Stefan Brijs Zijn autobiografische roman over zijn moeder is een uiterst intiem portret van een stervende, maar óók van de rites van een oudere generatie waarin weinig gesproken werd.
Wageningen, 1947.
Over De engelenmaker (2005), de grootste claim to fame van de Vlaamse schrijver Stefan Brijs (1969), kon je vanwege alle thema’s die erin verwerkt waren heel veel zeggen, maar wat je er dan weer níét over kon zeggen was dat het een roman met een autobiografische achtergrond was. Tot nu toe dan, want in het nieuwe In goede en kwade dagen, waarin er verslag wordt gedaan van het overlijden van zijn moeder, gunt Brijs de lezer een kijkje in zijn schrijfkeuken van weleer.
Stefan Brijs: In goede en kwade dagen. Atlas Contact, 120 blz. € 21,99
Hij blijkt Victor Hoppe, de dokter die in die roman van twintig jaar geleden de hoofdrol speelde, deels te hebben gebaseerd op zijn moeder: Hoppe had net als zijn moeder een hazenlip. En ook beschreef Brijs kloosters in De engelenmaker. De kloosters waarin haar moeder een halve eeuw eerder als pasgeborene was achtergelaten vanwege diezelfde hazenlip: de schaamte voor en afkeer van de aandoening (men bracht het in verband met de duivel) was zo groot dat haar ouders het kindje daar maar naartoe brachten.
Ze haalden haar er naar verloop van tijd wel weer uit, maar de schisis (zoals een hazenlip in de medische wereld heet) en de omgang van anderen ermee leken haar levenshouding voorgoed te hebben bepaald. Op foto’s keek ze steevast weg en het wilde er haar hele leven maar niet in dat er überhaupt mensen bestonden die haar mooi vonden of van haar hielden.
In de meest indringende passage van In goede en kwade dagen beschrijft Brijs het moment waarop hij ooit, als een soort pro bono-mediator, een relationeel brandje van zijn ouders moest blussen. De vader, toen al op leeftijd, wilde wel wat meer intimiteit in het huwelijk en de nachten weer in één bed doorbrengen, maar de moeder had inmiddels zo’n afkeer van zichzelf ontwikkeld dat ze hem dat niet aan wilde doen. Hij kon wel duizend keer zeggen dat hij van haar hield, het ging er niet in.
En nu is ze dus overleden. Dat gebeurde al in 2021, maar Brijs heeft blijkbaar pas vijf jaar later de moed bijeengeraapt om over haar te schrijven. En in het directe kielzog hiervan over haar huwelijk. Toen ze ziek werd was zijn vader degene die Brijs en de rest van de familie op de hoogte moest houden van haar gezondheid, maar hij deed de doktersbezoeken af met stuurs gemompel en een enkel woord. Toen Brijs opperde dat hij dan maar mee moest gaan naar het ziekenhuis, ontstak de vader in woede: dat was zijn taak. In goede en slechte dagen is een uiterst intiem portret van een stervende, maar óók van de rites van een oudere generatie, veelal afkomstig uit eenvoudige(r) milieus: je steunde elkaar door dik en dun, maar praten deed je amper tot niet en aan het woord van een autoriteit als een dokter viel niet te tornen.
Wel wordt het boekje op den duur wat stuur- en vormloos. Brijs mist haar, en hoewel hij dat moedig en hartverwarmend onder woorden weet te brengen, ontkom je ook niet aan de gedachte dat het een stuk moeilijker is om pakkend en stijlvol over de werkelijkheid te vertellen in deze meer non-fictieve vorm dan in de vogelvrije romanvorm. Zelfs de moederliefde is dus niet gevrijwaard voor het aloude Reviaanse credo dat echt gebeurd geen excuus is.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie