Philippe Sands Het internationaal recht staat voor een grotere uitdaging dan op enig ander moment sinds 1945, ziet de Brits-Franse internationaal jurist en auteur Philippe Sands .Toch blijft hij optimistisch en strijdbaar. De na-oorlogse juristen die hem inspireren gingen „ook niet in een hoekje zitten huilen”, zegt hij tijdens een bezoek aan Den Haag.
Philippe Sands, jurist en bestsellerauteur.
„Wat een dag voor het internationaal recht en de internationale justitie”, zegt de Brits-Franse internationaal jurist Philippe Sands (65) vrijdagavond. Enkele uren eerder is bekend geworden dat de Zuid-Afrikaanse mensenrechtenactivist en jurist Navi Pillay de Nobelprijs voor de Vrede heeft gewonnen, gevolgd door het nieuws van nieuwe Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof. Ditmaal niet tegen individuele rechters en aanklagers maar tegen de hele instelling. „Een dag die karakteristiek is voor de tijd waarin we leven”, constateert Sands.
„Pillay is steeds onafhankelijk en onbevreesd geweest, een fakkeldrager voor het internationaal recht, een taal die mondiale waarden weerspiegelt”, aldus Sands. De nieuwe sancties van de regering-Trump tegen het Strafhof noemt hij „draconisch”. Ze zijn er volgens hem op gericht „het hele systeem van het internationaal recht te ontmantelen waarvoor het Nobelcomité en Navi Pillay juist staan”.
Net als Pillay geldt Sands als een van de gangmakers van het huidige internationaal recht. Hij maakte onder meer naam in genocidezaken maar ook door zijn inspanning voor oprichting van een tribunaal over de Russische agressie tegen Oekraïne. Bovendien zet hij zich in om ‘ecocide’, de vernietiging van de natuur, erkend te krijgen als een nieuw internationaal misdrijf. „De laatste drie decennia hebben weinig mensen meer gedaan om de richting van het internationaal strafrecht vorm te geven dan Sands”, schreef The New York Times begin dit jaar.
Daarnaast schreef hij de bestseller East West Street, waarin hij de dramatische geschiedenis van zijn eigen joodse familie verweeft met de min of meer gelijktijdige oorsprong tijdens de Tweede Wereldoorlog van zowel het begrip ‘misdaden tegen de menselijkheid’ als dat van ‘genocide’. Dat laatste wordt door velen tegenwoordig beschouwd als het gruwelijkste misdrijf dat er bestaat.
Sands’ familie kwam uit Lvov, de huidige Oekraïense stad Lviv, en werd goeddeels door de nazi’s vermoord. Zijn grootvader overleefde de holocaust wel en Philippe raakte zeer aan hem gehecht. „Hij maakte afschuwelijke dingen mee, maar bewaarde altijd zijn waardigheid. Dat inspireert me. Ik denk nog elke dag aan hem”, vertelt Sands aan tafel bij een glas wijn na een dag in het Vredespaleis, tijdens een gesprek eerder deze week. Daar zat hij een arbitragezaak voor over een geschil tussen twee Duits-Turkse investeerders en de staat Ethiopië.
Ook aan Rafael Lemkin, de ‘uitvinder’ van het begrip genocide die zijn juridische opleiding in Lviv (toen Lvov) genoot, denkt Sands bijna dagelijks. Net als aan de eveneens joodse Hersch Lauterpacht, afkomstig uit dezelfde stad en bedenker van het concept ‘misdaad tegen de menselijkheid’. „En natuurlijk denk ik aan de dichter en zanger Leonard Cohen”, lacht Sands. „Wanneer me soms mijn godsdienst wordt gevraagd, heb ik de neiging te antwoorden: Leonard Cohen.”
Wegens East West Street en andere boeken die Sands publiceerde ontvangt hij deze zondag de prestigieuze Vredesprijs van de Duitse boekhandel op de Frankfurter Buchmesse. In zijn dankrede zal Sands de Duitsers voorhouden dat ze niet langer met twee maten moeten meten in hun beleid jegens Israël, dat de rechten van de Palestijnen systematisch met voeten treedt. Sands: „Je hebt het niet voor het kiezen. De regels gelden voor iedereen. Je kunt niet zwijgen, alleen omdat het toevallig je vrienden zijn die de regels schenden of omdat je een historische verantwoordelijkheid voelt om aardig te zijn ondanks schendingen van de regels.”
Ook nu is Sands weer bij een genocidezaak betrokken, als advocaat namens het kleine Gambia, dat in 2019 – gesteund door andere islamitische staten – een zaak aanspande tegen het militaire bewind van Myanmar wegens de bloedige vervolging van de Rohingya, een moslimminderheid. Naar verwachting zal het Internationaal Gerechtshof komende maand uitspraak doen.
„Het gaat om een conflict waardoor een miljoen mensen naar Bangladesh vluchtten. Tien jaar later zitten ze daar nog. Duizenden zijn ook gedood. De zaak is om drie redenen belangrijk. Ten eerste voor de Rohingya, ten tweede kan dit de eerste keer zijn dat een staat verantwoordelijk wordt gehouden voor genocide. En ten derde loopt er nog de andere zaak van Zuid-Afrika, dat Israël ervan beschuldigt in de Gaza-oorlog de Genocideconventie van 1948 te hebben geschonden. Iedereen weet dat de uitspraak in de Rohingya-zaak ook implicaties kan hebben voor die andere zaak.”
„Ik werk niet op basis van een soort Champions League van gruwelijkheden. Genocide zou niet moeten worden gezien als de misdaad der misdaden. Daarmee rangschik je oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid als minder belangrijk. Het gaat ook niet om de aantallen. Is het doden van drie miljoen mensen in Congo in de jaren 90 minder verschrikkelijk, omdat het een misdrijf tegen de menselijkheid was en geen genocide? Is dat minder erg dan het doden van 8.000 Bosnische moslimmannen in Srebrenica, dat wel als genocide werd aangemerkt? Natuurlijk niet, dat zou absurd zijn. We hebben er een rotzooi van gemaakt door er zulke etiketten op te plakken.”
„Als je terugkijkt, zie je drie stadia. Toen Raphael Lemkin de term uitvond in 1944, sprak hij niet over een intentie die er achter zou moeten zitten. Dat kwam pas bij de Genocideconventie van 1948. En weer vijftig jaar later legden rechtbanken, vooral het Internationaal Gerechtshof, de lat nog hoger. Zij stelden dat, als je naar het gedrag van de beschuldigde partij keek de enige conclusie moest kunnen zijn dat die de bedoeling had een bepaalde groep helemaal of deels te vernietigen. Het is niet onmogelijk maar wel moeilijk dat te bewijzen, zoals ik dus probeer in de zaak tegen Myanmar. Ik vermoed dat rechtbanken en rechters met die hoge lat vooral een lawine aan genocide-beschuldigingen wilden vermijden.”
„Ik denk dat Lemkin het bij het rechte eind had door de lat veel lager te leggen. Genocide dient niet als zoiets uitzonderlijks te worden behandeld ten opzichte van andere internationale misdrijven. Dan zouden de hartstochten van mensen daarover ook niet zo hoog oplaaien. Door genocide zo speciaal te maken, hebben we het ons alleen maar lastig gemaakt.”
„Ik ontken niet dat genocide belangrijk is. Het is de enige misdaad die over het bestaansrecht van een groep gaat. Een Duitse psycholoog benaderde mij enkele jaren geleden. Hij behandelde 1.100 Yezidi vrouwen en meisjes, die het slachtoffer waren geweest van serieverkrachtingen en ander misbruik [door Islamitische Staat, red]. Hij wilde weten of er juridisch iets voor hen kon worden gedaan in hun herstelproces. Hij legde me overtuigend uit dat voor hen genocide de belangrijkste misdaad was omdat het het bestaansrecht van de Yezidi’s kon bevestigen. Ik begrijp heel goed dat het psychologisch gezien anders is wanneer mensen worden vernietigd omdát ze tot een bepaalde groep behoren. Maar dat maakt het nog niet tot de misdaad der misdaden.”
„De enige weg lijkt me die van geleidelijke aanpassingen in de juridische interpretatie door rechtbanken en rechters in zulke zaken. Zij kunnen er na verloop van tijd voor zorgen dat de ontstane hiërarchie in die misdaden – genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden – vermindert.”
Sands is gewend aan de vaak ongebreidelde wreedheden die mensen tegen elkaar kunnen begaan. Bij de verwerking daarvan ontleent hij veel steun aan de dagelijkse gesprekken met zijn vrouw. Maar soms wordt het hem desondanks te veel. Zoals na hoorzittingen begin dit jaar in het Vredespaleis, toen Rohingya en anderen achter gesloten deuren in detail getuigden over de slachtpartijen, verkrachtingen en het buitensporige geweld die de Rohingya te verduren hadden gekregen van militairen van het regeringsleger.
„Direct na die hoorzittingen reisde ik naar Cartagena in Colombia, voor een literair festival”, vertelt Sands. „Ik dacht dat ik wat ik had gehoord wel van me zou kunnen afschudden. Maar ik moest er steeds aan denken en voelde me beroerd”, vertelt Sands. „Ik had direct naar huis moeten gaan om het te verwerken.”
Volgens velen beleeft het internationaal recht een diepe crisis door de opmars van autoritaire leiders die zich niets gelegen laten liggen aan de regels. Ook Sands zegt dat het internationaal recht voor een grotere uitdaging staat dan op enig ander moment sinds 1945. „Maar laat ook duidelijk zijn dat het maar om een klein deel van de internationale rechtsorde gaat. Weliswaar een belangrijk deel, maar het overgrote deel van de internationale wetgeving functioneert nog uitstekend.” Bedreigd zijn volgens hem vooral de regels over het gebruik van geweld, territoriale integriteit en de rechten van individuen en groepen. „Maar het internationaal rechtssysteem staat niet op het punt van verdwijnen. Integendeel.”
„Het interessante is dat je nu ziet dat ook leiders die zeggen dat ze het internationaal recht helemaal niet nodig hebben, omdat ze hun eigen morele kompas hebben [zoals Trump deed] daar toch op terugvallen. Kijk naar het recente akkoord tussen de Verenigde Staten en Denemarken over Groenland [na Trumps dreigementen dit in te nemen]. Dat herhaalt gewoon de basisprincipes van het internationaal recht: soevereiniteit, territoriale integriteit, zelfbeschikking. Ook de VS hebben zich daaraan in dit geval weer gebonden. En ik voorspel dat het net zo zal gaan bij een toekomstig akkoord over de Straat van Hormuz.”
Sands: „Het internationaal rechtssysteem staat niet op het punt van verdwijnen. Integendeel.”
Verrassend is dat niet, betoogt Sands. „Het is een feit dat de internationale regels doorgaans heel redelijk zijn en je negeert die op eigen risico.” Ter illustratie wijst hij op de oorlog die de VS dit jaar samen met Israël tegen Iran ontketenden, in strijd met internationale regels. Daarmee heeft vooral Trump zich nu in een lastige positie gemanoeuvreerd. „Ik denk dat we hetzelfde ook in Venezuela gaan zien. Oliebedrijven gaan niet investeren in een staat met een regime dat met geweld en dwang tot stand is gekomen. Elke gemeenschap heeft uiteindelijk een zekere orde en regels nodig.”
„Het ICC verkeert zeker in ernstige moeilijkheden, door de sancties van de Verenigde Staten maar ook door eigen toedoen, zowel door besluiten van de aanklagers als door sommige vonnissen. Verkeert het in een fatale situatie? Ik acht het toch waarschijnlijker dat het uiteindelijk zal overleven.”
Wat de aantasting van de democratie in de VS onder het autoritaire bewind van Trump betreft, wijst Sands er op dat, afgezien van het Hooggerechtshof, de rechtbanken en rechters de rug aardig recht hebben weten te houden. „Het is niet zoals in nazi-Duitsland in 1933, waar de rechtbanken in een oogwenk in elkaar zakten. Dat geeft me hoop. De vangrail is grotendeels intact gebleven.”
„Een crisis en nieuwe kansen gaan vaak samen. Er is van alles aan de gang. Er wordt gewerkt aan een nieuw speciaal tribunaal over de misdaad van agressie tegen Oekraïne, het eerste van dien aard sinds 1945. Dat zal hier in Den Haag plaatsvinden. Verder wordt er onderhandeld over een nieuwe conventie voor de preventie en bestraffing van misdrijven tegen de menselijkheid, ondanks gebrek aan steun van landen als China, Rusland en de Verenigde Staten. Bovendien handelen ook allerlei nationale rechtbanken steeds meer zaken over internationale misdrijven af, ook in Nederland.”
Sands ziet zelfs nieuwe mogelijkheden. „Er is nog een belangrijke lacune in het internationaal recht: er zijn geen regels voor internationale misdrijven tegen de natuur. Dood je 10.000 mensen, dan kun je voor de rechter worden gesleept. Maar vernietig je een ecosysteem, dan gebeurt er niets. Als voorzitter van een werkgroep ben ik al een tijd bezig ‘ecocide’ als internationaal misdrijf erkend te krijgen. En dat doen we omdat de wereld er op dit gebied slecht aan toe is. Ik geloof dat dit het moment is met zulke ideeën te komen. Ik breng er in april een boek over uit, getiteld: The Fifth Crime.”
En ook bij deze inspanningen vormen de joodse juristen Lemkin en Lauterpacht ten tijde van de holocaust zijn inspiratie. Sands: „Zij gingen in 1943 en 1944 ook niet in een hoekje zitten huilen maar ontwikkelden ideeën, schreven boeken en probeerden hun ideeën ingang te doen vinden. En na een tijdje sloegen die aan.”
Philippe Sands (1960) is hoogleraar internationaal recht aan University College in Londen. Hij is tevens actief als advocaat en treedt regelmatig op in uiteenlopende zaken die dienen bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, onder meer als raadsman van Kroatië in een genocidezaak tegen Servië. Hij schreef zeventien boeken, sommige academisch, andere voor een breder publiek. Zijn meest recente boek was 38 Londres Street, on Pinochet in London and a Nazi in Patagonia. Sands woont in Londen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie