Home

Waar blijft het aanvalsplan van de onderwijssector zelf?

Het briefje dat de onderwijssector deze week aan de Tweede Kamer en het kabinet stuurde, schoot me in het verkeerde keelgat. Het ging over de lees- en taalvaardigheid van 15-jarige leerlingen, zoals gemeten door het internationale Pisa-onderzoek dat wordt uitgevoerd door de Oeso, de club van ontwikkelde economieën in Parijs. De sector bleef de onderzoekers een dag voor, en schreef vast: ‘Het is niet de verwachting dat de dalende trend op vooral lees- en taalvaardigheid van 15-jarigen is gekeerd, ondanks de grote inzet van schoolleiders, leraren, ouders en leerlingen.’

Terwijl de onderwijsbestuurders schrijven dat ze hun ‘verantwoordelijkheid willen nemen’, leest het briefje vooral als een stevige schrobbeurt van de eigen stoep. Er wordt ‘hard gewerkt’ aan dit. ‘We werken hard’ aan dat. Kansen worden ‘gepakt’. O, en er zijn trouwens nog wel wat wensen voor het overheidsbeleid, en ouders kunnen ook meer doen. ‘Graag zetten wij ons samen met u in voor het beste onderwijs voor ieder kind.’ Liefs en groetjes van de onderwijssector.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl

Op deze fiets kan ik het briefje voor over drie jaar, als de nieuwe versie van het onderzoek verschijnt, óók al wel vast schrijven. ‘Het is niet de verwachting dat de dalende trend is gekeerd…..’ ‘Hard gewerkt.’ ‘Verlanglijstje.’

Waarom neemt de onderwijssector niet écht de verantwoordelijkheid? De inrichting van de onderwijssector in Nederland is immers gebouwd op het principe van de onderwijsvrijheid, waarbij de overheid betaalt, regels stelt en toezicht houdt, maar de (besturen van de) scholen verantwoordelijk zijn voor het onderwijs. De al pakweg twintig jaar dalende taalprestaties van leerlingen, het kelderen op de internationale lijstjes, zijn eerst en vooral de verantwoordelijkheid van de scholen.

Dáár moet het aanvalsplan beginnen, denk ik, met het uitspreken van die verantwoordelijkheid. Niet meer duiken, niet meer wijzen naar anderen, niet meer zeggen dat je zo hard werkt. Gewoon erkennen: het gaat slecht, en dat is eerst en vooral onze verantwoordelijkheid. Wij moeten aan de bak. Want als we blijven doen wat we altijd al deden, krijgen we wat we altijd al hadden. En dat is niet goed genoeg. Zou dat niet opluchten?

Dan: doelen stellen. Hoe je het verder ook uitwerkt, de hoofdlijn moet zijn: wij (van het funderend onderwijs) keren de trend van dalende lees- en taalvaardigheidsprestaties van onze leerlingen. Dit zal onder meer blijken uit het volgende Pisa-onderzoek.

En dan komt het moeilijkste: hoe dan? Gelukkig is dat precies het werk en de expertise van de sector. Hoe je kinderen en jongvolwassenen zo effectief en efficiënt mogelijk iets leert. Uit het vorige Pisa-onderzoek, schrijft de sector zelf terecht, is gebleken dat in Nederland de verschillen tussen scholen opvallend groot zijn. In dezelfde omstandigheden presteren sommige scholen goed, andere slecht. Regel dus binnen de sector dat je deze variatie indamt. Spreek elkaar aan. Laat de goede presteerders de achterblijvers helpen.

Spelen er zaken buiten de school met invloed op de leerlingprestaties? Technologie? Oudergedrag? Dóé er dan iets mee. Ga altijd uit van wat de school zelf kan doen, ook om het gedrag van anderen te beïnvloeden.

De sector kan natuurlijk ook zeggen: joh, wij doen ons werk al voorbeeldig. Die dalende prestaties zijn de schuld van de verslavende sociale media en de ouders die niet meer (voor)lezen. En trouwens: de verantwoordelijkheid ligt bij de individuele school, niet bij de sector. Dan zeg ik, even goede vrienden, maar dan gaan we staatsonderwijs invoeren.

Source: Volkskrant

Previous

Next