Home

Defensiebedrijven zoeken personeel – en betalen 1.000 euro om een lezing te geven op de TU Delft

Technologie Defensiebedrijven breiden uit. Van Thales tot Destinus en Damen – ze zoeken aan de TU Delft naar gespecialiseerde techneuten en betalen er fors voor. Wat vinden die studenten ervan? „Als je niet aan wapens werkt, is het alternatief dat het moet worden ingekocht bij een ander land.”

Studenten Lucht- en Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft Didier van der Voort (links), Steven van de Kamp (midden) en Aryan Nokhai. Zij merken dat er veel belangstelling is vanuit de defensieindustrie voor afgestudeerden van hun opleiding.

Aryan (24), Didier (24), Steven (24) en Wessel (26) zitten te lunchen aan een formica-tafel in de aula van de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek. Op tafel liggen tassen met laptops, de jassen hangen over de stoel. Aryan glimlacht, Steven ook. De vraag was of ze zich zorgen maken over het vinden van werk wanneer ze zijn afgestudeerd. Binnen drie maanden, vertellen ze, hebben alle aerospace engineers een baan.

Ze studeren volgend jaar af op een studie die te boek staat als een van de moeilijkste van de TU Delft. En werkgevers staan voor hen in de rij. Tijdens zijn stage bij het Duitse Ampelmann, waar hij aan drones werkte, zeiden ze tegen Aryan Nokhai dat ze engineers zoeken zoals hij. Ze krijgen stuk voor stuk privéberichten van recruiters via zakelijk sociaal netwerk LinkedIn. Niet heel interessante aanbiedingen, hoor, relativeren ze meteen. Maar ze beginnen de belangstelling wel te voelen: werkgevers betalen zo’n 1.000 euro per beurt aan hun studievereniging om lunchlezingen te geven hier in Delft. En op de carrièrebeurs in februari stonden tweehonderd werkgevers te lonken naar afgestudeerden van de TU. Van vliegtuigfabrikant Airbus tot chipmachinemaker ASML en oliemaatschappij Shell. De beurs van volgend jaar is al vol en er is een wachtlijst voor werkgevers.

Steven van de Kamp, Aryan Nokhai en Didier van der Voort.

TU-afgestudeerden waren altijd al populair bij werkgevers. Maar sinds een jaar is er een nieuwe sector die aan hen trekt: defensiebedrijven. Want voor het eerst in decennia bloeit de kleine Nederlandse defensie-industrie. Het budget van het ministerie van Defensie – voor personeel en ruimte (om te oefenen) tot materieel en IT – loopt in 2027 op tot bijna 29 miljard euro. In 2023 was het nog 15 miljard. Dat betekent, onder andere, meer bestellingen bij defensiebedrijven in binnen- en buitenland.

Eind september ondertekenden de staatssecretaris van Defensie, Derk Boswijk (CDA), en de voorzitter van Universiteiten van Nederland, Caspar van den Berg, een intentieverklaring om samen meer onderzoek te doen voor de „veiligheid en weerbaarheid” van Nederland. Universiteiten werken al langer samen met Defensie, bijvoorbeeld aan technische oplossingen om het luchtruim te beschermen tegen vijandige drones. Die samenwerking wordt nu uitgebreid naar meer onderzoeksgebieden. „Denk bijvoorbeeld aan onderzoek naar maatschappelijke weerbaarheid of het detecteren van chemische strijdmiddelen”, zegt Van den Berg.

Tegelijk breiden defensiebedrijven uit en zijn ze op zoek naar afgestudeerden. De studentenpopulatie krimpt, met gemiddeld 3 procent per jaar, en het aandeel studenten dat een bèta- of technische studie volgt, is al heel lang ongeveer 28 procent. Jonge aanwas is schaars.

‘Onze technologie is al actief in Oekraïne’

Sebastien Welters (24) heeft het gemerkt. Als beginnende student Lucht- en Ruimtevaarttechniek moest hij vijf jaar geleden belangstelling wekken bij defensiebedrijven voor sponsoring van een groot project van de studievereniging Delta Aerospace Rocket Engineering (DARE). Die belangstelling was er amper. Sinds vorig jaar opeens wel. Ook melden die bedrijven zich inmiddels op carrièrebeurzen. Thales, Damen en Airbus kwamen er al langer, maar zij maken producten voor zowel de civiele als militaire lucht- en scheepvaart. Nieuwere bedrijven als Destinus, dat drones maakt, komen nu ook. „Ze vertellen bij de stand: ‘Onze technologie is al actief in Oekraïne.’ Dan weet je dat het om defensie-toepassingen gaat”, zegt student Steven van de Kamp.

Student Lucht- en Ruimtevaarttechniek Sebastien Welters (24) bouwt samen met zijn medestudenten motoren voor raketten.

De bedrijven investeren ook voor langere tijd in het contact met studenten, van één tot drie jaar. Daar betalen ze 5.000 tot 20.000 euro voor aan de studievereniging, afhankelijk van wat ze precies willen, vertelt Welters. Hoe intensiever het contact met studenten, hoe hoger de prijs. Zo is alleen een presentatie geven goedkoper dan wanneer een bedrijf ook de emailadressen van studenten wil. Sommige bedrijven geven een training over hun onderdelen en hoe die gebruikt moeten worden. „Dan komen ze direct met ons in contact en weten ze ook met wie ze later kunnen werken.”

Andere bedrijven stellen materialen ter beschikking waarmee studenten bijvoorbeeld een 3D-geprinte motor kunnen bouwen. Welters: „Dat kunnen die bedrijven laten zien aan klanten want ze kunnen wat ze voor de ene klant maken niet aan andere klanten laten zien, wegens geheimhoudingscontracten. Maar wat ze met óns maken wel. Wij eisen geen geheimhouding.”

Met zijn medestudenten van de studievereniging bouwt Sebastien Welters motoren voor raketten. Daar zijn ze volle dagen mee bezig; het lijkt meer op een hoogwaardige hobby dan op een studie. De raketmotoren testen ze op een militair terrein van defensie. Daar steken ze de motoren onder gecontroleerde omstandigheden aan, waarbij hoge temperaturen en druk ontstaan. In de loop der jaren hebben ze zoveel ervaring opgedaan dat ze, zegt Welters, „allerlei trucs hebben om ook goedkoop raketmotoren te testen”.

Niet alleen Nederlandse bedrijven willen de kennis van de raketstudenten, ook Chinese bedrijven. De ontwerpen die Welters en zijn medestudenten hebben gemaakt, stuurden ze eerst naar China om goedkoop te laten maken. Nu moeten ze op de ‘dual use‘-lijst van de Europese Unie kijken of het ontwerp naar China mag. Staat het erop, dan is de technologie ook als wapentechnologie bruikbaar en mag het er niet heen.

24 radarsystemen dit jaar

Thales, de producent van radarsystemen die ook in Hengelo zit, zoekt dan weer softwareontwikkelaars die gespecialiseerd zijn in de programmeertaal C++ en senior-systeemarchitecten. Maar die zijn lastig te vinden, vertelt Thales-woordvoerder Job van Harmelen. Het bedrijf opent volgend jaar een kantoor in Amsterdam om aantrekkelijker te zijn als werkgever.

Thales heeft wereldwijd 85.000 werknemers en een omzet van 22 miljard euro vorig jaar. Ook in Nederland groeit het bedrijf. In 2021 nam de vestiging in Hengelo 180 à 200 nieuwe medewerkers aan, dit jaar zijn dat er 520, op 1.900 in totaal.

Praktisch geschoolde jonge mensen heeft Thales ook te weinig, terwijl de vraag naar radarsystemen groeit. Het ontwerpen van een radarsysteem hoeft maar één keer te gebeuren, vertelt Van Harmelen. Maar naarmate Thales meer systemen produceert, zijn er meer praktisch geschoolden nodig om ze te bouwen en te testen. Van het GM200 MM/C-radarsysteem, dat op een vrachtwagen wordt geplaatst, maakte Thales er in 2023 nog drie. Dit jaar zijn dat er 24.

Toch groeit het bedrijf voorzichtig. „Een groot onderdeel van ons werk is kennisoverdracht. We hebben dus genoeg mensen nodig om die kennis over te brengen op nieuwe collega’s, en dat kost tijd. De meeste ervaren werknemers besteden er gemiddeld één dag per week aan. Daarom willen we niet te snel te veel nieuwe mensen aannemen.”

In het verleden was Thales ook behoedzaam met het aannemen van personeel omdat ze niet konden inschatten hoeveel werk er op de lange termijn zou zijn. „Inmiddels verwachten we dat de groei de komende tien jaar zal doorzetten. Door de toegenomen bestellingen voor scheeps-, programma- en radarsystemen.” Voor enkele functies met een veiligheidsrisico, waarbij Thales technologie ontwikkelt met de Nederlandse overheid, mag het bedrijf van de overheid alleen Nederlanders aannemen.

Scheepsbouwers gezocht

Student maritieme techniek Jesper Groenheide merkt ook groeiende belangstelling van defensiebedrijven. Afgestudeerden van die opleiding zijn schaars; de studie is een van de kleinste van de TU Delft, met zo’n 75 eerstejaars studenten. Geen andere Nederlandse universiteit biedt de opleiding aan.

Student maritieme techniek Jesper Groenheide. Veel studenten vinden volgens Groenheidedefensie nu interessant omdat ze zien dat er meer geld naartoe gaat waardoor er meer ruimte is voor innovatie.

Een aantal bedrijven zoals scheepsbouwer Damen, die de marine van schepen voorziet, sponsort hun studievereniging William Froude. En het ingenieursbureau van de krijgsmacht Commit (Commando, Materieel en IT) sponsort William Froude meer dan vroeger, zegt Groenheide: „Ze schrijven in ons tijdschrift, en komen sinds kort op onze bedrijvendag.” Veel studenten, vertelt Groenheide, vinden defensie nu interessant omdat ze zien dat er meer geld naartoe gaat waardoor er meer ruimte is voor innovatie.

Damen doet er alles aan om de zeldzame scheepsbouwers die afstuderen in Nederland – vijftien tot twintig per jaar – binnen te halen, zegt Dirk de Bruin, directeur Human Resources voor de Damengroep (12.000 medewerkers). „Dat begint al in de introductieweek – dan komen de studenten maritieme techniek bij ons op bezoek. We proberen hen tijdens de hele studie te volgen en betrekken: ze kunnen een business course krijgen, stages, afstudeerprojecten. Het is allemaal een voorportaal om bij ons te werken.” Bij Damen hebben, net als bij Thales, sommige functies een veiligheidsrisico waardoor ze er alleen afgestudeerden uit Navo-landen voor aannemen.

De schaarste aan technische studenten is al lange tijd groot, ook die met de handen werken. Damen heeft voor de bouw van marineschepen de komende jaren heel veel technische handen nodig – MBO- en vmbo-opgeleide mensen. De Bruin: „Ik verwacht dat we die in het buitenland zullen moeten halen, in Europa, omdat ze er gewoon niet zíjn in Nederland.” Damen heeft veel ervaring met Roemeense arbeidskrachten omdat in Roemenië een Damenwerf zit waar 1.700 mensen werken.

Wat willen de studenten zelf na hun studie? Interessant werk en doorgroeimogelijkheden, zeggen ze allemaal. Veel verdienen? Nee, dat vinden ze onbelangrijk. „Maar het beginsalaris is goed en daarna stijgt het”, zegt student lucht- en ruimtevaarttechniek Steven van de Kamp. Het beginsalaris schommelt rond 3.800 euro bruto per maand.

Willen deze slimme studenten wel voor defensiebedrijven werken? Er is veel geld in de defensiesector, constateert student Van de Kamp, waardoor er technisch veel mogelijk is, terwijl Defensie jarenlang weinig te besteden had. Uiteindelijk, zegt hij, ligt het eraan wat je maakt. „Als je niet aan wapens werkt, is het alternatief dat het moet worden ingekocht bij een ander land. Dus we realiseren ons ook dat je defensie nodig hebt als land.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Defensie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next