Armoederegeling In een kwart van alle gemeenten is de ‘gemeentepolis’ voor minima niet of nauwelijks toegankelijk, waarschuwt een Haagse denktank. Dat vergroot de kans op zorgmijding en schulden, zeker na de geplande bezuinigingen van het kabinet-Jetten.
Een operatie in een ziekenhuis. Sommige mensen mijden duurdere zorg omdat de eigen bijdrage voor hen te hoog is.
Naar schatting 160.000 minima lopen de lokale armoederegeling mis die bedoeld is voor mensen met een laag inkomen én hoge zorgkosten. Dat blijkt uit een rapport van de denktank Instituut voor Publieke Economie.
Het gaat om de zogeheten ‘gemeentepolis’, een extra ruime zorgverzekering die zorgmijding en zorgschulden moet voorkomen. Volgens het kabinet-Jetten verzacht deze lokale armoederegeling de impact van de geplande zorgbezuinigingen.
Maar nu blijkt dat de regeling in een kwart van alle gemeenten niet of moeilijk toegankelijk is. 34 gemeenten bieden helemaal geen gemeentepolis aan. Nog eens 53 gemeenten betalen er zo weinig aan mee dat de premie erg hoog is voor de doelgroep. Het Instituut voor Publieke Economie heeft berekend dat zo’n 160.000 mensen de regeling wél zouden gebruiken als die voor hen beschikbaar en betaalbaar zou zijn.
Het aandeel gemeenten waar inwoners helemaal geen gemeentepolis kunnen krijgen, is bovendien hard toegenomen. De denktank ziet sinds 2017 een vertienvoudiging, van 1 naar 10 procent van alle gemeenten.
Dat is extra problematisch door het kabinetsplan om het eigen risico in 2028 met 60 euro extra te verhogen, zegt onderzoeksleider Jasper J. van Dijk. Er zijn sterke aanwijzingen dat hogere eigen betalingen tot meer zorgmijding leiden, vooral bij mensen met een laag inkomen. „Als er dan allemaal gaten in de lokale vangnetten zitten”, zegt Van Dijk, „komen zij in de knel.”
Gemeenten kunnen een gemeentepolis aanbieden, samen met een zorgverzekeraar, om te voorkomen dat inwoners noodzakelijke zorg gaan mijden of in de schulden belanden door hoge zorgbetalingen. Ongeveer 580.000 minima gebruiken zo’n gemeentepolis.
In de meeste gemeenten is de regeling toegankelijk voor huishoudens met een inkomen van hooguit 20 of 30 procent boven bijstandsniveau. Zij krijgen ruimere vergoedingen, bijvoorbeeld ook voor de tandarts, en hoeven geen eigen betalingen te doen. Het eigen risico kan ook wegverzekerd worden. Daar staat een hogere premie tegenover. Om die premie toch betaalbaar te houden, draagt de gemeente eraan bij en accepteert de zorgverzekeraar veelal een lagere marge op deze polis.
Hoeveel geld gemeenten bijdragen aan de premie, verschilt sterk, ontdekte het Instituut voor Publieke Economie. In de meeste gemeenten gaat het om 20 tot 40 euro per maand. In 53 gemeenten is dat bedrag lager en in ruim tachtig gemeenten hoger.
Deze „postcodediscriminatie”, zoals de denktank het noemt, leidt tot grote verschillen in Nederland: in gemeenten met een ruimere bijdrage wordt de minimapolis 50 procent méér gebruikt.
In 2017 waren er nog maar vier gemeenten die helemaal geen gemeentepolis aanboden. Dat dit aantal zo sterk is gestegen, heeft twee oorzaken. Eerst begonnen zorgverzekeraars zich terug te trekken. Zij leden financiële verliezen op deze minimapolissen en wilden vaak alleen nog samenwerken met gemeenten waar zij veel verzekerden hebben. De laatste jaren besloten ook gemeenten zélf te stoppen met de gemeentepolis. Om te bezuinigen en omdat ze niet verplicht zijn om zo’n regeling aan te bieden.
Volgens het Instituut voor Publieke Economie kan alleen een landelijke regeling deze „postcodediscriminatie” oplossen. Gemeenten verplichtstellen om een gemeentepolis aan te bieden, gaat niet werken, volgens de denktank. Dat neemt hun onderhandelingsruimte weg tegenover de zorgverzekeraar, bijvoorbeeld over de premiehoogte en de voorwaarden van de zorgpolis. „Vaak krijgen gemeenten maar een aanbod van één zorgverzekeraar”, zegt Van Dijk. „Hun enige marktmacht is om daar ‘nee’ tegen te zeggen en geen gemeentepolis aan te bieden.” Als gemeenten dat óók niet meer mogen, zegt Van Dijk, zijn ze „overgeleverd aan de wensen van de verzekeraar”.
Het Instituut voor Publieke Economie pleit daarom voor een landelijke regeling waarmee mensen met een inkomen tot hooguit 20 of 30 procent boven bijstandsniveau, automatisch worden vrijgesteld van het eigen risico en andere eigen betalingen in het basispakket. Daarnaast zouden zij een vergoeding moeten krijgen voor een aanvullende zorgverzekering die in ieder geval mondzorg, fysiotherapie, een bril en contactlenzen vergoedt.
Deze voordelen zouden dan automatisch voor álle minima gelden. Nu moeten zij de gemeentepolis allereerst kennen en zelf een aanvraag doen, wat sommige mensen ingewikkeld vinden. De landelijke overheid heeft veel inkomensgegevens, en kan aan zorgverzekeraars doorgeven wie vrijgesteld moeten worden van eigen betalingen. De overheid vergoedt vervolgens het financiële nadeel dat de zorgverzekeraars hiervan ondervinden. „Op die manier”, zegt Van Dijk, „wordt de bescherming tegen zorgmijding en zorgschuld veel breder en stabieler.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie