Home

Als er iets te halen valt, bij voorkeur vastgoed, is er wel aandacht voor Gerard Reve

Huize het Gras, het huis in Greonterp waar Gerard Reve van 1964 tot 1971 woonde, staat te koop. Tenminste, als het intussen niet verkocht is, want aan de aanprijzing van de makelaar zal het niet liggen. „Huize het Gras wacht op een nieuw hoofdstuk.” Reve was niet de enige met een winkel.

Een paar weken geleden stond ik met drie vrienden voor het huis. Niet voor een bezichtiging, maar voor, zo stond in de aankondiging van Reves voormalige partners Teigetje en Woelrat, „de eenentwintigste feestelijke viering van de Tenhemelopneming van de Glorievolle en Gezegende Maagd, tevens de viering van het leven van Gerard Kornelis Franciscus van het Reve.”

Idyllisch was het woord dat ik hier als makelaar ook zou gebruiken. Veel groen, stilte, naast Het Gras nog een klein aantal lieflijke huisjes. En tientallen Revianen, allemaal met een glas rode wijn in de hand.

Bij het zien van het verkoopbord in de tuin greep een van mijn vrienden meteen naar zijn iPhone om een Funda-alert in te stellen.

„Ik maak er een darkroom annex literatuurmuseum van.” Het Letterenfonds moest dit plan gaan financieren.

„Of”, zei de andere vriend, „we winnen allemaal één keer de Libris Literatuurprijs. Dan kunnen we het zonder hypotheek betalen.”

Reve kocht het huis ooit voor een krappe 2.000 gulden, zo begrepen we uit een van de brieven die die middag werd gelezen. Ik weet niet wat een grote literaire prijs destijds opleverde.

We kregen contact met een local, een spraakzame Fries uit Pingjum, een dorp in de buurt. Of we het boek Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard kenden. „Daarin noemt Reve Pingjum als ‘het naburige P.’” Hij klonk trots. „En jullie dachten, wij komen de gemiddelde leeftijd hier wat naar beneden schroeven?”

Ja, wat dachten we eigenlijk? Voor het literaire studentenblad Propria Cures had een aantal van ons Teigetje en Woelrat ooit uitgenodigd om een avond ingezonden bijdragen te jureren. Of eigenlijk hadden we onszelf bij hen uitgenodigd, in hun modeatelier in Amsterdam-West. We hadden de heren weinig te bieden, alleen een paar belabberde inzendingen waarin met allerlei ziektes werd gescholden, maar we kregen er van alles voor terug. Sjaals van Teigetje&Woelrat en gebruikte kroontjespennen van Reve. Als klap op de vuurpijl kwam Teigetje aan met een oude envelop met daarop de tekst: „Haar van Grijze Wolf. Zijn hoofd geknipt door Woelrat op 9 maart 1971.” Allemaal een royale pluk haar van de volksschrijver mee naar huis.

Misschien was dit bezoek een manier om toch nog iets terug te doen. In elk geval legde een van ons een bos bloemen neer in de nabijgelegen kerk, waar voor de gelegenheid een foto van Reve op het altaar was gezet.

Wat verder opviel, was dat er nauwelijks tot geen types uit de literaire scene aanwezig waren. Ook geen journalisten. Geen interesse, al jaren niet, vertelde Woelrat achteraf in het café boven een bord kipsaté. (Uit respect zaten wij weer aan een glas rode wijn, maar Woelrat bestelde een 0.0-biertje.) Terwijl er hier toch uit ongepubliceerd werk werd voorgelezen. Dat was het dan, met de belangstelling.

Maar kort op de vieringen kwam het huis officieel in de verkoop, en daar was wel volop aandacht voor. De NOS wijdde er een stuk aan waarin de woorden „legendarische plek” vielen. Het AD had dronebeelden van het huis. Het makelaarsbureau werkt inmiddels met een wachtlijst. Als er iets te halen valt, bij voorkeur vastgoed, is er wel aandacht voor een schrijver. Beter dan niets.

De beste verkooptekst staat op een tegel voor het huis.

„Hier was Reve, zeer korte tijd, bijna gelukkig.”

Literatuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next