Strafbeschikking Vanwege de crisis in de strafrechtketen, wilde het College van procureurs-generaal officieren het taakstrafverbod opzij laten zetten. Na interne onrust werd het plan vlak voor de invoering geschrapt, blijkt uit interne documenten.
Het cellenblok tijdens een open dag in het Paleis van Justitie in Den Haag.
De top van het Openbaar Ministerie wilde officieren van justitie het taakstrafverbod laten negeren. Vanwege dat wettelijke verbod mogen verdachten die binnen vijf jaar meermaals hetzelfde strafbare feit plegen, slechts eenmaal een taakstraf krijgen. Officieren mochten dit verbod opzijzetten en vaker taakstraffen opleggen.
Na interne onrust en kritiek van de ondernemingsraad en hoofdofficieren werd dit plan vorig jaar op het laatste moment uitgesteld. Dat blijkt uit interne documenten die openbaar zijn na een beroep op de Wet open overheid (Woo) door NRC.
Het voornemen hing samen met de koerswijziging van het Openbaar Ministerie om verdachten van veelvoorkomende criminaliteit veel vaker zelf te gaan bestraffen. Sinds 2008 kan het OM buiten de rechter om boetes en taakstraffen opleggen via een strafbeschikking.
Het College van procureurs-generaal vaardigde vorig jaar februari de instructie uit om die strafbeschikking veel vaker in te zetten, te beginnen met vermogensdelicten zoals diefstal en heling. Officieren is opgedragen verdachten van zulke strafbare feiten slechts bij zeer hoge uitzondering voor de rechter te dagen. Het College wil dat de strafbeschikking binnen enkele jaren dé norm wordt voor het bestraffen van ‘lichte’ strafbare feiten waarop maximaal zes jaar celstraf staat.
Die nieuwe koers leidde vorig jaar tot kritiek van de rechtspraak die er onder meer op wees dat met de nieuwe werkwijze de celstraf voor bepaalde delicten de facto werd afgeschaft. Ook politiek klonken zorgen, onder meer over het buitenspel zetten van de rechter, lichtere straffen en de gebrekkige openbaarheid rond strafbeschikkingen die achter gesloten deuren worden opgelegd.
Met een beroep op de Wet open overheid wilde NRC meer zicht te krijgen in de totstandkoming van het nieuwe OM-beleid. Uit de interne stukken blijkt het College zeer ontevreden te zijn over het functioneren van de Nederlandse strafrechtketen. Daar gebeurt met 80 procent van de aangiftes niets, duurt het „ongekend en onbillijk lang” voor een verdachte voor de rechter staat en ondergaan duizenden veroordeelden – vanwege het cellentekort – hun straf überhaupt niet.
„Daardoor blijven te veel burgers in de kou staan”, schrijven voorzitter Rinus Otte en collegelid Sue Preenen in een notitie van oktober 2024 voor een ‘heidag’ van hun College van procureurs-generaal – waar het nieuwe beleid geboren wordt. Ze wijzen op enquêtes waaruit blijkt dat bijna de helft van de bevolking geen vertrouwen heeft in de manier waarop misdaad in Nederland wordt bestreden.
Volgens Otte en Preenen heeft het OM „de maatschappelijke verplichting” iets aan de problemen te doen. „Een andere aanpak is vereist, omdat er nu te veel zaken niet van een strafrechtelijk antwoord worden voorzien.” Een aanpak die bovendien niet afhankelijk is van de haperende rechtspraak en gevangeniswezen: de strafbeschikking, „hèt middel om effectief en tijdig recht te doen”.
Het College constateert dat het OM de meeste invloed kan uitoefenen op veel voorkomende ‘lichte’ criminaliteit waarop maximaal zes jaar celstraf staat. Daar kan het OM immers de strafbeschikking inzetten en zelf straffen opleggen. Het betreft ook nog eens 80 procent van alle zaken die het OM binnenkrijgt.
De koerswijziging om vol voor de strafbeschikking te gaan, heeft als consequentie dat sommige straffen lager zullen uitvallen, voorziet het College. Het OM mag immers geen gevangenisstraf opleggen, dat is voorbehouden aan de rechter. De OM-top ziet dat echter niet als een probleem. Ze geeft „een prominenter maatschappelijk gewicht” aan het sneller bestraffen van meer verdachten. En door zo veel mogelijk lichte zaken zelf af te doen, komt bij de rechter bovendien meer zittingsruimte vrij voor ernstigere en complexe strafzaken.
De taakstraf is de zwaarste straf in het sanctiepalet van het OM. Onderdeel van het plan om de strafbeschikking veel vaker in te zetten is dat officieren het taakstrafverbod mogen gaan negeren. Dat is weliswaar „contra legem” – tegen de wet in – maar het College vindt het te rechtvaardigen omdat de rechtsorde ermee gediend is.
Vanwege de ‘code zwart’ in het gevangeniswezen en de „voortdurende beperkte zittingscapaciteit” bij de rechtspraak komen veel verdachten überhaupt niet voor de rechter en ontkomen veroordeelden aan het uitzitten van hun celstraf. Met een strafbeschikking krijgen verdachten in ieder geval daadwerkelijk een uitvoerbare straf opgelegd en dat sluit aan bij de plicht van het Openbaar Ministerie om de rechtsorde strafrechtelijk handhaven, zo redeneert de OM-top.
Dat het College voor officieren van justitie de mogelijkheid schept zich niet aan het Wetboek van Strafrecht te houden, valt intern echter niet goed. Nadat in december 2024 de College-plannen breder gedeeld worden, komen verschillende parketten, hoofdofficieren en de ondernemingsraad in het geweer. Op het laatste moment, vier dagen voor de invoering van het nieuwe strafbeschikkingenbeleid, maakt het College een pas op de plaats. Het negeren van het taakstrafverbod wordt uit de plannen geschrapt. Een interne commissie krijgt de opdracht eerst nader onderzoek te doen naar de „implicaties en gevolgen” daarvan.
Voor verdachten is die last-minute aanpassing goed nieuws. College-voorzitter Otte schrijft aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). dat het aangepaste beleid zal „leiden tot lagere straffen voor veelvoorkomende vermogensdelicten”.
Otte waarschuwt het CJIB er rekening mee te houden dat meer geldboetes zullen worden opgelegd. Door vaker een geldboete op te leggen, wil het OM voorkomen dat bij volgende vergrijpen van een verdachte het taakstrafverbod geldt. En vanwege het draagkrachtbeginsel – dat verplicht rekening te houden met de financiële mogelijkheden van een verdachte – zal bovendien „vaker gekozen worden voor (lichtere) geldboetes”.
Uit de interne stukken, waaronder mails van de ondernemingsraad, blijkt dat de onvrede over de Collegeplannen rond de strafbeschikking zich ook op twee andere onderdelen richt. Om ervoor te zorgen dat de tien landelijke arrondissementsparketten ook daadwerkelijk meer strafbeschikkingen opleggen, wil het College een ‘bonus/malus-prikkel’ invoeren. Parketten die niet minimaal 22 procent van de zaken met een strafbeschikking (of supersnelrecht) afdoen worden met 1 procent gekort op het budget. Als bonus kunnen parketten meer zittingen bij de politierechter verdienen.
Om de koers naar meer strafbeschikkingen „extra kracht” bij te zetten wil het College bovendien een drempel opwerpen om verdachten voor de rechter te dagen. Dat besluit mag voortaan alleen nog maar genomen worden nadat een (adjunct)officier heeft overlegd met een ‘kwaliteitsofficier’. Daarvan zijn er slechts enkelen per parket.
Ook dit plan valt intern slecht, blijkt uit memo’s en mails. Het College besluit daarop het ‘vierogenprincipe’ ruimer te maken: overleg met een reguliere arrondissementsofficier volstaat. De bonus/malus-prikkel blijft wel overeind.
Een woordvoerder laat desgevraagd weten dat besloten is die prikkel in 2025 niet toe te passen vanwege de maandenlange ICT-problemen die ontstonden na een hack bij het OM. Volgens de woordvoerder was het de bedoeling het taakstrafverbod ‘slechts’ „tijdelijk op te schorten”: zo lang de capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen aanhouden. Ze benadrukt dat in het oorspronkelijke plan officieren niet werden verplicht het taakstrafverbod te negeren, maar daar „rekening houdend met de belangen van het slachtoffer en de samenleving” toe zouden mogen overgaan.
Hoewel de interne commissie zich nog buigt over het negeren van het taakstrafverbod en daarover eind 2026 advies uitbrengt, laat College-voorzitter Rinus Otte via zijn woordvoerder weten dat het taakstrafverbod overeind zal blijven. Mede vanwege „het toenmalige onbegrip” ziet Otte „weinig heil meer” in het scheppen van de mogelijkheid voor officieren om van het taakstrafverbod af te wijken. „Het is teveel gedoe voor te weinig rendement.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie