Home

‘Dat ik de eerste gekleurde cipier in Nederland werd, stond groot in de krant’

Max Sordam is 100 jaar. Hij is geboren in Suriname. Overal waar hij in Nederland ging werken en studeren, was hij ‘de eerste gekleurde’.

Een 100-jarige met een LinkedIn-profiel dat nog actueel is ook. In dat van Max Sordam staat: ‘Is inzetbaar bij communicatieproblemen en bemiddelt bij conflicten, adviseur, 2004 - heden’. Binnen de Surinaamse gemeenschap weten velen de eeuweling nog te vinden. Aan huis of telefonisch, want zijn actieradius is beperkt, via Facebook of de radiozender mArt, waarvoor hij al jaren zijn eigen radioprogramma Met het verstand op 0 presenteert.

De in Paramaribo geboren Sordam woont nog zelfstandig, met hulp van zijn kinderen en thuiszorg. ‘Ik ben pas medisch onderzocht en mankeer niets, alleen kan ik niet meer lopen door pijn aan mijn knieën. Via Facebook heb ik vandaag pillen besteld, ik probeer alles voor herstel.’

Wat drijft u, dat u nog zo actief bent?

‘Ik wil dienstbaar blijven aan de samenleving.’

Zittend op zijn bed in de ruime woonkamer wijst de lange, ranke Sordam naar een stapel boeken naast de televisie. ‘Daar liggen de boeken die ik heb geschreven, boven op de derde editie van het woordenboek van de Surinaamse taal Sranantongo, dat ik twee jaar geleden heb uitgebracht. De eerste uitgave publiceerde ik ruim veertig jaar geleden. Ik heb het kort geleden aangevuld met een uitleg van de grammaticale regels, die ik zelf heb ontwikkeld. Nu is het ook een leerboek, waarmee iedereen zelf de taal kan leren.

‘Ik wil Sranantongo levend houden. Het is rond 1700 ontstaan, in de tijd van kolonialisme en slavernij, en verbindt alle verschillende culturen in Suriname. Het is een mengelmoes van inheemse en West-Afrikaanse talen, Engels, Portugees, Frans, Spaans en Nederlands, met eigen woorden en klanken. Ik spreek het met andere Surinamers.’

Wat weet u van uw voorouders?

‘Niet veel. Mijn grootvader heeft als jongen de slavernij meegemaakt. Hij kreeg het privilege onderwijs te volgen en werd de eerste donkere onderwijzer in het binnenland van Suriname. Mijn grootvader van moederskant was 100 procent Joods, daarom was ik zo anti-Duits tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn jongste dochter is bezig de stamboom van haar ouders uit te zoeken.’

Wat zegt u tegen mensen die u om advies vragen?

‘Ik ben niet alwetend. Ik baseer mij op mijn levenservaring, die is misschien niet altijd up-to-date, maar er blijven raakvlakken met het heden, zoals discriminatie. Ik vertel hoe ik zelf reageerde als ik discriminatie ervoer. Ik stelde mij nooit onderdanig op, ging iedereen open en opgewekt tegemoet en zo nodig liet ik duidelijk blijken dat er met mij niet te sollen valt. Toen ik in de gevangenis ging werken als eerste zwarte bewaarder, verspreidde een collega een leugen over mij. Ik ben het gaan checken en confronteerde hem ermee. Ik maakte hem ferm duidelijk dat hij dat nooit meer moest flikken. Niemand is meer dan een ander. Ik had het voordeel dat ik lang en sterk was.

‘De meeste vragen om advies krijg ik via Facebook. Ze gaan vooral over maatschappelijke problemen. Zo was er een vrouw met een zoon die van school was gestuurd. Ze schreef dat hij niet is zoals de onderwijzer denkt. Ik ben naar haar toe gegaan omdat ik meer wilde weten. Ze zorgde alleen voor haar zoon, had een baan, sloofde zich uit voor haar kind, maar had geen volledige grip op hem. Hij bleek bepaald gedrag te vertonen en niet met de juiste jongens om te gaan. Met de jongen besprak ik de voor- en nadelen van zijn gedrag. Hij vertelde dat zijn vrienden hem ‘mietje’ noemden als hij niet meedeed. Ik zei: ‘Trek je niks aan van wat anderen over je zeggen, doe niet wat anderen willen wat je doet, maar doe wat je zelf wilt. Je bent verantwoordelijk voor je eigen gedrag’.

‘Het schoolhoofd informeerde ik over de gezinssituatie en we spraken af om hem met elkaar in de goede richting te krijgen. Hij mocht terugkomen.

‘Ik vind het belangrijk om je altijd bewust te zijn van jezelf en om dicht bij jezelf te blijven. Daarvoor moet je blijven nadenken over hoe jij wilt leven. Als kinderen dat niet leren omdat er iets misgaat in de opvoeding, kan de invloed van de buitenwereld groter worden dan die van de ouders.’

Hoe bent u zelf opgevoed?

‘Ik had een strenge vader. Als ik niet deed wat hij wilde, strafte hij met zweepslagen. Zijn opstelling maakte mij weerbaar. Ik incasseerde het pak slaag en deed in de praktijk wat ik zelf wilde. Mijn moeder beschermde mij, ze kwam er vaak tussen als mijn vader mij sloeg.

‘Door mijn opvoeding pak ik mensen die een ander bezeren hard aan. Verschillende keren heb ik op straat ingegrepen als ik zag dat een vrouw werd belaagd. Hetzelfde deed ik in de Bijlmerbajes in Amsterdam, waar ik bewaarder en later hoofdbewaarder was. Een keer had een gedetineerde een broodmes te pakken. Ik nam hem in de houdgreep en pakte het mes af. Voor mij was de zaak daarmee afgedaan, maar een collega-bewaarder sloeg daarna op hem in. Ik kwam ertussen en zei: ‘Wil je slaan? Hier, sla mij.’

Wie is uw belangrijkste adviseur geweest?

‘Dat ben ik zelf. Ik ben voor zelfstandig denken en doen, ik overdenk pro’s en contra’s voordat ik een keuze maak. Alleen de praktijk wijst uit of een besluit juist is geweest.

‘Ik ben drie keer getrouwd geweest, de eerste twee keer te snel. Ik heb ervan geleerd dat je een incubatietijd nodig hebt om elkaar goed te leren kennen. Bij het eerste huwelijk was ik nog maar 21. Ik had haar leren kennen op Curaçao, waar ik bij de Shell, de KLM en de politie heb gewerkt. Na tien jaar wilde ik terugkeren naar Suriname, zij wilde met onze vier kinderen op de Antillen blijven, aangespoord door twee tantes. Zo raakten we uit elkaar.

‘Met mijn tweede vrouw, met wie ik in Suriname vier kinderen kreeg, ben ik ook te snel getrouwd. Voor mijn derde huwelijk met Marita woonden we eerst twee jaar samen. Ik was boekhouder bij een bedrijf in Utrecht, mijn eerste baan in Nederland. Een collega klikte dat ik samenwoonde. Dat was toen heel ongebruikelijk. Van mijn baas moest ik kiezen: trouwen of ontslag.’

Hoe heeft u gevaderd over dertien kinderen uit meerdere relaties?

‘Niet zoals mijn vader. Met alle kinderen heb ik een goede band. In vakanties kwamen mijn kinderen uit Curaçao en Suriname vaak naar Nederland en gingen we met zijn allen op stap. Mijn oudste twee zoons zijn overleden, twee kinderen wonen in Suriname.’

Wat is het beste besluit dat u heeft genomen?

‘In 1963 samen met Marita naar Nederland vertrekken. Ik had geen idee wat me te wachten stond, maar was aangenaam verrast. In Suriname waren alle wasvrouwen en vuilnismannen zwart, in Nederland wit. Met mijn diploma’s mavo en boekhouden en achttien jaar werkervaring gingen de deuren voor mij open.

‘Ik had veel energie. In Nederland zag ik meer mogelijkheden mij verder te ontwikkelen. In de jaren zestig waren er nog niet veel Surinamers, overal waar ik kwam, was ik de eerste zwarte: op mijn werk en de opleidingen die ik ernaast deed. Dat ik de eerste gekleurde bewaarder werd in het Nederlandse gevangeniswezen, was een grote kop in De Telegraaf.’

Wat is u het meest bijgebleven van uw tijd als bewaarder in de gevangenis?

‘Toen ik begon, waren de meeste cipiers boerenjongens die gedetineerden als het uitschot van de samenleving zagen, en ze ook zo behandelden. Ik was goedgeschoold, had een opleiding inrichtingswerk en gevangeniswezen gedaan en had een heel andere benadering, ook omdat ik anders in elkaar zit. Ik vond dat je naar de mens achter de gedetineerde moest kijken en benaderde ze open en toegankelijk. Dat was ongebruikelijk.

‘Ze vonden dat ik te soepel was, maar ik was streng op de regels en de wet, en menselijk in het contact. Het was een interessante tijd, want de regering wilde een andere aanpak van gedetineerden, ze moesten worden voorbereid op terugkeer in de maatschappij. Dat sloot aan bij mijn denkbeelden, bij een menselijke benadering.

‘De leiding zag dat en binnen vier jaar was ik ploegleider, en vier jaar later hoofdbewaarder en daarna onderdirecteur van een van de torens van de Bijlmerbajes. De samenstelling van de groep gedetineerden veranderde. In het begin waren ze wit, er kwamen steeds meer mannen met een andere culturele achtergrond bij. Ik verdiepte me in de verschillen en bepleitte daar rekening mee te houden in onze benadering. In de ene cultuur is het een belediging als je iemand recht in de ogen kijkt, in de andere cultuur is het juist onbeleefd als je dat niet doet. Door mijn kennis en ervaring werd ik adviseur voor de politie en justitie.’

Hoe kijkt u naar de agressie van sommigen tegen de komst van nieuwe migranten en vluchtelingen?

‘Mensen die vluchtelingen belagen, oordelen zonder die mensen te kennen of naar ze te luisteren. Er wordt gestigmatiseerd. De overheid moet met hen in gesprek gaan over hun gedrag, hun confronteren met hun egocentrisme, en vriendelijkheid bijbrengen. Het zou ook goed zijn hen een-op-een in contact te brengen met vluchtelingen.’

Heeft u een lievelingslied?

‘Leaving me standing, zoals Oscar Harris het zong.’

Sordam begint te zingen: ‘I remember that night I met you. When we said that we would never part (...) I’ll love you forever, my darling, until the stars stop shining.’ Deze woorden doen mij denken aan mijn vrouw Marita. Ze was erg lief. Ze heeft al mijn kinderen altijd met open armen ontvangen.’

Max Sordam

geboren: 12 juli 1926, in Paramaribo, Suriname

woont: zelfstandig, in Amsterdam

familie: 13 kinderen (2 overleden), 25 kleinkinderen, 17 achterkleinkinderen

beroep: boekhouder, gevangenisbewaarder, cultureel adviseur, radiopresentator

weduwnaar sinds 2009

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next