Home

Het Nationaal Archief is ons collectieve geheugen dat breed gevoed en geduid moet worden

Archiefwet

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

In 1941 omschreef de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges het heelal als een enorme bibliotheek, bestaande uit „een onbepaald en misschien oneindig aantal zeshoekige galerijen” die eindeloos doorgingen. De omvang en oneindigheid van alles wat geschreven was, of ooit nog geschreven zou worden, kon antwoord geven op allerlei mysteries, de toekomst voorspellen en ruimte bieden aan variaties op die voorspellingen.

De mogelijkheid zo’n bron te kunnen raadplegen van oneindige kennis, waar perspectief te vinden is op het verleden én de toekomst: wat een weelde. Maar natuurlijk ook angstig en gekmakend als er niemand is die je de weg kan wijzen in die oneindigheid, en je daardoor belandt in een doolhof zonder uitgang.

Zo’n doolhof wordt het Nationaal Archief, mochten de plannen van de directie doorgaan. Met het oog op de nieuwe Archiefwet en het terugbrengen van het budget wil ze in de toekomst de publiekstaken terugschroeven. Het aantal publicaties wordt teruggebracht, er wordt gestopt met historisch onderzoek, er komen geen tentoonstellingen en educatieve programma’s meer én er worden geen archieven meer overgenomen die niet door overheidsinstellingen zijn gevormd. Die nieuwe visie is volgens het Archief noodzakelijk door de snelle digitale ontwikkelingen.

Onbegrijpelijk. Een archief is meer dan een verzameling documenten. Van even groot belang is de context waarin die zijn gemaakt en gearchiveerd, en die duidelijk maakt waarom en hoe ze zijn ontsloten. Bij een Nationaal Archief komt het collectieve geheugen van een natie tot stand en wordt ook nog eens de mogelijkheid geboden een ander perspectief te krijgen op het collectieve geheugen.

Het Nationaal Archief bezit veel particuliere archieven en huisvest duizend jaar Nederlandse geschiedenis. Geschiedenis wordt weliswaar geschreven door de overwinnaars en hen die haar gestuurd hebben, maar is incompleet wanneer niet ook een ander perspectief wordt geboden. Terwijl er gestreefd wordt naar meer diverse verhalen die perspectief bieden op het verleden in de hoop zo een betere samenleving te vormen, is het besluit over te gaan op wat alleen overheidsinstanties aanbieden somber stemmend.

In NRC merkte Martijn Eickhoff, directeur van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD), terecht op dat „als de geschiedenissen van personen, families, verenigingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en gemeenschappen in de toekomst minder goed verteld kunnen worden, dat aan het ideaal van diversiteit en inclusie raakt en dat de ‘stem’ van de overheid dominanter wordt.” En dat terwijl in een gezonde democratie overheidshandelen gereconstrueerd en gecontroleerd moet kunnen worden.

Daar komt bij dat onderwijs een van de belangrijkste pijlers in een samenleving is. Ook al hebben archieven voor veel bezoekers een hogere drempel dan musea of monumenten, ze zijn minstens zo essentieel voor het behoud van Nederlands erfgoed en daarom zijn educatie, laagdrempelige toegankelijkheid en actief publieksbeleid hard nodig. Niet alleen voor kennis en kunde, maar ook om zelf te leren nadenken en te zoeken. Je weg vinden in een archief dat de potentie heeft een oneindige blik op de toekomst te bieden, gaat niet vanzelf. Het ondermijnen van het collectieve geheugen is een democratie onwaardig.

Commentaar

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next