Theater In ‘Bijna een leven’ van Toneelgroep Maastricht en Stichting NOX loopt een liefdesrelatie mede op de klippen door hun woonsituatie.
Getormenteerde dertigers Yara (Sinem Kavus) en Miro (Adhem Kouta) in ‘Bijna een leven’.
van Toneelgroep Maastricht, Stichting NOX. Tekst Vera Modina , regie Zorba Huisman. Gezien: 7 oktober, Schuur. Tournee t/m 28 november.
Het is niet makkelijk om een dertiger te zijn. Dat wisten we al, maar in Bijna een leven, Toneelgroep Maastricht, naar een tekst van van Vera Morina, worden onder regie van Zorba Huisman alle clichés nog eens afgevinkt: een onzeker arbeidscontract, een torenhoge huur en de angst om achter te lopen. Herkenbaar, maar niet nieuw.
Yara (Sinem Kavus), heeft een vast contract nodig. Miro (Adhem Kouta) werkt als beveiliger bij een club. Ze wonen samen in een huurhuis. Op het sobere toneel vormen de twee een overtuigend liefdeskoppel. Een rookmachine draait overuren. Yara is ambitieus, wil verder komen in het leven en droomt van een koophuis. Miro is anders, hij is tevreden met hoe het is.
In hun gesprekken over de toekomst is de vloer een metafoor voor hun levenshouding. Yara wil (het dure) hout, Miro (het goedkope) laminaat. „Ik wil het, omdat het iets échts is”, zegt Yara. „Als je stilstaat, ga je vanzelf achteruit.”
De dialogen lopen steeds vaker uit op alledaagse ruzies, maar zwaar aangezet, omdat ze iets over Het Leven moeten zeggen. Ze volgen elkaar op in een reeks korte, fragmentarische scènes. Er is weinig adempauze, al is Miro’s hoop dat hij rijk wordt goed voor een sporadische lach.
Onverwachts raakt Yara in verwachting. Maar een kind grootbrengen in hun lekkende appartement vinden ze geen optie. De woningnood wordt zo onderdeel van een keuze voor abortus. Een interessant thema, dat onvoldoende wordt uitgewerkt en te weinig zichtbaar wordt in eventuele emotionele onrust. Er wachten weer nieuwe relatieperikelen.
Uiteindelijk besluiten de twee dan ook uit elkaar te gaan. Noodgedwongen blijven ze samenwonen, want snel een eigen huis vinden is een onmogelijke opgave.
Dan valt er met een klap een plafondplaat op de vloer. Stof dwarrelt rond. „Tja, het is een opknappertje”, zegt Yara’s makelaar, een van de drie rollen van Jack Wouterse. „Kijk, zie je daar achter die vuilverbrander dat strookje groen? Je hebt hier uitzicht op het park.”
De intrede van Wouterse in de voorstelling brengt verfrissende humor met zich mee. Hij speelt behalve de makelaar ook een collega van Yara en haar vader, en zijn gelaagde en gedurfde spel is van een aparte klasse. Ook al moet hij het als makelaar doen met een afgekloven repertoire aan teksten: de bouwval die Yara wil kopen is „een klushuis”, „typisch jaren dertig”, etc.
Pas als hij in de rol Yara’s vader de ruimte krijgt, krijgt Bijna een leven iets meer gewicht. Hij stapelt verhuisdozen vol herinneringen uit zijn leeggehaalde zolder op het toneel: een knuffel met slaapliedje, het ridderkostuum waarin Yara vroeger speelde. Uit die dozen komt langzaam de gedachte tevoorschijn waar de voorstelling naartoe wil: leef, leef nu, en kijk om je heen, in plaats van bezig te zijn met de snelheid waarmee je volwassen leven zich ontvouwt.
Levensvreugde en zelfwaarde hoeven volgens Bijna een leven niet aan een koophuis of vast contract te hangen. Sta stil bij wat je wel hebt. Want wie nooit stilstaat, kan ook niet van het uitzicht genieten.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie