk kon verrichten voor kinderen in nood en andere minderbedeelden.

Het was maart 1975, Stevie Wonder was nog geen 25 en al een van de grootste popsterren ter wereld. Hij had in een paar jaar een reeks albums afgeleverd, Music of My Mind (1972), Talking Book (1972), Innervisions (1973) en Fulfillingness’ First Finale (1974), die nog altijd worden gerekend tot de beste popmuziek die de jaren zeventig hebben voortgebracht.

Wonder was in die jaren niet uit de wereldwijde hitparades weg te denken dankzij liedjes als Superstition, Higher Ground, Don’t You Worry ’Bout a Thing en You Haven’t Done Nothing, die stuk voor stuk tot het collectief geheugen zijn gaan behoren. En deze superster, die als geen ander zwarte en witte popliefhebbers wist te verbinden met muziek die soul, r&b, jazz en pop deed samenvloeien, die wilde er mee stoppen? Het leek onvoorstelbaar.

En het gebeurde ook niet.

Megadeal bij Motown

Wonder kwam snel terug op zijn besluit, tekende bij platenmaatschappij Motown bij voor 13 miljoen dollar – een voor die tijd ongekend hoog bedrag – en ging aan de slag. Motown-baas Berry Gordy (nu 96) zou later zeggen dat hij geen keus had. Iedere platenmaatschappij trok aan zijn succesvolste artiest. Stevie mocht wat kosten, maar met een plaat zo goed als de voorgaande vier zou hij veel kunnen terugverdienen.

Gordy moest er alleen wel nog een jaar op wachten. Stevie Wonder dreef zijn platenbaas bijna tot waanzin door zijn album steeds maar uit te stellen. Die moest het in de boekjaren 1975 en 1976 zonder hits van Stevie Wonder doen en dat kon hij zich eigenlijk niet veroorloven.

De artiest liet zich niet gek maken. Team-Wonder ging T-shirts dragen met We’re Almost Finished als opdruk en toen het eindresultaat in september 1976, op tijd voor de feestdagen, daadwerkelijk verscheen, was dat niet alleen een opluchting maar meteen ook een triomf. Songs in the Key of Life was niet alleen in kwaliteit, maar ook in omvang ontzagwekkend. Een dubbel-lp plus een single met nog eens vier nummers. 21 tracks in totaal, waaronder tijdloos gebleken hits als I Wish, Sir Duke, As en Isn’t She Lovely. De complete muziekwereld werd door dit meesterwerk opgeschud.

Een single was er nog niet, maar radiostations over de hele wereld, ook in Nederland, hadden bedacht dat Isn’t She Lovely de meeste hitpotentie had. Voordat eind november pas I Wish als eerste single zou verschijnen, was dat het nummer waarmee Wonders magnum opus onder de aandacht werd gebracht.

Isn’t She Lovely zou altijd een van Wonders meest geliefde nummers blijven. I Wish doet daar niet voor onder. Dit was het nummer waardoor de feestdagen van 1976 voor veel popliefhebbers in het teken kwamen te staan van het doorgronden van de nieuwe dubbel-lp van Stevie Wonder. En eigenlijk ook van de vier liedjes op de bijgeleverde single, hoe onhandig dat ook was. In het tijdperk voor cd’s en voor streaming was een dubbel-lp waarvan je de vier plaatkanten steeds moest omdraaien al onhandig genoeg. Dat singletje erbij raakte je kwijt of zette je tussen je andere singletjes om er nooit meer naar om te kijken. Zonder die vier nummers was Songs in the Key of Life al overweldigend genoeg.

Ieder nummer een eigen wereld

Wat maakte dit tot Stevie Wonders beste album? Wat verklaart dat popliefhebbers van alle leeftijden vlinders in de buik voelden toen Stevie Wonder (inmiddels 75) onlangs bekendmaakte het complete album integraal live te zullen spelen tijdens zijn tournee die woensdag de Amsterdamse Ziggo Dome aandoet?

Natuurlijk, het zijn de geweldige liedjes, de puike arrangementen en de vele stijlen die Wonder, samen met de maar liefst 130 bij het album betrokken muzikanten en technici, zo perfect beheerst. Ieder nummer schept een eigen universum, lijkt het wel. Zelfs na vijftig jaar hoor je steeds weer iets nieuws en is er weer even een ander liedje favoriet.

Vandaag is dat If It’s Magic; een wat mijmerend zingende Wonder laat zich alleen begeleiden door de harp van Dorothy Ashby. Zo klein, zo teder en ontroerend. Gisteren was het Knocks Me off My Feet vanwege dat hemels mooie piano-intro dat altijd weer naar dat kippenvelmoment toewerkt, wanneer warme Fender Rhodes-tonen, bas en drums het nummer overnemen.

Over die elektrische Fender Rhodes-piano gesproken, het is een van de belangrijkste instrumenten op het album. Wonder zelf speelt er fraai op, maar voor die solo halverwege As had hij echt Herbie Hancock nodig. Zo werd er een nieuwe dimensie toegevoegd aan een toch al sterk soulnummer, dat vaak is gecoverd. George Michael en Mary J. Blige hadden er een wereldhit mee in 1999.

De uitbundige blazers in Sir Duke, het Hare Krishna-koor met belletjes in Pastime Paradise, de huilende baby in Isn’t She Lovely en de klaterende percussie die van Another Star zo’n opzwepende finale maakt: over alles is zo goed nagedacht. Ieder detail klopt, en niet zelden hoor je geluiden die je nergens anders hebt gehoord.

Bassist uit bedgebeld

Neem nu dat hard funkende intro van I Wish, waarvoor bassist Nathan Watts uit zijn bed werd uitgebeld omdat Stevie Wonder eindelijk had bedacht hoe hij de baslijn wilde hebben. Watts zou later zeggen dat Wonder die met kracht en boosheid gespeelde noten terecht zo mooi vond, want de bassist was ook echt boos dat hij hiervoor zijn nachtrust had moeten opofferen. Maar die acht woest gespeelde basnoten vormden, in combinatie met Stevies clavinetspel, wel het intro van de onverwoestbare dansklassieker die I Wish nog altijd is.

Vaak wordt Songs in the Key of Life beschouwd als het laatste meesterwerk van Stevie Wonder. En de toen 26-jarige muzikant heeft inderdaad nooit meer een liedje, laat staan een album, gemaakt dat eraan kon tippen. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat zijn grootste hit, het sentimentele I Just Called to Say I Love You (1984), van dezelfde maker is.

Naar het hoe en waarom van Wonders opmerkelijke creatieve droogte blijft het gissen. Maar wat hij tot zijn pakweg 30ste jaar opnam, is van zo’n ongeëvenaarde schoonheid dat we hem alle latere platen graag vergeven.

In plaats van verwachtingsvol maar mogelijk vergeefs naar nieuwe meesterwerken te verlangen, is het beter om na te gaan waar de creatieve explosie van Stevie Wonder in de jaren zeventig eigenlijk vandaan kwam.

Tijd voor een statement

Where I’m Coming From was niet voor niets de titel van het eerste album dat hij in 1971 als meerderjarige maakte. Als Little Stevie Wonder was hij tien jaar eerder bij Motown gekomen en met Fingertips, Uptight, My Cherie Amour en For Once in My Life had hij de ene na de andere hit afgeleverd. Maar toen hij 21 werd, wilde hij meer dan hitjes serveren aan Berry Gordy. Net als Marvin Gaye kort daarvoor had gedaan met What’s Going On, wilde hij met zijn albums belangrijke muzikale en, als het even kon, maatschappelijke statements maken.

Op Where I’m Coming From bespeelt hij voor het eerst zijn zo beroemd geworden clavinet. Het was weliswaar een wisselvallig album, maar Wonder had toch maar mooi volledige artistieke vrijheid afgedwongen bij Gordy. Nu werd het tijd om zijn eigen sound verder te vervolmaken.

Daarin schoot een album van twee synthesizernerds hem te hulp. Tonto’s Expanding Head Band noemden deze Malcolm Cecil en Robert Margouleff zich. Hun instrumentale elektronische album Zero Time verscheen in 1971, en Stevie Wonder was er meteen ondersteboven van.

De synthesizer was geen nieuw fenomeen in de popmuziek, maar Malcolm en Margouleff hadden zelf een immens gevaarte ontwikkeld vol draaiknoppen, pluggen en kabeltjes, bediend door een instrument dat later een joystick ging heten. Tonto noemden ze hun uitvinding, die diverse synthesizers met elkaar kon laten communiceren.

Precies dat wilde Stevie Wonder zelf ook met synthesizers. Die apparaten moesten geen strijkers vervangen, wat ze meestal deden als ze door popproducers werden ingezet. Nee, ze moesten zelf een eigen geluid voortbrengen. Hoe dat kon klinken en wat de mogelijkheden van dit nieuwe instrument waren, hoorde Wonder voor het eerst op Zero Time.

Begin van een samenwerking

Dus ging hij bij de heren op bezoek. Het moet een mooi beeld zijn geweest. Stevie Wonder op een meidag in 1971 met de lp Zero Time onder zijn arm, in pistachegroen trainingspak voor de deur van de studio in New York waar Cecil en Margouleff vooral werkten aan jingles en reclamespotjes.

Margouleff genoot van zijn Memorial Day-weekend, maar Cecil gaf een korte demonstratie van hun uitvinding, waar de bezoeker zo enthousiast over was dat hij zelf ook even aan de slag ging.

Cecil vertelde in diverse interviews dat Stevie Wonder een half uur later, toen zijn partner binnenkwam – die hij snel had gebeld omdat ze mogelijk een goeie nieuwe klant hadden – al aardig overweg kon met hun Tonto.

Er kwamen klanken voorbij die je terug kunt horen op albums als Talking Book (1972) en Innervisions (1973). Het hele weekend experimenteerde Wonder met het duo. Jammen, opnemen en nieuwe geluidscombinaties samenstellen. Wonders hoofd zat boordevol liedjes waar al die nieuwe elektronische sounds heel goed inpasten. Alleen had hij daar wel de assistentie van Malcolm Cecil en Robert Margouleff bij nodig.

Zonder hen waren de briljant geproduceerde vier lp’s die Wonder tussen 1972 en 1974 opnam nooit tot stand gekomen. De synths, vaak warm en dan weer knisperend, waren net zo belangrijk voor de impact van die albums als het compositietalent van Wonder zelf, dat in die jaren een hoogtepunt bereikte.

Zonder Cecil en Margouleff hadden You Are the Sunshine of my Life en Living for the City beslist anders geklonken, als ze al waren opgenomen. Maar het duo is uit de Stevie Wonder-geschiedenis verdwenen. Ze zijn nooit goed betaald en hebben nooit meegedeeld in de rechten, wat ze door hun ‘nieuwe klant’ wel was beloofd.

Na vier bejubelde, met Grammy’s overladen kaskrakers stopten de twee de samenwerking met de man die ze aan een nieuw geluid hadden geholpen. Wonder zou ze nog wel een bedankje geven in het tekstboekje bij Songs in the Key of Life, maar aan dat album werkten ze niet meer mee.

De breuk heeft Malcolm Cecil (overleden in 2021) en Bob Margouleff (inmiddels 86) altijd dwarsgezeten en het is toch ook een beetje een smet op het blazoen van Stevie Wonder dat hij hun nooit de credits gaf.

Alles uit de kast

Aan de andere kant betekende het werken met nieuwe mensen aan Songs in the Key of Life ook het begin van een nieuwe fase voor Stevie Wonder. Waar hij met zijn gewezen partners alles zo klein mogelijk hield en de meeste instrumenten zelf bespeelde, trok hij nu alles uit de kast. En het knappe is dat in alle liedjes het toch vooral Stevie Wonder zelf is die je hoort. Alle synthesizers en andere productionele vondsten ten spijt, is het vooral zijn stem die betovert.

Als hij woensdag begint met Love’s in Need of Love Today en de woorden ‘Good morn or evening friends/ Here is your friendly announcer’ in de Ziggo Dome klinken, dan zal er een rilling van ontroering door de zaal gaan.

Zo was het ook in december 2013, toen Stevie Wonder zijn lang gekoesterde wens om Songs in the Key of Life integraal uit te voeren na 37 jaar eindelijk in vervulling zag gaan. In het Nokia Theater in Los Angeles ging er toen nog wel wat mis, maar de solo op Fender Rhodes van Herbie Hancock en de weergaloze toetsenteistering van Chick Corea in het instrumentale jazzfunknummer Contusion waren onvergetelijk.

En kent de popmuziek een ander dubbelalbum dat zo ongenadig naar een euforische climax voert als kant vier van Songs in the Key of Life? Het is onmogelijk om stil te blijven zitten tijdens de uitbundige vocale crescendo’s waarmee het opzwepende Another Star het album besluit.

Als Stevie Wonder het woensdag met zijn forse band een beetje op zijn heupen krijgt, laat hij As net zo vloeiend in Another Star overgaan als vijftig jaar geleden op de plaat. Deze twee nummers, voorafgegaan door If It’s Magic, vormen het hoogtepunt van de plaat, en zelfs van zijn oeuvre. Daarna is het nooit meer beter geworden. Ook dertien jaar na de eerste integrale uitvoering van Stevie Wonders meesterwerk is er tegen die constatering niks in te brengen.

Stevie Wonder: Songs In The Key of Life Performances – 50th Anniversary Tour. 28/10, Ziggo Dome, Amsterdam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next