Home

Klimaatmars in Amsterdam ‘helpt om te voelen dat we niet alleen zijn’

Demonstratie Zaterdag liepen 40.000 mensen mee met de jaarlijkse klimaatmars in Amsterdam. De droge zomer heeft niet voor een stijging in het aantal deelnemers gezorgd. „Mensen vinden het lastig om iets op te moeten geven.”

Veel deelnemers hadden zelfgemaakte protestborden mee.

Het protestbord van Heleen de Haas (24) gaat al even mee. Met plakband heeft ze een stuk karton geplastificeerd. „Stop denying, the world is dying”, zo valt er te lezen. Ze maakte het voor de klimaatmars van 2019. „Maar het is nog steeds actueel.”

In die zin voelt de editie van 2026 als een herhaling van zetten. Opnieuw lopen duizenden mensen in Amsterdam vanaf de Dam naar het Museumplein. En opnieuw roepen ze op tot politieke actie tegen de klimaatcrisis. „Dit is mijn vijfde klimaatmars”, staat er op een ander bord. „Hoeveel nog?”

De Haas is samen met haar moeder Marjan uit Apeldoorn gekomen. In hun omgeving merken ze dat niet iedereen hetzelfde over klimaat denkt als zij. Bij familie vermijden ze het onderwerp. „Zij geloven niet dat je als individu iets kunt doen tegen klimaatverandering.” De mars „helpt om te voelen dat we niet alleen zijn”.

Tegen 13 uur is de Dam behoorlijk volgestroomd met deelnemers. De leeftijden lopen uiteen: van in een buggy vooruitgeduwde jonge kinderen tot tot de senioren van actiegroep Grootouders voor het Klimaat. Vanaf een podium worden toespraken gegeven en treedt onder andere zangeres Merol op. De organisatie van de klimaatmars schat in dat er ruim 40.000 deelnemers zijn, zo wordt er op het podium gezegd. De politie en de gemeente doen volgens persbureau ANP geen uitspraken over de aantallen.

Klimaatmars in ’23 het grootst

Dat aantal is volgens organisator Klimaatcrisis Coalitie vergelijkbaar met eerdere edities. Een uitschieter was 2023, toen er 85.000 mensen meeliepen in Amsterdam. Destijds liep Greta Thunberg, de bekende Zweedse klimaatactivist, met de mars mee. Vorig jaar werd het protest in Den Haag gehouden, toen liepen er 45.000 mensen mee.

Daarmee lijkt de droge zomer niet voor een groei in het aantal deelnemers te hebben gezorgd. Wanneer de menigte vanaf 14 uur richting het Museumplein begint te lopen, ontstaat er desalniettemin een lange stoet mensen. Wanneer iets na 15 uur de eerste demonstranten bij het Museumplein aankomen, zijn de laatste deelnemers pas net van de Dam vertrokken. Dat is letterlijk een bezemploeg: met prikkers en vuilniszakken zorgen zij dat er geen spoor van de menigte meer achterblijft.

Premier Jetten werd op diverse borden opgeroepen zijn oude imago van „klimaatdrammer” weer te omarmen.

Het opgeprikte afval is in de praktijk vaak zwerfafval dat er voor de mars al lag, stelt de organisatie. De klimaatmars trekt dan ook vooral gelijkgestemden. Er zijn borden te zien van milieuorganisaties als Greenpeace, Milieudefensie en Extinction Rebellion. Ook wapperen er vlaggen van linkse politieke partijen als PRO, de SP, en Volt. Mensen met borden waarop slogans van regeringspartij D66 staan zijn er ook, maar zij springen minder in het oog dan de van pizzadozen geknutselde borden die premier en D66-partijleider Rob Jetten oproepen weer ‘klimaatdrammer’ te worden – de geuzennaam die Jetten als Tweede Kamerlid had.

‘Opnieuw tegen kernenergie protesteren’

De gemoedelijke sfeer die de mars kenmerkt, deed Annemiek Dijkstra (65) uit Enschede twijfelen of ze wel moest gaan. Ze loopt al sinds haar vijftiende mee met klimaatdemonstraties, vertelt ze. Haar eerste was in 1976, tegen de uitbreiding van een fabriek voor uraniumverrijking in Almelo. „En nu moeten we opnieuw tegen kernenergie protesteren. Uranium is niet oneindig beschikbaar, en we zadelen komende generaties met het afval op.”

Het vreedzame protest leidt niet tot politieke verandering, ziet Dijkstra. „Maar niet gaan voelde ook niet goed. Ik krijg ook weer energie van hier zijn, het gevoel dat ik niet alleen ben.”

Ook zij heeft een protestbord bij zich dat ze al bij eerdere edities heeft gebruikt. Daarop staan een aantal zaken opgesomd die wat Dijkstra betreft moeten worden aangepakt: bio-industrie, kernenergie, het invoeren van een CO2-taks. Een oude kreet tegen biomassa heeft plaats moeten maken voor een nieuwe bedreiging: AI. „Dat kost enorm veel energie. Heel weinig mensen staan daar bij stil, het gemak dient de mens.” Als het aan Dijkstra ligt, zou lukraak AI-gebruik verboden moeten worden. „Met een ontheffing waar het nodig is, voor defensie of ziekenhuizen bijvoorbeeld.”

Inger, die met haar zoons van 10 en 8 jaar meeloopt, hoopt zelf vooral „te laten zien dat het anders moet”. Ze wil niet met haar achternaam in de krant. Net als van andere geïnterviewden die alleen met hun voornaam worden opgevoerd, is haar volledige naam bij de redactie bekend.

Inger merkt dat veel mensen in haar omgeving het lastig vinden om zaken te moeten opgeven. „Het zijn allemaal hoogopgeleide, bewuste mensen. Maar als wij zeggen dat we niet willen vliegen, dan worden we meewarig aangekeken.” Ze denkt dat veel mensen de klimaatproblemen wel zien, maar niet de link leggen met hun eigen gedrag. „Dat collectieve handelen zie je hier bij de mars, maar daarbuiten niet.”

Acute aanleiding ontbreekt

Marleen (23) uit Amersfoort is voor het eerst bij de mars aanwezig, „maar ik heb er altijd al wel achter gestaan”. Dat ze niet eerder is geweest, heeft vooral met „suffe dingen” te maken: agenda’s die al vol zitten met andere bezigheden. „Het is ook niet dat het klimaat nu ineens anders is, dit speelt al veel langer”, vult haar zus Dorien (25) aan. Het probleem van de klimaatbeweging: de opwarming van de aarde is zo’n veelkoppig probleem dat het vaak ontbreekt aan een acute aanleiding die mensen op de been kan krijgen.

Voor Julia de Graaf (21) speelde de hete zomer wel een rol bij haar besluit om deze zaterdag mee te lopen. „Deze zomer was het weer zo absurd, dat zorgt wel voor extra besef dat het niet iets abstracts is. Het heeft nu gevolgen en er moet iets gebeuren. Eigenlijk is het al een beetje te laat.”

Ook Marjo Brenters zag het deze zomer „helemaal de verkeerde kant op gaan”. Ze is met haar zus, dochter en kleindochter uit Zutphen gekomen. „Er is geen beleid, dat is heel ernstig.” In haar omgeving ziet ze wel dat mensen het verband zien tussen de hitte en klimaatverandering. „Maar in het grotere geheel niet.” Tegelijkertijd kan ze zich „niet voorstellen” dat mensen de urgentie niet inzien.

Alexander Quarles van Ufford ziet „cognitieve dissonantie” bij mensen in zijn omgeving.

Een opvallende verschijning is Alexander Quarles van Ufford, die gekleed in een krijtstreeppak meeloopt in de staart van de mars. „Vroeger stemde ik VVD”, staat er op het bord dat hij vasthoudt. Op zijn jasje is een button van het WNF gespeld.

Dat vroeger was twintig jaar geleden, vertelt hij. „Ik miste de urgentie in het klimaatprogramma van de partij. Er is geen langetermijnvisie op klimaat.” Inmiddels zorgt dat voor economische problemen, zegt Quarles van Ufford. „Deze zomer had ook het bedrijfsleven last van de droogte, met supply chains die stil kwamen te liggen. Er is stagnatie door klimaatverandering.”

Volgens hem is er sprake van „cognitieve dissonantie” bij mensen in zijn omgeving. „Veel van mijn peers stemmen VVD. Zij maken de koppeling tussen de droogte en klimaatverandering. Ze zien het, ze ervaren het, en prikken toch weer een biefstukje.”

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next