Home

We hebben maatschappelijke cohesie nodig, maar de politiek kiest voor symbolische afbraak

Conservatieve politiek Reactionaire krachten brengen het land telkens in een impasse, vindt Shervin Nekuee. Kijk maar naar de motie over het schrappen van iftar-netwerkvieringen door de Nationale Politie.

Een iftar bij de Ulu-moskee in de Utrechtse wijk Lombok, tijdens ramadan.

Aan de vooravond van de Week van de Diversiteit (29 september tot 6 oktober) werden we in het politieke debat recent weer getrakteerd op een schouwspel dat de intellectuele armoede van ons parlement haarscherp blootlegt. Ingrid Coenradie van JA21 diende begin deze zomer een motie in tegen het inzetten van politiemiddelen voor een Ramadan-netwerkbijeenkomst bij de Nationale Politie. Onder de vlag van een vermeende scheiding tussen kerk en staat stemde het CDA gedwee mee.

Shervin Nekuee is socioloog, publicist en senior adviseur Diversiteit en Inclusie bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De reactie van de korpsleiding kwam halverwege september, en die was even begrijpelijk als ontluisterend. Genoodzaakt te handelen binnen het strakke kader van het gelijkheidsbeginsel na deze beslissing van de Kamer, zag de leiding zich gedwongen ál zulke religieuze uitingen te schrappen – van de iftar tot de traditionele kerstborrel. Waarop JA21 haastig liet weten dat dát nu óók weer niet de bedoeling was.

Zie hier in een notendop hoe reactionaire reflexen het land telkens in een impasse brengen. Juist wanneer de samenleving behoefte heeft aan het heruitvinden van maatschappelijke cohesie in een land dat demografisch en cultureel van samenstelling is veranderd, kiest de politiek voor symbolische afbraak.

In een krampachtige poging de niet-westerse nieuwkomer buiten te sluiten, sloopt de populistische flank haar eigen tradities. En dit staat niet op zichzelf. De huidige verlamming waarin Nederland op grote dossiers verkeert, is fundamenteel het gevolg van het ontbreken van een gedegen, waardig conservatisme.

Als individuele vrijheid en het vrijemarktdenken het domein zijn van de liberalen, en de zucht naar gelijkheid de motor is van progressief-links, dan is de maatschappelijke inbedding (het belang van de gemeenschap en het herstellen van een gedragen wij-gevoel) van oudsher de kernopdracht van de conservatief. Maar de waardige conservatieven zijn uit het debat verdwenen. De leemte die zij achterlieten op rechts is ingenomen door reactionairen.

Gefrustreerde utopisten

Edmund Burke, de achttiende-eeuwse grondlegger van het klassieke conservatisme, begreep dat een samenleving een levend, organisch geheel is. Om het waardevolle, moet je durven evolueren. „Een staat zonder de middelen tot verandering mist middelen om te blijven voortbestaan”, hield hij zijn tijdgenoten voor. Een waarachtig conservatief is dus een realist. Die kijkt naar de realiteit van het hedendaagse Nederland, ingebed in een geglobaliseerde wereld met een permanent verkeer van ideeën, beelden, mensen en culturen, en stelt de cruciale vraag: hoe incorporeren we nieuwe levensstijlen in ons bestaande fundament?

De reactionair daarentegen verwerpt het hier en nu. Reactionairen zijn geen conservatieven; het zijn gefrustreerde utopisten van het verleden. Zij leven bij de gratie van nostalgie, angstzaaierij en ressentiment.

Of het nu gaat om Forum voor Democratie, PVV, BBB, of het grillige politieke parcours van Mona Keijzer: de reflex is telkens identiek. Men mobiliseert een romantisch sentiment over een verleden dat nooit heeft bestaan, maar heeft geen enkel idee hoe het goede uit die geschiedenis te rijmen valt met de eisen van het heden. Ze cashen op maatschappelijke frustratie, pieken in de peilingen, om vervolgens steevast te stranden op de harde realiteit van het bestuur.

Het trieste resultaat is dat diversiteit onterecht in het politieke verdomhoekje is beland. Terwijl het voor heel veel mensen in de praktijk simpelweg een gegeven en een verrijking is, wordt het in het politieke debat geframed als een permanente bron van frictie. En dat is zonde, want het zou een kracht van onze maatschappij kunnen én moeten zijn.

Als organisatiesocioloog sta ik al een kwart eeuw in de maatschappelijke en bestuurlijke praktijk om inclusie en verandering vorm te geven, van het grotestedenbeleid en de kunst- en cultuursector tot op de werkvloer van de Rijksoverheid. Ik ben de laatste die zal beweren dat het eenvoudig is om diversiteit te laten gedijen. De modieuze slogans die doorklinken in managementtaal en beleidsnota’s – zoals het sleets geraakte ‘diverse teams presteren simpelweg beter’ – getuigen van een naïef happy diversity-denken zonder bijsluiter. Inclusie is een weerbarstige opgave. Het vraagt om inclusief leiderschap dat niet conflictvermijdend is, en om het bewaken van een noodzakelijk fundament: door eenieder gedragen normen en waarden.

Intelligenter debat

Maar kritisch en veeleisend zijn op de uitwerking van diversiteit is iets wezenlijk anders dan de realiteit ervan willen weggommen. In plaats van de werkelijkheid onder ogen te zien, verzuimden de rechts-confessionele partijen na de val van de Berlijnse Muur om na te denken over wat ‘het behoud van het goede’ moet betekenen in een wereld die gekenmerkt wordt door een steeds snellere, meervoudige vervlechting van culturen, ideeën en schurende ontmoetingen tussen verschillen.

Niet alleen bij de politie, maar vooral in de Tweede Kamer hadden verstandige conservatieven moeten juichen om het initiatief van islamitische agenten. Zij hadden moeten inzien dat het moedig en waardevol is als agenten met een migratieachtergrond hun identiteit thuisbrengen binnen de kaders van de Nederlandse rechtsstaat, en zo een brug slaan naar de wijk. Dat is geen uitholling van de cultuur; het is de versterking van onze sociale cohesie.

Toen Paul Scheffer ruim 26 jaar geleden in deze krant zijn essay over het ‘multiculturele drama’ publiceerde, behoorde ik tot de critici met een reactie op de opiniepagina van NRC. Maar Scheffer agendeerde het vraagstuk vanuit de wens de democratische gemeenschap te versterken. Van inhoudelijke, waardige kritiek wordt een samenleving scherper, en dat komt de uitwerking van diversiteit en inclusie in de praktijk alleen maar ten goede. Wat ons nu wordt voorgeschoteld is geen inhoudelijke kritiek op de paden naar inclusie, maar giftige bagger over vermeende ‘omvolking’ en het verval van de westerse beschaving.

Nederland verdient een intelligenter debat. Het duet tussen het vernieuwingsverlangen van progressieven en het vrijemarktdenken van liberalen – en ook het incidentele duel tussen die twee – is simpelweg onvoldoende om ons maatschappelijk fundament te stutten. Om echt gedegen vooruit te komen, hebben we op rechts dringend behoefte aan die essentiële derde stem: de stem van een gedegen conservatisme. We hebben intellectuele gesprekspartners nodig die het durven op te nemen voor de maatschappelijke inbedding en de gemeenschap. Een sociale cohesie die verankerd is in een gedeelde cultuur die we telkens opnieuw, met álle ingezetenen moeten vormgeven. Pas wanneer het wensdenken én de nostalgische vlucht worden gestaakt, kan Nederland weer in beweging komen – met behoud van het goede.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next