Jaarvergadering IMF Oplopende overheidsschulden zijn een belangrijk thema bij de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds in Thailand deze week. Het Nederlandse IMF-bestuurslid Marnix van Rij verwacht niet dat schuldenland Frankrijk in een crisissituatie zal aankloppen bij het Fonds.
CDA’er Marnix van Rij, oud-staatssecretaris voor Fiscaliteit, is nu bestuurder bij het Internationaal Monetair Fonds.
Op het kruispunt in Bangkok waaraan het hotel van Marnix van Rij ligt, raast het drukke verkeer voort, onder viaducten door waar metro’s op rijden. In het hotel zelf heerst een weldadige rust. Voordat maandag de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds begint, blikt het Nederlandse IMF-bestuurslid tijdens een Thaise lunch vooruit op het evenement dat duizenden deelnemers uit 191 landen naar de Thaise hoofdstad trekt. Eens in de drie jaar vergadert het IMF buiten zijn hoofdzetel Washington.
Van Rij, oud-staatssecretaris Fiscaliteit en CDA-politicus, is op de helft van zijn vierjarige termijn. „Ik kwam met Trump en ik ga met Trump, ik zit in mijn midterm”, zegt hij. Eén van de hoofdthema’s van deze IMF-vergadering raakt aan Van Rijs expertise in de Nederlandse politiek: begrotingsbeleid.
De staatsschulden lopen wereldwijd uit de hand, zo waarschuwde IMF-voorzitter Kristalina Georgieva vorige week in een speech. Ze noemde het „urgent” dat regeringen hun begrotingstekorten terugdringen. De rentes op staatsleningen zijn de voorbije weken scherp opgelopen. De zorgen van beleggers gaan met name over de Verenigde Staten en Frankrijk, landen met almaar groeiende staatsschulden die nu respectievelijk 126 procent en 119 procent van het bbp bedragen. Dit zijn hoge percentages: 60 procent is het binnen de EU afgesproken maximum.
Begrotingsbeleid behoort tot de kern van het mandaat van het IMF, opgericht in 1944 als hoeder van de wereldeconomie. Het Fonds heeft tientallen landen die in de schuldenproblemen raakten bijgestaan met noodsteun, waaronder Griekenland tijdens de eurocrisis (de Europese schuldencrisis die in 2012 zijn hoogtepunt kende).
„Nieuw is deze waarschuwing niet. Het IMF heeft er vaker op gewezen dat staatsschulden, als je ze wereldwijd optelt, nu bijna 100 procent van het mondiale bbp vormen. Dat is van een astronomische omvang. Dat dit probleem nu meer nadruk krijgt, is omdat het snel dringender is geworden. Er is een gevaarlijke cocktail ontstaan. Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de energieprijzen opgelopen, gevolgd door de bredere inflatie. En dat heeft geleid tot hogere rentes, ook voor overheden. Die overheden móeten de hogere rentelasten betalen. In Europa moeten ook nog de defensie-uitgaven omhoog. Zeker landen die hun staatshuishoudboekjes niet op orde hebben, staan voor lastige keuzes.”
Vanuit zijn werkkamer in Washington ziet Van Rij de National Debt Clock, een ‘schuldenklok’ van een Amerikaanse stichting die zich inzet voor begrotingsdiscipline. „Toen ik bij het IMF begon, stond die op 36 biljoen dollar [36.000 miljard dollar]. Nu is het al 40 biljoen”, zegt hij. De Trump-regering maakt zich daar niet zo druk om. De inschatting in Washington is dat hoge economische groei – door productivititeitswinst als gevolg van AI – de staatsschuld wel betaalbaar zal houden. Dit „typisch Amerikaanse, onverbetelijke optimisme” is ook „riskant”, zegt Van Rij. Of AI blijvend voor groei zorgt, zal in de praktijk moeten blijken.
„Die indruk heb ik niet. Georgieva is in haar publieke statements redelijk consequent geweest over de noodzaak voor de Amerikanen om hun begrotingstekort terug te brengen. Als het IMF het gastland zou ontzien, zou het natuurlijk geen knip voor de neus waard zijn”.
„Dat durf ik niet te zeggen. Wat betreft Frankrijk is echt te hopen dat de politiek tot het inzicht komt dat ze moet doen wat het beste voor het land is: de uitgaven beperken. En dat gaat pijn doen. Overigens zijn er over Frankrijk ook positieve dingen te zeggen. De banken staan er relatief goed voor. En het Franse bedrijfsleven doet het niet slecht, Franse bedrijven betalen minder rente dan de overheid.”
„Mijn persoonlijke opvatting is: je moet als IMF realistisch zijn. Frankrijk is een groot, politiek belangrijk land. Dat gaat na een strenge waarschuwing van het IMF niet opeens de juiste dingen doen. Het IMF heeft alleen echt invloed als een land zélf de hulp inroept van het IMF. Dat gaat Frankrijk nu echt niet doen.”
„Alles is mogelijk natuurlijk. In het verleden is het met een ander groot Europees land, het Verenigd Koninkrijk, ook gebeurd.” Van Rij doelt op de noodsteun van het IMF voor het VK in 1976. „Maar ik wil niet het beeld oproepen dat Frankrijk al op dit punt zou zijn. Frankrijk en de rest van de eurozone zullen veel eerder naar de Europese Centrale Bank kijken voor steun.”
„Daar laat ik me niet over uit. Frankrijk moet primair zijn eigen problemen oplossen. Voor mij laat dit vooral één ding zien: het belang van prudent begrotingsbeleid. Nederland heeft wél zijn overheidsfinanciën op orde en betaalt nu veel minder rente.”
Marnix van Rij (Rotterdam, 1960) is plaatsvervangend bewindvoerder bij het Internationaal Monetair Fonds, namens een groep van 21 landen die afwisselend door België en Nederland wordt voorgezeten. De CDA-politicus was staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst in het kabinet-Rutte IV. Eerder was hij onder meer CDA-voorzitter, Eerste Kamerlid en senior partner bij accountant Ernst & Young.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie