Home

‘Bezuinigen? Harder werken? De mensen willen zekerheid, meer gelijkheid en samenwerking’

Rens van Tilburg | econoom Nederlanders zijn al zeker twintig jaar klaar met de prestatiemaatschappij, blijkt uit onderzoek. Toch doen bestuurders maar weinig met dat signaal. Econoom Rens van Tilburg dompelde zich onder in de geschiedenis van het samenwerken. „Het goede nieuws is dat er voor bijna iedereen iets te winnen valt.”

Econoom Rens van Tilburg pleit in zijn boek Alles voor elkaar voor minder individualisme en meer samenwerking.

Kijk om je heen en zie een wereld die drijft op concurrentie, op groei, op prestaties en op groeiende vermogens. Met burgers die steeds langer en harder moeten werken, steeds productiever moeten zijn en die dag in dag uit verleid worden om te consumeren, vliegreizen te maken, nieuwe auto’s, keukens, gadgets aan te schaffen – terwijl de ongelijkheid toeneemt.

Vraag Nederlanders naar hun ideale wereldbeeld, en ze schetsen een heel andere wereld dan die waarin ze leven. Ze willen meer gemeenschapszin, een samenleving waarin mensen elkaar aanspreken op gedrag, met initiatieven om de eigen woon- en leefomgeving te verbeteren. Ze willen leven in een zorgzame regio.

Die kloof, tussen de wereld waarin we leven en de wereld die we wensen, staat centraal in het boek dat econoom Rens van Tilburg (1974) onlangs publiceerde. Alles voor elkaar, zoals hij het heeft gedoopt, is een aanstekelijk pleidooi voor een andere blik op de wereld om ons heen. Voor minder individualisme en meer samenwerking. Voor kleinschaligheid en een gezond en duurzaam bestaan.

Startpunt van zijn analyse is een onderzoek dat het Milieu- en Natuurplanbureau (voorloper van het Planbureau voor de Leefomgeving) in 2004 onder duizenden Nederlands hield. De vraag was simpel: in welke wereld leef je het liefst? Voor de zorgzame regio koos liefst 45 procent, ook als die aantoonbaar minder materiële welvaart oplevert dan de prestatiemaatschappij. Twee andere alternatieven (mondiale solidariteit, en veilige regie) scoorden respectievelijk 22 en 27 procent. Slechts 6 procent van de ondervraagden koos voor het scenario van de mondiale markt, de prestatiemaatschappij.

Het zette Van Tilburg aan het denken. Als econoom beweegt hij zich al zijn hele werkzame leven rondom het centrum van de macht. Daar zag hij hoe bestuurders worstelen met hun antwoord op een almaar verder radicaliserend electoraat. Waarom, om het in zijn woorden te zeggen, blijven bestuurders vasthouden aan de wereld als een markt waarop het ‘ieder voor zich’ is, in plaats van ‘alles voor elkaar’?

Al ruim twintig jaar is duidelijk dat 94 procent van de Nederlanders zich afkeert van de prestatiemaatschappij. Toch zitten we daar nog middenin. Hoe kan dat?

„Het is de afgelopen decennia een enorm dominant perspectief geworden. En eerlijk gezegd, het heeft zeker veel gebracht; concurrentie maakt ook iets goeds los in mensen. En door de groeiende welvaart waren die jaren tachtig en negentig een vrolijke tijd. Maar onderhuids groeide de onrust, nam de economische ongelijkheid toe, werd de sociale zekerheid deels afgebroken, kwamen er meer ‘verliezers’ van dat economische model die zelf niet meer in staat waren zich daaraan te ontworstelen.”

Hoe verklaar je die omslag in het denken?

„Het bizarre was dat de bevolking na twintig jaar ongebreidelde groei en toegenomen welvaart in 2004 – twee jaar na de opkomst van Pim Fortuyn en de moord op hem, toen de hele Nederlandse politiek verlamd was door de polarisatie – een eenduidig signaal afgaf. Een wereldbeeld dat aantoonbaar minder rijkdom opleverde, maar aandacht had voor ‘meer lokaal’ en ‘meer solidariteit’, won het met vlag en wimpel van de prestatiemaatschappij. Fortuyn wordt nu vooral herinnerd om zijn harde migratiestandpunt, maar een centraal thema was ook de verweesde samenleving, het verlies van geborgenheid en herkenning. Dat had deels met migratie te maken, maar het was veel breder dan dat.”

Puberteit van de mensheid

Op Van Tilburgs initiatief zitten we op een woensdagochtend in de lobby van hotel Krasnapolsky in Amsterdam. NRC had hem gevraagd een interviewlocatie te kiezen die als kleurrijke achtergrond bij zijn verhaal kan dienen. Het sjieke ‘Kras’ als kathedraal van de prestatiemaatschappij? Nee, het gaat Van Tilburg om de roemruchte omgeving en het plein voor het hotel, de Dam. Dat biedt juist een doorkijkje naar „een paar van de meest wilde momenten in de puberteit van de mensheid”, aldus Van Tilburg. Historische gebeurtenissen die leidden tot ‘Grote Veranderingen’ in de maatschappij.

„De Beeldenstorm van 1566, het volksprotest tegen de Spaanse overheerser, trof ook de Oude Kerk hier vlakbij. En een paar straten verderop, op de hoek van de Oude Hoogstraat en de Kloveniersburgwal, had de VOC – ’s werelds eerste beursgenoteerde onderneming – zijn Amsterdamse Kamer. Daar leerden mensen dat je financiële verantwoordelijkheid slim kunt verdelen. En daar, op de plek van het huidige Koninklijk Paleis, stond vroeger het Amsterdamse stadhuis waarin de wisselbank was gehuisvest, historisch gezien de eerste centrale bank ter wereld. Die schepte orde in de wilde wereld van het geld. En in revolutiejaar 1848 was er het Damoproer met tientallen arrestaties, waarbij de bevolking zich verzette tegen koning Willem II. Dat leidde uiteindelijk mede tot de Nederlandse Grondwet en daarmee tot de basis van de verzorgingsstaat. En tegenwoordig staat de Dam elke dag vol met groepen die protesteren: tegen klimaatverandering, tegen internationaal onrecht.”

In plaats van door te modderen op de huidige weg is ook nu een groot gebaar nodig, vindt Van Tilburg. „Maar wel een dat aansluit bij het wezen van de mens, die aantoonbaar beter, gelukkiger en gezonder wordt als hij samenwerkt. Een manier van leven die diepgeworteld is in de menselijke natuur.”

De mens is hardwired, geprogrammeerd, om een softie te zijn, aldus Van Tilburg. Hij trekt in zijn boek lange lijnen vanaf het ontstaan van het leven op aarde, waarbij samenwerking tussen eencelligen en bacteriën cruciaal was voor de ontwikkeling van organismes, via samenwerkingsverbanden in de tijden van jagers en verzamelaars, naar sociale experimenten waaruit blijkt dat mensen al op zeer jonge leeftijd diepsociale wezens zijn, die intuïtief een afkeer hebben van onrechtvaardig grote ongelijkheid.

In je boek maak je aannemelijk dat die brede wens van de bevolking helemaal niet zo gek is. Die sluit aan bij wat de mens van nature het liefst wil, zeg je.

„Burgers weten heel goed wat ze willen. Alleen, bestuurders luisteren daar niet goed naar. Die zitten vast in een westers wereldbeeld waar we in meerderheid vanaf willen. Onze bestuurders denken nog steeds dat ze het volk het best bedienen als ze er maar voor zorgen dat de mensen zo rijk mogelijk worden. En Nederlanders behoren tot de rijkste mensen van de wereld, dus gaat het goed met Nederland. Alleen: Nederlanders vergelijken zichzelf niet met de armere mensen in Afrika of in Azië, ze vergelijken zichzelf met andere Nederlanders. Met hun buren, hun stadgenoten. En daar zien ze dat zij het minder goed hebben, en dat de zekerheden die ze dachten te hebben – zoals een AOW, goede betaalbare zorg en woningen – uit beeld raken.

„Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau laat zien dat Nederland weer een klassenmaatschappij is. De kans om van een dubbeltje een kwartje te worden, is de afgelopen jaren kleiner geworden. Als je mensen vraagt wat zij een acceptabele vermogensongelijkheid vinden, noemen ze een verdeling die mijlenver afligt van de werkelijkheid. In Nederland heeft de 10 procent rijkste mensen meer dan de helft van het vermogen. De onderste 40 procent van de bevolking heeft per saldo schulden. Dat botst enorm. Er is een groep van zo’n drie miljoen mensen in Nederland die structureel achterblijft bij de rest. Maar in plaats van dat probleem aan te pakken en de belastingen eerlijker te maken, klinkt vanuit Den Haag alleen maar dat er meer bezuinigd moet worden, dat het allemaal minder wordt, en dat je harder en langer moet werken. Dat brengt de bevolking in een permanente staat van onrust.”

Hoe kan het dat de wens om naar die andere samenleving te gaan, zich niet vertaalt in een verkiezingsuitslag waarmee die werkelijkheid kan worden? Waarom is er geen partij die dat gewenste wereldbeeld als centraal programma heeft?

„Er is wel degelijk ingespeeld op die wens. Fortuyn noemde ik al, maar ook de SP onder Emiel Roemer wist een snaar te raken; die gingen lang aan kop in de peilingen. Geert Wilders slaagt er ook in om de wens voor lokale, regionale solidariteit te koppelen aan het besef dat de eigen cultuur actief beschermd moet worden. Het drama is dat, als de PVV de grootste partij wordt, die samen gaat werken met rechtse partijen. Het enige wat er dan overblijft, is de roep om de grenzen te sluiten. Het sociaal-economische programma gaat als eerste overboord.”

Je zou ook kunnen zeggen dat linkse, progressieve partijen misschien wel naar de sociaal-economische wensen geluisterd hebben, maar de roep om eigenheid in cultuur hebben verwaarloosd.

„Zeker, dat kan links zichzelf ook aanrekenen. Progressieve partijen voelen altijd eerst de behoefte de onwaarheden rondom het asieldebat recht te zetten. En terecht; de problemen in de zorg, op de huizenmarkt, die komen niet allemaal door migratie. Maar dan zit je in de publieke opinie direct in het hoekje dat je tegen inperking van migratie bent.

„Ter verdediging van links: het is niet zo dat partijen als Pro niets willen doen aan arbeidsmigratie. Zij willen ook al jaren laagwaardige arbeidsmigratie aan banden leggen. Maar links is van oudsher meer internationaal georiënteerd, bij de PvdA zingen ze De Internationale. En dat is ook een goede invalshoek: als je klimaatproblemen wilt oplossen, kun je dat alleen maar in internationaal verband doen. Dan moeten de armste landen wel een perspectief op duurzame groei hebben. Maar het is ook waar dat de linkse partijen te weinig aandacht hebben gehad voor de sociale behoeftes in eigen land, de geborgenheid en de wens om de eigen cultuur te behouden.”

Als de politiek het laat afweten, hoe komen we dan ooit bij de wereld terecht die de meerderheid wenst?

„We hebben nu een unieke kans om dat te doen. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid hebben we de middelen om voor alle wereldbewoners een fijn en fatsoenlijk leven te organiseren. We kunnen een smakelijk menu samenstellen waar alle mensen op de wereld gezonder van worden, dat ook nog duurzaam is. Maar het antwoord van veel regeringen is tot nu toe: ‘Hartstikke mooi, zo’n geborgen samenleving met bestaanszekerheid, maar we kunnen ons dat nu nog eventjes niet permitteren. Daarvoor is nog meer groei nodig.’ Maar die groei levert ons weinig op in termen van geluk en welzijn. Dus moeten we kiezen. Welke economische activiteiten, welke economische groei willen we wel hebben, en waarvan vinden we het niet erg als het gaat verdwijnen? Sectoren die nu draaien op laagwaardige arbeidsmigratie bijvoorbeeld.”

Toch zal het voor veel mensen aanvoelen als een pleidooi waarbij de overheid mensen gaat verbieden om hun leven te leiden zoals ze willen. Is dat de juiste weg?

„Ik zie dat precies andersom. We worden nu juist met heel veel reclame een kant op geduwd waar we aantoonbaar niet gelukkiger van worden. Dat is een vals verhaal. Het wordt ons aangepraat dat je pas echt lekker vakantie kunt vieren als je in Thailand bent. Terwijl dat natuurlijk helemaal niet waar is. De dingen die je echt nodig hebt voor een fijne vakantie, zijn ook veel dichterbij te vinden. En dat besef ís er ook. Niet voor niets wijzen mensen de prestatiemaatschappij af, terwijl duidelijk is dat ze daarmee fors rijker zouden zijn dan in het scenario van de zorgzame regio.

„Het probleem is niet dat de welvaart kleiner moet in Nederland, maar dat die eerlijker verdeeld moet worden. Dus ja, de meest welvarende Nederlanders zullen financieel iets in moeten leveren, maar ze krijgen er veel belangrijker zaken voor terug: een gezonder, veiliger, gelukkiger en socialer leven . Uit onderzoek blijkt dat mensen met lage inkomens een groter deel van hun geluk halen uit sociale bronnen dan uit materiële bronnen. Ze zijn socialer, stoppen vaker voor een zebrapad, brengen meer tijd door met andere mensen en zijn empathischer. Dat ligt allemaal voor het oprapen voor de mensen met hogere inkomens als we de welvaart beter verdelen.”

Is jouw boek niet ook weer een voorbeeld van de valkuil van links? Als we het nu maar goed uitleggen aan de mensen, volgen ze ons vanzelf?

„Dat is de mantra van de bestuurders, links en rechts, van de afgelopen twintig jaar. Het gaat er juist om dat de elite voor de verandering eens echt gaat luisteren, echt probeert te begrijpen waarom zoveel mensen dit systeem afwijzen. Dat is wat ik de afgelopen jaren heb proberen te doen, met dit boek als resultaat. Daarbij dacht ik eerst dat ik zou moeten gaan bepleiten het publieke belang voor het eigenbelang te laten gaan, dat mensen individueel iets zouden moeten inleveren om een hoger doel te bereiken. Maar de grootste ontdekking voor mij was dat dit niet zo is. Er is voor bijna iedereen meer te winnen bij een omslag naar een zorgzame samenleving.”

CV Rens van Tilburg

Rens van Tilburg (1974) was rond de eeuwwisseling medewerker van de GroenLinks-fractie in Brussel en Den Haag. Aansluitend werkte hij bij het Innovatieplatform, een organisatie die als doel had de Nederlandse economie innovatiever en concurrerender te maken. Vervolgens gaf hij, tot twee jaar geleden, vijftien jaar lang leiding aan het Sustainable Finance Lab aan de Universiteit Utrecht. Van Tilburg werkt sinds kort bij onderzoeksbureau TNO. Alles voor elkaar is zijn eerste publieksboek.

Metro en kantoren op de Zuidas, het zakendistrict van Amsterdam.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Sociale zekerheid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next