Migratie in Ceuta Hoewel de terrassen in het centrum vol zitten, zijn veel inwoners van de Spaanse exclave boos over „een invasie” van migranten. Er zijn geweldsincidenten over en weer en er komen minder toeristen. Sommigen vinden dat de autoriteiten niet genoeg doen. „Ze zeggen dat ze eraan werken, maar wij zien weinig verandering.”
Vlak bij de grensovergang El Tarajal in Ceuta lopen kinderen naar school, onder het toeziend oog van de Nationale Politie.
De Marokkaanse heuvels moeten dichtbij zijn, maar de nevel verbergt ieder spoor daarvan. De vijfhonderd meter lange, drijvende rode barrière die sinds een paar weken de grens aanduidt in de zee, is al even onzichtbaar.
Precies twee maanden eerder, nog voor zonsopgang, zwommen hier, bij de grensovergang bij El Tarajal, tientallen mensen vanuit Marokko naar Ceuta. Onder de brandende zomerzon volgden de rest van de dag nog vele duizenden migranten, die elkaar verdrongen om het strand te bereiken. In totaal kwamen op 30 juli zeker 72.000 migranten aan in de Spaanse exclave, die zo’n 84.000 inwoners telt. Ruim 140 mensen kwamen om het leven tijdens de oversteek.
Veel migranten willen asiel aanvragen, maar niet iedereen doet dat ook daadwerkelijk. Sinds de Spaanse politie in het eerste weekend van oktober begon met de ontruiming van het uitgestrekte tentenkamp op het strand van Trampolín, waar naar schatting drieduizend migranten verbleven, hebben honderden mensen ervoor gekozen na twee maanden alsnog terug te keren naar Marokko. Ze weten dat hun slagingskans laag is – de Europese Unie ziet Marokko als een veilig land van herkomst – en willen de procedure niet afwachten, of niet riskeren dat ze bij afwijzing een inreisverbod opgelegd krijgen voor de gehele EU. Daar kan de immigratiedienst toe besluiten bij een afgewezen asielaanvraag uit een veilig land van herkomst.
Het grensgebied tussen de Spaanse exclave Ceuta en Marokko.
Op het strand van Ceuta nemen migranten een douche.
Ontstond er eerst paniek in Ceuta – dat voor de helft bestaat uit inwoners met een Spaanse en voor andere de helft uit inwoners met een Marokkaanse achtergrond – nu heeft dat plaatsgemaakt voor actie. Zeker sinds koning Felipe VI een bezoek aan de exclave op 13 oktober heeft aangekondigd, zijn de autoriteiten erop gebrand alle tentenkampen in het bijna 19 vierkante kilometer tellende stukje Spanje te verwijderen. Maar die actie is wat veel inwoners in de exclave betreft nog lang niet genoeg.
In het informatiepunt voor toeristen, een smalle witte winkel met ‘Ceuta’ in grote gekleurde letters op de buitenkant, spreekt Lola Ruíz over „een hele rare zomer”, zeker voor de toeristische sector. Na 30 juli kreeg het toerisme, dat inclusief de veerboten naar het vasteland 12 procent van het bbp van Ceuta vormt, een grote klap. Dat het eind september lastig is een hotelkamer te bemachtigen, komt volgens Ruíz door de grote vraag naar accommodatie van ngo-medewerkers, politieagenten en journalisten.
Als ‘tax free zone’ moet Ceuta het vooral hebben van het dagtoerisme, de mensen die naar de exclave komen om parfum, elektronica, goud, tabak en horloges te kopen. En juist die mensen komen niet meer, legt Ruíz uit. Volgens het Spaanse statistiekbureau INE daalde het aantal bezoekers in augustus met 44 procent. Rederij Baleària ontving in augustus 30 procent minder passagiers dan een jaar eerder. „En sinds eind juli stoppen er ook geen cruises meer in Ceuta”, zegt Ruíz. Normaal gesproken doen jaarlijks zo’n vijftien cruiseschepen de exclave aan, voor een paar uur of een hele dag. „Dat ging niet om grote aantallen, maar het tikt allemaal wel aan.” De grootste pijn van de inwoners zit misschien wel in het afzeggen van het jaarlijkse stadsfeest, de feria, dat doorgaans begin augustus plaatsvindt.
Volgens Ruíz zijn veel inwoners van Ceuta bang sinds de duizenden migranten eind juli naar de exclave kwamen. Ze wil niet spreken van migratie, maar noemt de gebeurtenissen „een invasie”. Uit angst voor buurland Marokko, dat Ceuta omringt, en „wat er in de toekomst nog komen gaat”, willen met name mensen op leeftijd de exclave verlaten, zegt Ruíz. „Ceuta was vroeger een prachtige en vredige stad, maar tegenwoordig is het een plek waar vrouwen alleen onder begeleiding op pad kunnen gaan.” Zelf loopt ze overdag nog wel zelfstandig naar haar werk, zodra het donker wordt gaat ze uitsluitend in het gezelschap van haar man naar buiten.
Haar constatering strookt niet met het straatbeeld in Ceuta. De terrassen zitten vol, door de hoofdstraat loopt veel winkelend publiek, op de stranden nabij het centrum genieten mensen van de nog krachtige najaarszon. Hardlopende vrouwen rennen over de boulevard, er zijn vrouwen met kinderen op straat, vrouwen op terrassen, vrouwen die bellend langs stuiven, vrouwen die alleen uit een taxi stappen. Bij de stadspoorten staan steevast twee militaire voertuigen en een stuk of vijf militairen die migranten weren. Wie niet weet wat zich deze zomer heeft afgespeeld, hoeft dat in het centrum van de exclave niet door te hebben.
Er zijn wel botsingen tussen bewoners en migranten. Voor de poort van een opvangcentrum nabij de grens zitten en slapen tientallen jonge mannen in de hoop dat er de volgende ochtend wel plek voor hen zal zijn. De bewoners van de huizen zijn daar niet van gediend en proberen ze als dieren weg te jagen, met bezem en al. En bij café Puerta de Europa, het café het dichtst bij de grens met Marokko, gooit de eigenaar wasmiddel over de rand van het balkon tegen de stank van mensen die hun behoefte doen op het strand eronder.
Achter een winkelruit is de Spaanse vlag te zien.
Het tentenkamp op het strand van Trampolín voor de Spaanse politie begon met de ontruiming ervan.
Ook zijn er incidenten geweest. Eind augustus probeerden drie Marokkaanse migranten een vrouw in het centrum van de stad op klaarlichte dag van haar ketting te beroven – dat mislukte door tussenkomst van de politie. De drie zijn opgepakt en worden vervolgd. Maar andersom wordt er ook geweld gebruikt. In dezelfde periode staken demonstrerende inwoners van Ceuta onder meer tenten van migranten in brand. En eind september onthulde de Spaanse nieuwssite El Diario dat Spaanse militairen minstens twintig migranten hebben mishandeld.
Migranten in Ceuta vertellen ook over wanpraktijken van militairen en agenten van de Guardia Civil, de militaire politie in Spanje. Jalel, een 36-jarige man uit Marokko, vertelt voor de poort van een opvangcentrum dat hem geen plek kan bieden, dat militairen migranten ‘s nachts van hun telefoons en andere spullen beroven om ze op die manier aan te zetten tot ‘vrijwillige terugkeer’. Walid (25) staat te wachten bij het Centrum voor Tijdelijke Vreemdelingenopvang (CATE), gevestigd in een van de gebouwen op het grensterrein, in de hoop dat hij een afspraak krijgt om zijn asielverzoek in te dienen. Hij zegt dat militairen hem op een nacht beroofden van de documenten waarmee hij wilde aantonen dat hij problemen heeft gehad in het Marokkaanse leger en dat hij daarom niet in zijn geboorteland kan blijven.
Sommige inwoners van Ceuta kiezen niet voor de vlucht, maar voor de confrontatie. Sinds half september demonstreren buurtgenoten onder aanvoering van Emilio Muñoz op het plein voor het regeringsgebouw. Ze hebben er ongeveer twintig tenten neergezet, vanuit de gedachte: ”Als duizenden migranten hun tent mogen opzetten voor onze deur, mogen wij dat ook voor het regeringsgebouw”, vertelt Muñoz – wit shirt en grote zonnebril – onder een groene partytent. Hij slaapt er al sinds het begin en wil pas terugkeren naar huis als alle tenten op het strand weg zijn.
De 21-jarige student verpleegkunde Javi Cepero Cortés slaapt alleen in de weekenden op het plein, doordeweeks moet hij studeren. „We moeten onze rechten en vrijheden uitdragen en opeisen”, zegt hij als hij op een dinsdagmiddag poolshoogte komt nemen. Die mening is door de hele stad te zien: op muren en achter winkelruiten hangen posters met de vlag van Ceuta en teksten als „Ceuta is niet te koop, Ceuta wordt verdedigd”.
Sinds half september demonstreren buurtgenoten op het plein voor het regeringsgebouw. Ze hebben er ongeveer twintig tenten neergezet.
„Wij weten hier hoe migratie eruitziet, dat zien we elke zomer”, zegt Cortés. „Dit is iets anders, met zoveel meer mensen. Het was een invasie. Daarom moet het ook niet behandeld worden als migratie.” Natuurlijk moeten mensen die vluchten voor oorlog geholpen worden, benadrukt de student. „Maar mensen die om economische redenen uit Marokko zijn vertrokken, moeten gewoon terug.” Hij twijfelt alleen of de lokale regering en de regering in Madrid dat wel bewerkstelligen. „Ze zeggen dat ze eraan werken, maar wij zien weinig verandering.”
Op woensdagavond, precies twee maanden na de komst van de migranten, is Alvaro Carmona ‘s avonds naar een demonstratie op het plein gekomen om die boodschap kracht bij te zetten. „Er moet zo snel mogelijk iets gebeuren”, zegt de psycholoog tussen het getoeter en gejoel door. Om zijn schouders draagt hij de vlag van Ceuta. „We zijn een kleine stad en hebben weinig middelen. Als we de migranten nu niet uitzetten, gebeurt het binnenkort misschien weer.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie