Beladen erfgoed De verkoop van de bunker van nazi-Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart – met een dak van vier meter dik beton – is ontaard in gedoe. Een partij werd uitgesloten, omdat ze de regels uit de verkoopbrochure zou hebben overtreden. Maandag werd dat aangevochten bij de rechter.
De bunker van Seyss-Inquart – gecamoufleerd als boerderij – ligt op landgoed Clingendael en dateert uit de Tweede Wereldoorlog.
Dat de verkoop van juist deze bunker tot ophef zou leiden, leed geen twijfel. Want de schuilplaats in park Clingendael, op de grens van Wassenaar en Den Haag, is géén gewone bunker. Hij werd gebouwd in opdracht van Arthur Seyss-Inquart, die als Rijkscommissaris van Nederland in de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk was voor de deportatie van meer dan honderdduizend Joden.
Dus de vraag wat met zulk ‘beladen erfgoed’ zou gebeuren, houdt historici en omwonenden in beide gemeenten al sinds 2019 bezig. Ook omdat het als boerderij gecamoufleerde gebouw niet makkelijk een andere bestemming kan krijgen, met een dak van vier meter dik beton. En wie kon aan alle voorwaarden van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voldoen, dat als eigenaar de bunker afstoot, omdat hij sinds 2013 niet meer door defensie wordt gebruikt? Een nieuwe eigenaar moet „recht doen aan de cultuurhistorische waarden van het complex”.
Na selectie bleven twee kandidaten over, van wie één – de non-profit-erfgoedorganisatie BOEi – vlak voor er een beslissing zou worden genomen van bieding werd uitgesloten. Ze zou de regels uit het biedboek (de verkoopbrochure) hebben overtreden. Investeerder Jeroen de Wilde zou daarmee overblijven als enige kandidaat, al wil het RVB dat bevestigen noch ontkennen.
BOEi vocht het besluit van het RVB maandagochtend voor de rechter aan in een kort geding. Tijdens de zitting bleek dat de erfgoedorganisatie niet alleen „goed gescoord” had met haar ideeën over de bunker, maar ook nog eens „de meest aanvaardbare bieding” had gedaan.
Maar volgens de staat heeft BOEi zich gediskwalificeerd door tegen de regels van het biedboek in haar plannen met derden te delen en door, vier dagen voor de biedingen binnen moesten zijn, contact te zoeken met concurrent De Wilde.
Dat ontkent de organisatie niet, maar zij zegt dat een bijeenkomst van vorig jaar oktober was bedoeld als „terugkoppeling” aan de achterban, nadat ze „bij de jury” haar visie had gepresenteerd. Bovendien, zo stelde de advocaat van de BOEi, is „participatie op basis van de Omgevingswet verplicht” om draagvlak te creëren. Ook in het Europese Verdrag van Faro over cultureel erfgoed wordt dat „gestimuleerd”. Aan de basis van de plannen van BOEi ligt verder een afstudeerscriptie van een architect, die al enkele jaren online is te vinden en dus door derden kon worden gelezen.
Directeur Arno Boon van BOEi wilde inderdaad praten met concurrent De Wilde, zo werd duidelijk tijdens de zitting, om te kijken of ze konden samenwerken. Maar hij had geen contactgegevens en liet een boodschap voor De Wilde achter bij een architectenbureau. Over afspraken maken over de hoogte van een bod is het in dat bericht niet gegaan, volgens de advocaat. Boon: „Een gesprek met De Wilde heeft nooit plaatsgevonden. Als hij hier in de zaal zou zitten, zou ik hem niet herkennen.”
Zowel De Wilde als een andere eerder afgevallen kandidaat, die aanwezig was bij de presentatie van BOEi, beklaagde zich bij het RVB dat de organisatie de regels overtrad door contact met de concurrent op te nemen en informatie te delen met derden. Volgens de advocaat van de staat moesten die verwijten wel worden onderzocht, en dat werd door een onafhankelijk integriteitsbureau gedaan. Op basis daarvan „was de staat genoodzaakt BOEi van de verdere procedure uit te sluiten”.
BOEi is het niet alleen oneens met de uitsluiting, maar twijfelt ook aan de héle procedure. Die zou weinig transparant zijn en bovendien niet garanderen dat de partij die wint haar plannen ook precies zo uitvoert. Daarbij wijst de organisatie impliciet naar De Wilde, die weliswaar in Den Haag monumentaal vastgoed bezit, waaronder een pand naast paleis Noordeinde, maar geen erkende erfgoedorganisatie runt.
„We zien dat het Rijk zegt dat het om erfgoedwaarde draait, maar dat het bij het afstootbeleid toch om geld draait”, zei Boon voorafgaand aan de zitting. BOEi gaf bijna vijfhonderd gebouwen een nieuwe bestemming, waaronder het voormalige logementsgebouw van de Duitse marine in Den Helder en een SS-turnhal in Ellecom. „Moeilijke monumenten zijn onze corebusiness.”
Tijdens de zitting verwees Boon naar zijn vader, die in 1933 „de verkeerde keuze maakte” en aan Duitse kant gewond raakte bij het Ardennenoffensief. „Mijn vader zei altijd hoe belangrijk een weerbare democratie was. Daar willen we op Clingendael mee aan de slag.” BOEi diende samen met Instituut Clingendael en het Atlantikwall Museum een plan in dat daarom draaide.
Wat de plannen van investeerder De Wilde zijn met de bunker, is onbekend. Het RVB wil ook daarover niets mededelen zolang de rechtszaak loopt. De uitspraak wordt verwacht op 3 november.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie