Home

Nieuw wetsvoorstel heeft ‘weinig oog’ voor de behoefte van de draagmoeder die later meer contact wil met het kind

Draagmoederschap Een draagmoeder wil na de bevalling een grotere rol in het leven van haar kind dan vooraf was bedacht, maar de wensouders weigeren. Wat betekent de draagmoederwet die de Kamer binnenkort bespreekt voor vrouwen zoals zij?

Nu is de draagmoeder de juridische moeder, totdat de rechter bij adoptie vaststelt dat het kind niets meer van haar te verwachten heeft. Straks zijn de wensouders automatisch de ouders.

Twee keer per jaar vier uur. Zo vaak mag een draagmoeder het jongetje zien dat ze droeg voor twee mannen, en dat genetisch ook haar zoon is. Ze wilde een grotere rol in zijn leven dan afgesproken, maar de rechter besliste anders (zie kader).

De zaak: draagmoeder wil meer contact

Een getrouwde vrouw met drie kinderen komt online in contact met een homostel dat een draagmoeder zoekt.

De zaak: draagmoeder wil meer contact

Een getrouwde vrouw met drie kinderen komt online in contact met een homostel dat een draagmoeder zoekt.

Een getrouwde vrouw met drie kinderen komt online in contact met een homostel dat een draagmoeder zoekt. In november 2022 tekenen zij, haar man en de twee wensvaders een contract. Het kind zal bij de vaders opgroeien en altijd weten dat zij zijn biologische moeder is. Ze blijft ‘als goede vriendin’ betrokken en neemt ‘geen ouderrol’ op zich. Ze verwachten regelmatig contact, ‘zeker maandelijks’, minstens vier keer per jaar als de verhouding zou verslechteren.

In 2023 wordt een jongetje geboren, verwekt met haar eicel en het zaad van een van de mannen. Sindsdien woont hij bij de vaders. Omdat een wettelijke regeling ontbreekt, moet de rechter het ouderschap in vier stappen overdragen. De laatste stap is adoptie door de niet-biologische vader. In april 2024 stemt de draagmoeder daarmee in, in juli keurt de rechtbank Amsterdam alles goed. Definitief is dat pas als niemand binnen drie maanden in hoger beroep gaat.

Volgens het gerechtshof Amsterdam lopen ieders verwachtingen daarna steeds verder uiteen. De vrouw wil meer zijn dan de afgesproken vriendin, trekt haar toestemming voor de adoptie in en gaat in hoger beroep. In mei 2025 blokkeert het hof de adoptie: die mag alleen doorgaan als een kind niets meer van zijn ouder te verwachten heeft, terwijl zij mee wil zorgen voor zijn opvoeding. Juridisch is het jongetje nu het kind van de biologische vader, die het gezag krijgt, en van de draagmoeder. De tweede vader heeft geen juridische band met hem.

In een aparte procedure over het contact vraagt de draagmoeder om gedeeld gezag en om haar zoon om het weekend bij zich te hebben. De rechtbank Gelderland wijst dat in november 2025 af en bepaalt één zaterdag per kwartaal contact, zodat hij „weet waar zijn wortels liggen”. In hoger beroep brengt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat in mei 2026 op verzoek van de vaders terug tot twee keer per jaar vier uur, minder dan de Raad voor de Kinderbescherming adviseerde. Het hof wijst op de ernstig verstoorde verhoudingen.

De vaders vragen de Hoge Raad de adoptie alsnog toe te staan. In mei 2026 geeft de advocaat-generaal, die de Raad adviseert, hun grotendeels gelijk: het hof had moeten meewegen dat het jongetje sinds bij de vaders opgroeit ‘en dat het goed gaat met het kind’. Ze adviseert herbeoordeling van de zaak. De Hoge Raad zal naar verwachting op 27 november uitspraak doen.

Deze reconstructie is gebaseerd op de openbare, geanonimiseerde uitspraken in deze zaak.

Binnenkort bespreekt de Tweede Kamer een wetsvoorstel dat het ouderschap na draagmoederschap voor het eerst moet regelen. Tot nu toe wordt vooral gedebatteerd over trajecten in het buitenland, waar draagmoederschap vaak een commerciële industrie is. Het voorstel erkent die trajecten onder voorwaarden, critici vrezen een nieuw adoptieschandaal. Maar wat de wet betekent voor een draagmoeder in Nederland wanneer het anders loopt dan afgesproken, blijft vrijwel buiten beeld. De zaak van de draagmoeder, de twee vaders en het jongetje laat zien wat op het spel staat.

In juridische stukken heet de vrouw een ‘draagmoeder met spijt’. Een ongelukkige woordkeuze, vindt Johan den Hoed, die haar bijstaat in de cassatieprocedure die de vaders over de adoptie hebben aangespannen, zelf wil ze niet publiekelijk reageren. „Het lijkt daarmee alsof ze spijt heeft van het draagmoederschap en dat is niet zo.” Ze had niet voorzien hoeveel ze voor het kind zou gaan voelen, vertelt hij. „Het is niet dat ze haar kind terug wil, maar ze wil meer contact en nauwer betrokken zijn dan is vastgelegd.”

Britta van Beers, jurist, filosoof en hoogleraar recht, ethiek en biotechnologie aan de Vrije Universiteit, behandelt de zaak deze week in haar college. Ze is niet tegen het draagmoederschap, mits altruïstisch en vrijwillig, vertelt ze. Deze zaak laat volgens haar scherp zien wat mis kan gaan, ook als alles zorgvuldig is voorbereid. De draagmoeder had al kinderen, liet zich juridisch adviseren en legde de afspraken vast in een contract, al is dat naar huidig recht niet afdwingbaar. „En toch liep het anders”, zegt Van Beers. „Dat laat zien: wat je op papier zet, komt niet altijd overeen met hoe mensen het daarna ervaren.”

‘Een heel groot verschil’

Het recht gaat uit van een eeuwenoud principe: de vrouw die het kind baart, is de moeder. Bij draagmoederschap moet de rechter het ouderschap daarom in stappen overdragen aan de wensouders, met adoptie als sluitstuk. Intussen zorgen de wensouders al voor het kind, terwijl de draagmoeder er juridisch verantwoordelijk voor is. Volgens onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) is dat „een lange periode van onzekerheid”, waarin het kind „juist in noodsituaties” onvoldoende is beschermd. Moet bijvoorbeeld een medische beslissing over het kind worden genomen, dan mogen de wensouders die nog niet nemen.

Het wetsvoorstel draait het om. Na verplichte voorlichting en counseling stellen draagmoeder en wensouders een overeenkomst op, waarmee ze naar de rechter gaan. Keurt die het traject goed, dan kan de zwangerschap beginnen. De wensouders zijn dan vanaf de geboorte de ouders, de draagmoeder wordt nooit juridisch moeder.

„Dat is echt een heel groot verschil”, legt Van Beers uit. „Nu is de draagmoeder de juridische moeder, totdat de rechter bij de adoptie heeft vastgesteld dat het kind niets meer van haar te verwachten heeft. Straks zijn de wensouders automatisch de ouders. Wil zij dat terugdraaien, dan moet ze uiterlijk drie maanden na de geboorte bij de rechter aantonen dat dit in het belang van het kind is. Dat is een heel hoge drempel.”

De draagmoeder krijgt bewust minder ruimte. In de toelichting bij de wet staat dat een kind vanaf de geboorte zekerheid moet hebben over wie zijn ouders zijn. Daarvoor wordt „met name het recht op bescherming van het familieleven van de draagmoeder beperkt”, wat het kabinet „gerechtvaardigd” noemt. Den Hoed begrijpt die wens om zekerheid. „Maar de behoefte van de moeder om een rol te spelen in het leven van haar kind – en het belang dat het kind daarbij kan hebben – dreigt ondergesneeuwd te raken. En we hebben het hier niet over handelswaar, maar over de wezenlijke relatie tussen moeder en kind. In het wetsvoorstel is voor deze problematiek niet veel oog.”

Geen enkel zicht

Belangrijk doel van de nieuwe wet is het draagmoederschap „op een verantwoorde wijze” te laten verlopen, met een draagmoeder die vrij en goed geïnformeerd instemt. Maar, zegt van Van Beers: ”In hoeverre kun je hier geïnformeerd voor kiezen? Je stelt een overeenkomst op nog voordat je zwanger bent. Je hebt geen idee hoe die zwangerschap verloopt en hoe jij en de wensouders je gaan voelen. Je gaat uit van een papieren werkelijkheid.” Ook de rechter kan dat vooraf niet weten. „Hij oordeelt op basis van het contract, een verslag van de counselor en wat partijen zelf vertellen, en na de geboorte komt er geen rechter of counselor meer aan te pas.”

De wetenschappers die het voorstel voor de Tweede Kamer toetsten, zien hetzelfde: op wat na de eerste toetsing gebeurt, is „geen enkel zicht”. Ze adviseerden een tweede zitting na de geboorte, maar de staatssecretaris zei in april het voorstel niet te willen aanpassen. Of de Kamer daar alsnog op aandringt, blijkt in december, als zij het wetsvoorstel behandelt.

Hoe vaak draagmoederschap voorkomt, wordt niet bijgehouden. Het WODC vond tussen 2017 en 2022 minstens 165 kinderen die aldus werden geboren: 71 met een draagmoeder in Nederland, 94 met een draagmoeder in het buitenland. De onderzoekers noemen dat een onderschatting. Hoe vaak een draagmoeder na de geboorte meer contact wil dan afgesproken, is niet bekend. Pas bij „een heel groot conflict” komt dat bij de rechter, zei een medewerker van de rechtbank tegen WODC-onderzoekers. Den Hoed weet van zijn cliënt dat zij draagmoeders kent in vergelijkbare situaties. Vaak lossen ze het samen op, zegt hij. „Lukt dat niet, dan durven ze een rechtsstrijd niet altijd aan, of kunnen ze die niet betalen.”

Naar huidig recht is zo’n vooraf opgesteld contract niet af te dwingen, omdat de waardigheid en zelfbeschikking van de draagmoeder in het geding zijn, legt Van Beers uit. „In plaats daarvan passen rechters adoptierecht toe en gaan na of het kind nog wat van de biologische moeder te verwachten heeft.” 

Afspraak is afspraak

Zo bleef de draagmoeder van het zoontje juridisch moeder, want de rechter wees de adoptie af. Een ruime omgangsregeling kreeg ze echter niet. Het hof kwam uit op twee keer per jaar vier uur, nog minder dan de rechtbank had bepaald. „Dat raakt haar diep”, zegt Den Hoed. „Een kind ziet zijn moeder dan zo weinig dat het telkens opnieuw moet wennen.”

Onder het nieuwe wetsvoorstel waren beide vaders in deze zaak vanaf de geboorte de ouders geweest en was de draagmoeder nooit juridisch moeder geworden. Het terugdraaien van het ouderschap had dan niet meer gekund: de termijn van drie maanden na de geboorte was al lang verstreken toen de draagmoeder aangaf meer contact te willen. „Dan was er misschien meer duidelijkheid geweest voor het kind, maar de draagmoeder had dan geen poot meer gehad om op te staan”, zegt Van Beers. Het laat volgens haar zien hoe pijnlijk de wet kan uitpakken.

Als alles volgens plan gaat, is het wetsvoorstel goed nieuws voor alle partijen, erkent Van Beers. „Maar het recht is juist vooral van belang voor de situaties waarin dat niet het geval is.” Onder de nieuwe wet geldt de logica van het draagmoedercontract. „Dan is het: afspraak is afspraak en nu gaan we je eraan houden. Dat is toch onmenselijk?”

Het huidige systeem is ook niet zaligmakend, zegt ze, maar daar kijkt tenminste nog een rechter mee. Of dit juridisch überhaupt valt op te lossen, betwijfelt Van Beers. „Het kan altijd misgaan, en dan moet je niet denken dat je dat waterdicht maakt met een procedure waarin de rechter voorafgaand aan de zwangerschap beslist. Dit laat zich niet contractueel temmen.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next