Als een team niet functioneert, als leidinggeven niet gaat of als een verandering vastloopt, hoor je mensen vaak zeggen: we moeten naar de onderstroom kijken. Maar wat is die onderstroom? En wat moet je ermee?
Eerst een bekentenis: onderstroom is voor mij een jeukwoord. Ik leg later uit waarom. Maar heel veel aardige en achtenswaardige mensen in mijn omgeving vinden dat je iets moet met die onderstroom. Dus laat ik een poging wagen.
Ik leerde van familie in Katwijk: wie gaat zwemmen in zee, moet oppassen voor de onderstroom. Een stroming onder het wateroppervlak met een andere richting of snelheid dan de zichtbare golven.
En ik leerde ooit van organisatiefilosoof Rob van Es, uit zijn boek Veranderdiagnose: in de werkomgeving is de onderstroom een metafoor voor alle onzichtbare, onuitgesproken processen. De bovenstroom bestaat uit formele structuren, meetbare doelen en concrete afspraken. En de onderstroom gaat over wat we voelen, missen, onbewust vermijden of niet durven zeggen.
Volgens Van Es moet je bij de samenwerking in een team, een organisatieprobleem of een verandering zowel naar de bovenstroom als de onderstroom kijken.
Want als je alleen naar de bovenstroom kijkt, ligt de ‘managementillusie’ op de loer, het idee dat je alles onder controle hebt als het maar duidelijk afgesproken is. En als je alleen naar de onderstroom kijkt, gaat de ‘creativiteitsillusie’ met je aan de haal, het idee dat alles vanzelf goed komt als iedereen z’n gevoel volgt.
Nou is die bovenstroom voor veel mensen bekend terrein. Maar de onderstroom is lastig. Hoe krijg je vat op die verzameling van subjectieve aannames, verwachtingen, informele relaties en patronen die wel invloed op ons heeft, maar zich meestal heel knap verstopt?
Je kunt ruwweg twee scholen onderscheiden in het peilen van de onderstroom. De eerste school is wild populair en werkt met therapeutische inzichten, vaak vanuit zogeheten ‘systemisch werken’. De andere school werkt vanuit gangbare, gedegen arbeids- en organisatiepsychologie.
Systemisch werken werd zo’n veertig jaar geleden populair gemaakt door de Duitse psychotherapeut Bert Hellinger. Bekend werden zijn familieopstellingen: mensen of poppetjes in een ruimte beelden de verhoudingen in een gezin uit. Later paste hij zijn principes ook toe op de werkomgeving.
Drie principes staan centraal in Hellingers aanpak.
Deze drie principes helpen je om anders te kijken naar een team, een probleem of een verandering op het werk. Volgens managementauteurs Arend Ardon en Cynthia van der Zwan moet je je afvragen: hebben we iemand die of iets wat erbij hoort vergeten? Is de ordening onduidelijk? Is de balans verstoord? Erken vervolgens wat er speelt en kijk of je dit kunt herstellen.
A&O-psychologen zien de onderstroom niet als één ding, maar als een verzameling van elementen als: cultuur (gedeelde aannames over juist gedrag); informele organisatie (spontaan gegroeide relaties en regels); psychologische veiligheid (ruimte voor fouten en afwijkend gedrag); en psychologisch contract (veronderstelde wederzijdse verplichtingen).
Twee praktische suggesties uit de enorme hoeveelheid literatuur.
De therapeutische en de A&O-benadering van de onderstroom kennen beide nadelen en voordelen. Een nadeel van de therapeutische, systemische benadering is dat de basis dun is. Stichting Skepsis, die onderzoek doet naar pseudowetenschap, besteedde zeer kritisch aandacht aan het gedachtegoed van Hellinger. Intussen gebruikt half werkend Nederland deze aanpak. Kennelijk helpt dit mensen om lastige dingen bespreekbaar te maken.
De A&O-psychologie is iets betrouwbaarder, maar tegelijk onoverzichtelijk en versnipperd. Sommige begrippen, zoals psychologische veiligheid en informele netwerken, zijn echter wel breed omarmd. Dit kan helpen om de kloof tussen boven- en onderstroom te verkleinen.
O ja, waarom is onderstroom voor mij een jeukwoord? Omdat mensen het in mijn vak vaak gebruiken terwijl ze er net iets te betekenisvol bij kijken. Alsof zij ingewijd zijn in een mysterie dat gewone stervelingen niet doorgronden. Juist dankzij Hellinger begrijp ik nu, o ironie, waar mijn jeuk vandaan komt. Wie zich te veel als hogepriester van de onderstroom opstelt, verstoort de ordening. En daar ben ik kennelijk overgevoelig voor.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie