The Drama Theatermaker Florian Myjer maakte een voorstelling over de Nederlandse klassenmaatschappij. The Drama confronteert het publiek met privilege, empathie en de vraag hoe goed we de ander werkelijk kunnen begrijpen.
Gespreksleider Desta (Quiah Shilue) hoopt op een geslaagde avond.
„De Nederlandse klassenmaatschappij is misschien wel een van de grootste ongelijkmakers in onze samenleving”, zegt regisseur Florian Myjer (34), terwijl hij tussen het monteren van zijn voorstelling door nog even snel een broodje eet. „Maar we praten er te weinig over.” In zijn theatervoorstelling The Drama van Theater Oostpool, die 10 oktober in première ging, legt hij daarom klasse en privilege op het hakblok.
Klasse gaat volgens Myjer over meer dan je financiële positie. Ook je diploma’s, culturele bagage, netwerk en huidskleur bepalen je kansen in de Nederlandse maatschappij. „Klasse omvat echt bijna alles, dat wordt geregeld onderschat.”
„Bij een klassenmaatschappij denken we aan het hoffelijke Frankrijk of Engeland”, zegt Myjer. „Maar Nederland? Wij zijn toch egalitair?” Die overtuiging houdt een blinde vlek in stand: „Ook in Nederland maakt het uit waar je wieg staat.” Met The Drama wil hij die onzichtbare scheidslijnen blootleggen.
In The Drama krijgt het gesprek over de klassenmaatschappij de vorm van een debatavond. Vier academische figuren met zeer uiteenlopende perspectieven vechten om de sprekersmicrofoon. Veldonderzoeker Nadja (Claire Bender) gelooft in de zelfredzaamheid van de mens: die moet je niet als willoos slachtoffer neerzetten. Academicus Frank (Eelco Smits) vond vroeger altijd dat mensen, hoe verschillend ook, heel veel gemeen hebben, maar greep na zijn onderzoek naar de fles. De activistische filmmaker Kaan (Sidar Toksöz) ziet de hogere milieus liever branden. En gespreksleider Desta (Quiah Shilue) moet de avond tot een goed einde brengen, al heeft ook zij daarvoor haar eigen redenen.
Hun botsende perspectieven leggen verschillende kanten van klasse bloot: de behoefte om erbij te horen, de vooroordelen, en de grenzen van solidariteit. Terwijl de sprekers het onderwerp ontleden, komen ook hun eigen posities ter discussie te staan. In hoeverre is verbinding mogelijk met degene die ogenschijnlijk ver van je af staat?
Van links naar rechts: Desta (Quiah Shilue), Rosie (Tessel Rietman), Frank (Eelco Smits), Nadja (Claire Bender) en Kaan (Sidar Töksöz).
Tijdens de tweede montagedag in Theater Oostpool in Arnhem ijsberen de acteurs over het podium terwijl ze hun teksten steeds opnieuw aan zichzelf voorlezen. De lange monologen zijn niet gemakkelijk te onthouden. Er worden handenklapjes gedaan om de energie op peil te houden. Myjer trekt een pruik recht.
De lange teksten die de debatvorm met zich mee brengt, vormen voor zowel acteurs als regisseur een uitdaging. „De eerste doorloop was drie uur lang. Soms voelt het alsof ik een beest aan het temmen ben”, vertelt Myjer. Zware monologen en politieke vernuftigheid zijn anders dan het frivole Pride & Prejudice dat hij eerder regisseerde. Toch is de debatvorm volgens hem uiterst geschikt om dit onderwerp aan te snijden. De sprekers moeten hun standpunten verdedigen, terwijl ze zich verhouden tot de formele spelregels en conventies van een debatavond. „Dat laten we natuurlijk ontwrichten”, hij knipoogt. „Gegarandeerd drama.”
Myjer poogt met The Drama de ingewikkeldheid van ‘het verdiepen in de ander’ te illustreren. Het personage Kaan fileert het idee dat empathie voldoende is om de maatschappij beter te maken. „Het enige wat geofferd wordt is een vrije middag om naar een demonstratie te gaan, of er wordt een boekje gelezen over iemands persoonlijke leed. Alsof getuige zijn van andermans lijden op zichzelf al een deugd is.” Myjer hoopt dat mensen verzonken in gedachten en gesprekken de zaal verlaten. „We proberen een soort zelfbevraging op te roepen, dat is toch de kracht van kunst.”
Maar die zelfbevraging kent ook ongemak. Want wie een verhaal over klasse op het toneel brengt, moet oppassen niet te doen alsof hij weet hoe het is om uit een ander milieu te komen, zegt Myjer. Samen met tekstschrijver Marieke de Zwaan deed hij uitgebreid vooronderzoek en woog hij elke zin nauwkeurig af. „Je kan niet zomaar vertellen hoe het is om uit een bepaald milieu te komen. Je wilt verschillende ervaringen laten passeren, maar wel zo zorgvuldig mogelijk.„
Regisseur Florian Myjer
De technici lopen druk rond om gordijnen te verplaatsen, lampen aan te sturen en de muziek te laten klinken. Het decor roept tegenstrijdige connotaties op. De hoge balken, rode gordijnen en lange trap doen denken aan instituten van macht. Tegelijkertijd is de abstracte houten stellage een soort speeltuin. „We willen hiërarchie en regels uitstralen maar tegelijkertijd ook speels surrealisme.”
Die speelsheid is belangrijk voor Myjer; hij kiest voor een komische toon. Veldonderzoeker Nadja, gespeeld door Claire Bender, somt met een droge verhevenheid beelden uit de Nederlandse middenklasse op: een overvloed aan boeddhabeeldjes, uitsluitend verharde voortuinen en bordjes met „in dit huis voelen wij ons thuis”.
Die lach is nodig om bij de ernst te kunnen komen, aldus Myjer. „Anders trek je het niet twee uur lang. De spiegel moet soms ook een lachspiegel zijn.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie