Terwijl de Oranjevrouwen zich nog moeten plaatsen voor het WK zijn er zorgen over het Nederlandse vrouwenvoetbal. Budgetten krimpen, talenten vertrekken massaal naar het buitenland en de Eredivisie is wéér op de schop gegaan. "We hobbelen achter de rest aan."
De Europese titel van 2017 en de knappe tweede plek op het WK van 2019 liggen nog vers in het geheugen, maar tijden zijn veranderd. "Hoewel we heel goede dingen zien in Nederland en heel mooie dingen hebben meegemaakt, maak ik me zorgen", zei voormalig Oranjebondscoach Sarina Wiegman eerder dit jaar tijdens de Eredivisie Awards.
Volgens Wiegman staat de levensvatbaarheid zelfs op de tocht. Nederland liep vlak na de EK-titel van 2017 voorop in het vrouwenvoetbal, maar oogt nu fragiel. "Het moet stabieler worden", is Wiegmans oproep. "Nu zie je dat bij Eredivisie-clubs na twee of drie jaar de budgetten verdwijnen. Dat werkt niet. We hebben langdurig beleid nodig."
Maar juist dát gaat mis. FC Utrecht is daar het recentste voorbeeld van. Daar besloten ze vorig seizoen te bezuinigen op het vrouwenelftal. Liefst negen speelsters kregen geen nieuw contract, waardoor de club dit seizoen met een veredeld jeugdelftal uitkomt in de Eredivisie.
"Dan wordt er geroepen dat het juist goed is dat ze daar kansen creëren voor jonge mensen, maar dat is onzin", zegt oud-international Leonne Stentler. "De competitie is nu veel te jong en we lopen jaren achter ten opzichte van andere landen."
In andere Europese landen wordt meer geïnvesteerd in vrouwenvoetbal, met Engeland als koploper. De Women's Super League loopt met sponsoren als Barclays en grote investeerders als miljardair Michele Kang ver voor op de Eredivisie.
"Wat dat betreft hebben we in Nederland heel wat boten gemist", zegt Stentler. Bij de KNVB en de clubs lag geen passend meerjarenplan klaar toen Oranje met de gouden generatie de EK-titel won in 2017. "De beleidsbepalers werden totaal verrast en hebben de afgelopen jaren heel veel geprobeerd, maar steeds voor een korte periode en zonder langetermijnvisie en standvastigheid. We hobbelen achter de rest aan."
Zo stelde de KNVB in 2018 het beleidsplan 'Visie vrouwenvoetbal 2018-2022' op. Een van de doelen was om van de Vrouwen Eredivisie een Europese topcompetitie te maken, met de beste speelsters en het beste topsportklimaat. Zes jaar later staat er geen Nederlandse club in de Champions League en speelt het gros van de beste Nederlandse speelsters én talenten in het buitenland.
Bij de top drie van de Eredivisie gaat het goed, maar bij clubs als Fortuna Sittard, NAC Breda en FC Utrecht ging het de voorbije jaren flink mis. Fortuna trok de stekker eruit, NAC was niet klaar voor de Eredivisie en Utrecht moest plots de begroting halveren. "Dat is precies hoe het niet moet", zegt Stentler.
Ook Oranjebondscoach Veurink vindt dat Nederland te vaak aan de zijlijn blijft toekijken. "Engeland laat zien dat je het dubbel en dwars terugkrijgt als je de kansen ziet en daarin investeert. In Nederland moeten we dat ook gaan beseffen en durven."
Oranjespeelsters Jill Roord (FC Twente) en Isa Kardinaal (ex-Ajax) sluiten zich aan bij Veurink. "Het is doodzonde dat clubs in Nederland een stapje terug moeten doen, terwijl in Engeland iedereen vooruitgaat", zegt Kardinaal, die bij London City Lionesses speelt.
Roord speelde jarenlang in het buitenland en keerde vorig jaar terug in de Vrouwen Eredivisie. "Ik ben blij dat we bij Twente een goed plan hebben. Daar wordt genoeg aandacht besteed aan ons en worden we heel erg gewaardeerd, maar bij de kleinere clubs zit daar nog te weinig verbetering in. Ik hoop dat dit gaat veranderen."
Volgens Stentler en Veurink helpt het dan ook niet dat talenten al snel vertrekken uit Nederland. "Een stap naar het buitenland is niet altijd de beste stap voor de ontwikkeling", vindt Veurink. "We zijn juist een heel goed opleidingsland, waar je je als jonge speelster goed kan ontwikkelen."
"Dat is belangrijk voor een jonge speelster", gaat de Oranjebondscoach verder. "Die stap naar het buitenland komt dan later wel, al weet ik ook dat het lastig is om nee te zeggen tegen FC Barcelona of Chelsea."
Veurink zag met de 21-jarige Kardinaal en de negentienjarigen Renee van Asten, Sophie Proost en Liv Pennock al heel wat talenten vroeg afscheid nemen van de Vrouwen Eredivisie. "Die talenten zijn niet meer in Nederland te houden", zegt Stentler. "De competitie is niet interessant genoeg meer. Terwijl het voor die speelsters en de Eredivisie goed zou zijn als ze langer hier blijven."
Toch zien Stentler en Veurink ook goede ontwikkelingen. Het duo is blij dat de Vrouwen Eredivisie sinds dit seizoen uit tien in plaats van twaalf clubs bestaat. "Ik ben absoluut voorstander van die keuze, want ik denk dat we er echt bij gebaat zijn dat de besten in Nederland meer topwedstrijden gaan spelen", zegt Veurink. Stentler: "Dit komt de kwaliteit alleen maar ten goede."
Daarnaast zou het helpen als de Oranjevrouwen zich dit najaar kwalificeren voor het WK in Brazilië. "Je ziet nu een terugval in kijkcijfers, maar ook op de tribunes", zegt Stentler. "Het voelt heel kwetsbaar. Zodra Nederland zich plaatst, helpt dat het Nederlandse vrouwenvoetbal. Dat hangt allemaal met elkaar samen. Dan is het aan de kleinere clubs en de KNVB om dit keer wél te profiteren."
Source: Nu.nl sport