Home

Overheden zijn beter voorbereid op economische crises dankzij het werk van deze Nobelprijswinnaars

Nobelprijs Economie Woorden doen ertoe, ook in de wereld van economen. Nobelprijswinnaars Robert E. Hall en Michael Woodford legden met onderzoek naar consumenten en bedrijven een steviger fundament onder overheidsbeleid om de economie te stabiliseren. En ze redden Keynes van de vergetelheid.

Het had eind jaren zeventig niet veel gescheeld of de nalatenschap van de vermaarde econoom John Maynard Keynes (1883-1946) was op de mestvaalt van de geschiedenis beland. Decennialang had zijn interventietheorie van de zichtbare hand van de overheid – die ingrijpt als de onzichtbare hand van de markt het laat afweten – stand gehouden. Ging het economisch slecht, dan moest de overheid juist geld uitgeven om de groei aan te jagen. Met gerichte interventies konden overheden en centrale banken de economie stabiliseren, inflatie beteugelen, werkloosheid verminderen. Dat werkte goed, tot de oliecrisis in de jaren zeventig.

Toen ging het klassieke keynesiaanse model aan diggelen. Hoewel de overheid ingreep, stagneerde de groei, bleef de werkloosheid hoog, en steeg de inflatie tot boven de 10 procent, ondanks verwoede renteverhogingen van de centrale banken. De macro-benadering die tot dan toe had gewerkt, bleek niet meer goed toepasbaar op de economische werkelijkheid. De onzekerheid bij burgers en bedrijven over de toekomst was zo groot, dat ze ongevoelig werden voor beleid. En de klassieke keynesiaanse stabiliseringsmethodes hadden volgens velen meer kwaad dan goed gedaan.

Het leidde tot de opkomst van gedragseconomie en bijna tot de ondergang van macro-economische modellen. Het is mede te danken aan de Amerikaanse economen Robert E. Hall (geboren in Palo Alto, 1943) en Michael Woodford (Chicopee, 1955) dat het keynesiaanse model het alsnog gered heeft. Zij wonnen maandag de Nobelprijs voor Economie voor hun onderzoek naar „micro-economische grondslagen van macro-economische stabilisatie”, zoals het Nobelprijs-comité het noemt. In mensentaal: hoe het economisch gedrag van individuele burgers en bedrijven van invloed is op de effectiviteit van het ingrijpen van overheden en centrale banken in hun streven naar economische stabiliteit.

Omkering van bewijslast

Hall legde in 1978 de basis voor de consumptie-kant, ofwel de vraagzijde van de nieuwe theorie. Woodford vulde dat in 2003 aan met de aanbodzijde, ofwel bedrijfsmatige invalshoek. Kern in beider onderzoeken is dat burgers en bedrijven een deel van hun beslissingen baseren op verwachtingen voor de toekomst en niet alleen op de huidige situatie. Maar toekomstverwachtingen van huishoudens en bedrijven laten zich moeilijk voorspellen.

Hall toonde dat aan met een uiterst ingenieuze omkering van de bewijslast: hij bewees dat gegeven de huidige consumptie, de toekomstige consumptie onmogelijk te voorspellen is. Nieuwe informatie, die in de toekomst besloten ligt, was voor een substantieel deel van de huishoudens zeer bepalend voor de richting waarin consumptie zich bewoog. Dat inzicht is een belangrijk onderdeel van de macro-economische modellen die tegenwoordig door centrale banken en ministeries van Financiën worden gebruikt.

Een kwart eeuw later deed Woodford een vergelijkbare ontdekking op basis van micro-economisch onderzoek naar bedrijven. Ook die hielden in het bepalen van hun prijzen meer rekening met het verwachte toekomstige beleid (of verwachte gedrag van hun concurrenten) dan tot dan toe werd aangenomen. Woodford, die vanuit New York inbelde bij de bekendmaking van de prijs, zei dat hun werk vooral bedoeld was om duidelijk te maken dat beleid niet alleen moet gaan over „het overhalen van hendels om de economie te controleren”, maar dat beleidsmakers ook „met het publiek moeten kunnen praten over wat ze doen”. Het oude keynesiaanse model was te veel een ondoorgrondelijke black box. Het nieuwe was gestoeld op daadwerkelijke economische handelingen.

Hiermee legden Hall en Woodford de basis voor het nieuwkeynesiaanse paradigma, waarin modellen worden gebouwd op microfundamenten, oftewel van onderaf. „Door modellen te gebruiken die op deze aanpak gebaseerd zijn, in plaats van de economie simpelweg vanuit een macro-perspectief te bestuderen, zoals vanuit vogelperspectief, heeft het onderzoek van Hall en Woodford een paradigmaverschuiving teweeggebracht in de theorie van stabilisatiebeleid”, aldus het Nobel-comité.

Crises duren minder lang

Niet alleen redden zij daarmee Keynes van een roemloze aftocht, ze legden de basis voor centrale banken en regeringen om transparant en geloofwaardig te communiceren over hun beleid. Verwachtingenmanagement werd onderdeel van het gereedschap om macro-economische stabiliteit te behouden. Een mooi voorbeeld daarvan is de forward guidance van centrale banken: die communiceren niet alleen een rentebesluit, maar geven in een toelichting daarop ook vaak de richting van waar het met het rentebeleid heen zal gaan de komende maanden. Het brengt rust in de markten en helpt burgers en bedrijven hun economisch handelen af te stemmen op de verwachte toekomst.

Desgevraagd zei Woodford dat hij de financiële crisis van 2008 de ultieme test vond voor hun model. Anders dan het oude keynesiaanse model, dat in 1970 instortte onder druk van een economische crisis, bewees het model van Hall en Woodford in die 21ste eeuwse crisis juist zijn waarde. „De rente daalde in reactie op de crisis heel snel naar nul om de vraag weer aan te jagen, maar dat bleek niet voldoende”, aldus Woodford. „Ook toen de rente al op nul procent stond, konden centrale banken invloed op burgers en bedrijven blijven uitoefenen door forward guidance.”

Het Nobelcomité is dat met hem eens: „Het onderzoek van de Nobelprijswinnaars heeft het mogelijk gemaakt om grote macro-economische crises veel effectiever te beheersen dan voorheen.” Daardoor hadden de pandemie en de energiecrisissen van de afgelopen jaren niet zulke langdurige gevolgen voor de groei en inflatie hebben gehad als bijvoorbeeld de oliecrisis of die van de jaren dertig. „Recessies en periodes van hoge inflatie zijn niet verdwenen, maar ze duren minder lang.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next