Nobelprijzen
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Toen Anne Carson, de laureaat van de Nobelprijs voor Literatuur 2026, werd gebeld door het comité zat ze in IJsland. Ze was daar om naar de wind te luisteren. Hoewel de laureaat van dit jaar geen verrassing was, is de uitreiking van de Nobelprijs voor Literatuur altijd weer even een ode aan de verbeelding.
De Nobelprijzen, ooit bedacht om de personen te eren die de mensheid dat jaar het meeste profijt hadden gebracht, zijn een even mooi als merkwaardig verschijnsel. Een raad van Zweedse of Noorse mensen bepaalt wie de geschiedenis ingaat als groot wetenschapper, econoom, schrijver of vredestichter. En natuurlijk zijn daar vaak genoeg merkwaardige keuzes in gemaakt. Gandhi kreeg de Nobelprijs voor de Vrede aanvankelijk niet omdat hij als Indiase nationalist werd gezien, en toen daar in 1948 eindelijk wel de voordracht was, overleed hij daags voor de bekendmaking, waardoor er dat jaar geen prijs werd uitgereikt. Nelson Mandela moest de prijs gênant genoeg delen met zijn onderdrukker: de Zuid-Afrikaanse president De Klerk. De Amerikaanse president Barack Obama kreeg de prijs nog voordat hij goed en wel was begonnen aan zijn taak, de Ethiopische premier Abiy Ahmed kreeg de Nobelprijs voor de Vrede, maar ontpopte zich tot bloeddorstige leider.
Ook bij wetenschap en literatuur zijn er vaker vraagtekens geplaatst. „De beste schrijvers hebben de Nobelprijs nooit gekregen”, vond Harry Mulisch, die zelf altijd hoopte de prijs te mogen ontvangen. Dat zei hij natuurlijk om zichzelf te beschermen, maar wie bedenkt dat giganten als Franz Kafka, Jorge Luis Borges of Lev Tolstoj de prijs nooit kregen, terwijl Winston Churchill wel de Nobelprijs voor Literatuur (in 1953) ontving, kan Mulisch ook weer niet helemaal ongelijk geven.
Voor de wetenschap geldt hetzelfde. Zo kreeg de Portugees Egas Moniz de Nobelprijs Fysiologie of Geneeskunde in 1949 voor de ontdekking van het therapeutische effect van lobotomie. En Fritz Haber mocht na de Eerste Wereldoorlog de prijs ontvangen voor een revolutionair kunstmestprocedé, maar dat kon ook gebruikt worden voor gifgas – een uitvinding waar hij eveneens enthousiast aan had meegewerkt. En uiteraard is, zeker bij het toekennen van de wetenschappelijke Nobelprijzen, ook al vaker ter sprake gekomen dat het doorgaans witte mannen zijn die de prijzen kregen.
En toch is het mooi dat in een tijd waarin vrede, verbeelding en expertise onder druk staan, er ruimte blijft voor zulke prijzen. Een week kijkt de hele wereld naar wie de belangrijkste prijs binnenhaalt op een vakgebied, waarbij traditiegetrouw – alsof een groot deel van de wereld opeens een democratie is waarin open gediscussieerd kan worden – de winnaar van de Nobelprijs voor literatuur en vrede op flink wat commentaar kan rekenen.
De Nobelprijzen voor de verschillende wetenschappen, staan minder vaak ter discussie, omdat die vaak gaan naar onderzoeken die hun waarde al jaren (soms decennia) hebben bewezen. Wetenschap vormt de kern van hoe we naar de wereld kijken, en de Nobelprijzen bevestigen dat elk jaar weer. Het geloof in het belang van expertise mag door de gure wind die uit de Verenigde Staten waait steeds verder onder druk komen te staan, de Nobelprijzen tonen dat er nog steeds ruimte is voor verkenning en verbeelding.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie