Dit weekend was mijn nichtje jarig en barstte de woonkamer weer eens uit zijn voegen door familieleden die hardop aan het foeteren waren op Trump, Poetin en Eelco Heinen. Het had een debatclub kunnen zijn als de nadruk had gelegen op argumentatie in plaats van, zoals nu, het spuien van de eigen mening.
„Die president is een idioot”, riep oudoom K. (het was mij even onduidelijk welke president hij bedoelde maar veel maakt dat in dit tijdsgewricht ook niet meer uit). Een tante haalde de doden in Kyiv aan, waarop iedereen riep dat het een schande was.
Ik nam nog wat spekkoek en zei niets. Je zou het weleens vergeten, maar een typisch Nederlandse techniek om met emoties of onmacht om te gaan, is het geven van een mening. Wat natuurlijk niet zo gek is in een land waar je al op school leert dat je daar punten mee kan scoren, het wordt er hier al jong ingestampt dat het hebben van een opvatting belangrijk is, en dat de wereld er bovendien altijd op zit te wachten.
Alleen: onze meningen zijn de afgelopen jaren aan inflatie onderhevig geraakt. Op wereldniveau slaan ze geen deuk meer in een pakje boter, zo bleek afgelopen week ook weer toen premier Suske de Amerikaanse sancties tegen het Strafhof veroordeelde en zei dat hij de dialoog zocht. Dat klinkt goed, maar je kan anno 2026 praten als Brugman, al het recht aan je kant hebben en alsnog zullen de bullebakken gewoon hun gang blijven gaan.
Als er één ziekte is waar we op dit continent snel vanaf moeten, is het die van de opinificatie, oftewel de vastgeroeste overtuiging dat het hebben en geven van een mening al genoeg is om de wereld te dwingen tot verandering. Het is natuurlijk maar de vraag hoeveel actie je tegenwoordig nog kan ondernemen als enkeling zonder kernwapen, maar de boel wordt er in geopolitiek opzicht niet beter op als we maar blijven dénken dat de boel direct verbetert omdat wij ergens iets van vinden, en verder niets doen.
Mijn aandacht werd getrokken naar het huisdier van de jarige, een wolk van een boskat genaamd Eisenmauwer, die met een pluchen garnaal speelde. Rats-rats, het garnaaltje ging heen en weer, van de ene poot naar de andere, de kat had zijn nageltjes al half uitgestoken.
„Ik vind”, liet ik de garnaal zeggen, terwijl Eisenmauwer hem nog een dreun gaf, „Ik vind, ik vind, ik vind!”
Klauwtjes flitsten.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie