Woestijnblues Op festival Imidiwan staat de cultuur achter de populaire woestijnblues centraal. De immense Sahara verbindt verschillende muziektradities die zich steeds vernieuwen. Een festival vol elektrische gitaren, kalebassen en Tamashek.
Concert van Imarhan tijdens de eerste editie van het Imidiwan Festival in Tivoli Vredenburg.
Van Tamanrasset in Algerije is het ruim drieduizend kilometer over de weg naar Bamako, de hoofdstad van Mali, en vanuit daar is het nog veertienhonderd kilometer naar Nouakchott aan de kust van Mauritanië. Wat zouden drie muziekgroepen uit die steden met elkaar gemeen kunnen hebben? Veel, zo blijkt tijdens Imidiwan, een nieuw festival dat dit weekend in TivoliVredenburg plaatsvindt.
Gehoord: zaterdag 10/10, TivoliVredenburg, Utrecht. Ook nog: 11/10, TivoliVredenburg, en De Spot in Groningen. Info: tivolivredenburg.nl
Wat hen bindt is de immense Sahara waar de route doorheen gaat. De liefde voor de regio is terug te horen in kurkdroge gitaarklanken en hobbelige oude ritmes, in de tranceklank van het Tamashek, de taal van de nomadische Touareg, en in het overstuurde geluid van aan elkaar geknoopte elektronica. Tegelijk blijkt hoe enorm divers de ‘desert blues’ is, zoals het overkoepelende genre vaak wordt genoemd.
De woestijnmuziek is al zo’n dertig jaar te horen op Europese poppodia en grote festivals, maar het had nog geen eigen plek waarin de gedeelde cultuur centraal staat. Imidiwan – Tamashek voor ‘vrienden’ – biedt dat met twee dagen programmering in Utrecht en één dag in Groningen. Met zo’n negenhonderd unieke bezoekers trekt het in TivoliVredenburg een gevarieerd publiek. Het gebeurt niet vaak dat je de tagelmust, de gezichtssluier van de Touareg, niet alleen op het podium maar ook in het publiek ziet.
Samba Touré in TivoliVredenburg, Utrecht.
Het weekend wordt geopend door gitarist Samba Touré uit Bamako die meteen blootlegt waarom de woestijnklanken het zo goed doen in Amerika en Europa. Hij laat zijn elektrische gitaar resoneren als John Lee Hooker, terwijl de donkerste klanken uit het kleine, traditionele snaarinstrument ngoni komen en het ritme wordt gespeeld op de halve kalebas. Touré vertolkt wat blueshistorici al decennialang bezighoudt: de muzikale overeenkomsten tussen Mali en Mississippi.
Hij leerde spelen in de band van Ali Farka Touré, de meestergitarist met wie de zoektocht naar een mogelijke Malinese oerblues ooit begon. Maar het is een knoop die niet te ontwarren is, zo blijkt ook weer in Utrecht. Niet alleen motoren, jeeps en auto’s doorkruisen de Sahara, muziek doet dat ook, via cassettebandjes, cd’s en bluetooth. Jimi Hendrix en Muddy Waters klonken eerder in Timboektoe dan Touré in Mississippi. De invloeden stromen alle kanten op als Touré soleert. Toch komt de gruizigste blues deze avond van ngonispeler Djimé Sissoko. De noten klinken nog wat scherper op de kleine banjo dan op de elektrische gitaar.
Noura Mint Seymali uit Mauretanië eert de woestijnklank van de griots, de lofzangers van de West-Afrikaanse elite. Haar lange, felle uithalen vol Arabische verbuigingen snijden door het pluche van de Hertz-zaal. Eerst zingt ze nog zittend achter de ardine, de negensnarige harp die uitsluitend door vrouwen wordt bespeeld. Maar dat is alleen voor het subtiele werk en daar heeft Seymali snel genoeg van.
Noura Mint Seymali tijdens het Imidiwan Festival in Tivoli Vredenburg, Utrecht.
Met opzwepende uitroepen en veel geklap krijgt ze de zaal uit de stoelen. Haar man Jeiche Ould Chighaly speelt de melodie die hij ooit leerde op de tidinit, de mannelijke luit, nu op elektrische gitaar. Met veel effecten volgt hij de stembuigingen van zijn vrouw. De woestijnblues is allesbehalve conservatief. Toch maakt de toevoeging van hun Amerikaanse producer op de drums het geheel wat houterig. Het ritme mist de nuances van de kalebas.
Die staat wel weer op het podium bij afsluiter op zaterdag Imarhan uit het Algerijnse Tamarasset, maar dat is niet de voornaamste bliktrekker. Dat is het collectief van de vijf Touaregleden zelf, in slagorde met traditionele sluier om het gezicht en gitaren om de schouders – en overigens met een zesde niet-Touareglid met vissershoedje en trainingspak achter de synthesizer, alsof hij zo in 1994 uit een Britse raveclub is weggelopen.
Ze zijn perfect op elkaar ingespeeld. De samenzang van de mannen heeft die wonderlijke klank van de assouf, zoals ze hun woestijnrock noemen. Gortdroog, maar vol groove, psychedelisch maar aards, venijnig en soms bijna verlegen. Imarhan is een rit door de immense woestijn. Het is potentieel gevaarlijk, alles zit onder het zand, er zijn veel lekke banden en er is weinig water, maar het is avontuurlijk en het busje zit vol vrienden die toevallig allemaal kunnen zingen dus het mag nog even duren.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie