Bij de IND Het Europese migratiepact, van kracht sinds juni, dwingt landen asielprocedures te versnellen. De nieuwe werkwijze van de IND geeft interne onrust, blijkt uit gesprekken van NRC met tien medewerkers. „Je moet beslissen op basis van minder informatie.”
Op het gras bij aanmeldcentrum Ter Apel wachten asielzoekers tot ze naar binnen kunnen.
„Goeiemorgen! We zitten hier vandaag in de auto en zijn onderweg naar…” De jonge man en vrouw kijken lachend in de camera en laten een stilte vallen. „Tèèèrrr Aaapellll, jaja!”
Met een vrolijk muziekje op de achtergrond rijden de twee leden van het ‘implementatieteam’ van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) langs het grasveld voor de ingang van Ter Apel. Bij het aanmeldcentrum voor asielzoekers gaan ze vragen hoe het gaat met de nieuwe manier van werken.
De hele zomer maakt het duo video’s als deze, bedoeld om IND-medewerkers op de hoogte te houden van de ervaringen na 12 juni. Op die dag trad het nieuwe migratiepact in werking – aangescherpt Europees asielbeleid dat het vastgelopen asielsysteem moet vlottrekken. Met de filmpjes, die alleen intern worden gedeeld, hoopt de IND de moed erin te houden.
Of een leidinggevende in Ter Apel nog tips heeft voor andere IND-medewerkers, wil het duo weten. „Ik zou zeggen: geniet ervan”, antwoordt ze. „Het is een dynamische periode waarin je allerlei nieuwe dingen zult tegenkomen, waarin je je creativiteit kan laten stromen, dus doe dat vooral.”
Voor dit artikel sprak NRC tien medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Acht van hen zijn op eigen verzoek in de tekst geanonimiseerd om problemen met hun werkgever te voorkomen; hun namen zijn bekend bij de redactie. Twee medewerkers worden wel genoemd: Jeroen (die alleen zijn voornaam vermeld wilde hebben) en manager Henriëtte Kip. NRC sprak hen op de locatie Ter Apel met toestemming van de IND.
De IND, die beslist of asielzoekers in Nederland mogen blijven, maakt door het migratiepact de grootste verandering in dertig jaar door. Omdat asielprocedures volgens de afspraken in het pact sneller moeten worden afgehandeld, is de hele werkwijze omgegooid. Voorheen verplichte stappen zijn afgeschaft. Door ‘slimmer’ te werken probeert de IND nog meer tijdwinst te boeken – het moet 25 procent efficiënter, staat in beleidsstukken waarin de IND zich tot doel stelt over twee jaar „de beste dienstverlener” van Nederland te zijn.
En de IND moet als dienstverlener van ver komen. Vorig jaar moest 79 miljoen euro aan dwangsommen worden uitbetaald aan asielzoekers wegens te late beslissingen. De gemiddelde wachttijd bedroeg vijftien maanden – die moet naar drie tot zes maanden, vereist het migratiepact. Daarnaast moeten 54.000 oude zaken worden weggewerkt door nog maar een kwart van het personeel – de rest werkt aan de nieuwe zaken die onder het pact vallen. In een rapport uit maart noemt de IND de invoering van het pact „een grote uitdaging”. Maar asielminister Bart van den Brink (CDA) had geruststellende woorden voor de Tweede Kamer: „Is de IND er klaar voor? Het antwoord is ja.”
NRC volgde de veranderingen in eerste drie maanden dat het migratiepact geldt en besprak deze met tien IND’ers die betrokken zijn bij de beoordeling van asielaanvragen. NRC keek ook in Ter Apel mee met het nieuwe aanmeldproces en las interne mails en documenten. Hoormedewerkers, zo bleek, voelen zich door een nieuwe regel aangetast in hun privacy. Het management voert de druk op, medewerkers zien toenemende willekeur in asielbesluiten.
Hoor- en beslismedewerker Jeroen loopt de wachtruimte van het aanmeldcentrum in Ter Apel in. De ogen van de wachtenden richten zich meteen op hem. Zijn zij aan de beurt? Midden in de ruimte staan een speelauto en een houten speelgoedwinkeltje. In een krat liggen verpakte broodjes kaas. Een man die voor zijn gehoor een pak heeft aangetrokken, wordt opgeroepen door een van Jeroens collega’s.
Hij doet dit werk al zes jaar, vertelt hij terwijl hij de trap oploopt naar de gehoorkamers, vormgegeven in groene en gele tinten. In elke ruimte hangt dezelfde kunst: een stilleven van een leeg fotolijstje. „Hier zit ik, hier de tolk en daar de asielzoeker”, wijst Jeroen. En daar, op het bureau, staat „het apparaat”. Dat is de zwarte geluidsrecorder waarmee ze volgens de regels van het migratiepact alle gehoren moeten opnemen, voor het bewijs in een eventuele latere rechtszaak. Zelf vindt Jeroen die opnames „geen probleem”, hij „vertrouwt de IND”, maar collega’s vinden het wél moeilijk. „En dat begrijp ik ook.”
Rond de invoering van het pact gaat het op de werkvloer bij de IND over weinig anders dan die opnames, vertellen de medewerkers die NRC sprak. De plannen hiervoor waren al langer bekend, maar medewerkers gingen ervan uit dat de opnames intern zouden blijven. Pas vlak voor 12 juni kregen ze te horen dat de tapes óók aan de advocaten van de asielzoekers worden verstrekt. Dat zorgde voor paniek. Hoormedewerkers vrezen dat de opnamen, met hun namen en stemmen erop, via advocaten uitlekken en op sociale media terechtkomen. En dat zij dan, in het ergste geval, persoonlijk onder vuur komen te liggen.
Vlak voor het migratiepact van kracht werd, ontvingen medewerkers video’s waarop IND-managers uitleggen dat de opnames nu eenmaal een Europese regel zijn, waar „we niet zomaar van af kunnen wijken”. Een van hen: „Door de leiding is heel nadrukkelijk gezegd: als de opname buiten de IND belandt en wordt misbruikt, staan wij als IND voor jullie, achter jullie en naast jullie.”
Asielzoekers fietsen met boodschappen terug naar het aanmeldcentrum Ter Apel.
Dat bracht de rust niet terug.
Delegaties van alle IND-locaties kwamen de dag voor de invoering naar het hoofdkantoor in Den Haag. Ze vertelden daar, volgens notulen die NRC inzag, dat medewerkers zich niet meer veilig voelen om asielzoekers te horen, omdat de IND hun privacy niet kan beschermen. De leiding zei hun „frustratie” te begrijpen. Er zou gewerkt worden aan een nieuw protocol dat de problemen moet oplossen.
Aan een groep boze medewerkers die later nog eens naar de leiding stapte, gaf het IND-bestuur volgens een verslag „meermaals” toe dat ze „veel te laat gestart” zijn met dit protocol. „Goed dat onze zorgen gehoord worden in Den Haag”, vermeldt het verslag, maar „helaas” gebeurt dit „pas na de ingang van het pact, waardoor wij de komende periode nog zullen moeten dealen met de risico’s…”.
Intussen is het opnameapparaat in gebruik genomen. Voor een medewerker in Utrecht voelt het „alsof er op mij wordt gelet”, zegt ze. „Alsof iemand tijdens een gehoor meekijkt over je schouder.” Een IND’er van de locatie Schiphol: „Het is een risico, je stem zwerft ergens rond en je hebt er geen grip op.”
Hij vreest ook dat de dienst door de opnames rechtszaken zal verliezen. Eerder had hij controle over het gehoor, vertelt hij, omdat hij het verslag ervan opstelde. Door de opnamen kunnen advocaten er zelf dingen uithalen – in het voordeel van de asielzoeker. Of ze kunnen zijn houding als hoorder gaan ontleden – betogen dat zijn vragen te sturend waren, bijvoorbeeld. Of dat hij de asielzoeker te veel heeft onderbroken.
Een IND’er die zijn baan heeft opgezegd: „Je zit er niet meer zo relaxt bij. Alles wat je zegt, al is het een grapje tegen de tolk, kan nu tegen je worden gebruikt.”
De IND bevestigt dat medewerkers en tolken „bezorgd” zijn over de opnames. De dienst heeft toegezegd dat medewerkers hun naam niet meer onder het verslag van het gehoor hoeven te zetten, en dat de opnameband pas gaat lopen nadat ze zich hebben voorgesteld. Aan het protocol wordt nog altijd gewerkt.
In Ter Apel moeten asielzoekers op een tablet een uitgebreide vragenlijst invullen. De aanmeldprocedure is veranderd om tijd te winnen
Als het bij de IND gaat over het migratiepact, dan gaat het vooral over de directie Asiel en Bescherming (1.800 medewerkers). Daar werken de mensen die asielzoekers horen en beslissen of zij recht hebben op een verblijfsvergunning. De afdeling heeft moeite om werknemers vast te houden. Voor veel twintigers, net klaar met hun rechtenstudie, is het hun startersbaan. Na het eerste jaar, waarin ze worden opgeleid – of in IND-jargon: ‘tekenbevoegd gemaakt’ – kijkt een deel alweer uit naar een volgende baan. Directeur Coert Kleijwegt sluit iedere mail aan het team af met de zin: ‘Fijn dat je er bent’.
Dat het verloop hoger is dan op andere afdelingen, komt volgens medewerkers voor een deel door een gebrek aan doorgroeimogelijkheden. De enige stap omhoog is senior hoor- en beslismedewerker – een bijna identieke functie. Maar ook het soort werk speelt een rol. Hoor- en beslismedewerkers moeten in weinig tijd een ingrijpende beslissing nemen: of iemand die asiel vraagt mag blijven of Nederland moet verlaten. Dat valt sommigen zwaar. De IND’er die zijn baan heeft opgezegd, vertelt dat zijn eerste afwijzing „best wel binnenkwam”. Het ging om een man uit Syrië, die geen recht had op asiel. „Maar als je dan het verhaal van die man leest, en zijn foto ziet… Ik dacht: ik ga nu over jouw leven beslissen. Dat voelde niet helemaal lekker.”
Dat gevoel werd minder bij de tweede afwijzing, en nog minder bij de derde. „Dat menselijke aspect verdwijnt vast naar de achtergrond als je dit werk langer doet.” Maar helemaal weg ging het niet. „Ik besefte opeens: als ik hier al moeite mee heb, komen er heel veel zaken aan waar ik nog meer moeite mee zal hebben.”
Vraag je medewerkers van de hoorafdeling naar het pact, dan beginnen de meesten meteen over één verbetering. Tot deze zomer moesten medewerkers voor iedere afgewezen asielzoeker eigenlijk twéé besluiten schrijven: een voornemen, waar de advocaat nog op reageerde in een zogeheten zienswijze, en daarna het definitieve besluit. De tussenstap van het voornemen is nu afgeschaft. Dat scheelt IND’ers veel werk.
Een IND’er met een achtergrond in de geesteswetenschappen zegt dat hij het ‘voornemen’ ervoer als „werkverschaffing”. Inbreng van advocaten leidde volgens hem zelden tot een ander besluit – hoewel uit cijfers van de IND blijkt dat 10 procent van alle afwijzingen na de reactie van advocaten verandert in een inwilliging. „Ik heb nooit een zienswijze van een advocaat gezien waar iets zinnigs in stond, waarvan ik dacht: hier heb je je cliënt nou echt mee geholpen.”
Meer hoor- en beslismedewerkers spreken laatdunkend over asieladvocaten. De IND’er die het werk al jaren doet: „Ik ben meer dan eens geïrriteerd geweest door een zienswijze van een advocaat. Sommige zijn heel lang en vervelend. En wij moeten op élk punt reageren, ook als het geen hout snijdt. Dan had je een aanvrager met een hele zwakke verklaring: ik ben homo en denk de hele dag aan piemels en billen. En dan schrijft zo’n advocaat: ja maar mijn cliënt heeft een laag referentiekader. Dan denk ik: waar is dit nou voor nodig? Je weet toch zelf ook wel dat deze verklaring geen verblijfsvergunning oplevert? Ik snap dat ze moeten opkomen voor hun cliënt, maar je hoeft ook geen zand in de machine te strooien.”
„Deze IND-medewerkers miskennen de rol van een advocaat”, reageert Wil Eikelboom, voorzitter van de Nederlandse vereniging van asieladvocaten. „Het zou wat zijn, als wij niet meer opkomen voor een cliënt die niet wordt geloofd door de IND. Dan zouden we klachtwaardig bezig zijn. Onze taak is om naar voren te brengen wat onze cliënt zou zeggen, als hij juridische kennis had. Niet om de IND tijd te besparen.” De vrees dat advocaten de gehooropnames zullen gaan lekken, noemt Eikelboom „helemaal bespottelijk”. „Wij zijn gebonden aan geheimhouding. Bovendien is degene die de meest privacygevoelige informatie prijsgeeft in een gehoor, niet de IND’er maar de asielzoeker. Die moet zijn supergevoelige asielverhaal prijsgeven. Er is geen enkel belang om dat te lekken.”
Sinds het migratiepact is een asielbesluit meteen definitief. De IND’ers hoeven niet meer te reageren op brieven van advocaten, die gaan nu gelijk naar de rechter waar het besluit kan worden aangevochten.
Asielzoekers wachten op een opvangplek. Ze hebben zich een dag eerder aangemeld bij de IND.
Voordat het migratiepact inging, werkten in de regel drie IND’ers aan een asielbesluit: één deed het gehoor, een ander schreef het voornemen en de derde het eindbesluit. Minstens zes ogen, dus – een extra waarborg voor een zorgvuldig besluit. Maar om het proces „efficiënter” te maken, zegt de IND, moeten medewerkers nu beslissen over de asielzoekers die ze zélf hebben gehoord. Twee ogen, in plaats van zes.
Volgens de IND maakt het weinig uit. „Medewerkers worden opgeleid om onbevooroordeeld naar een zaak te kijken.”
En het gaat veel sneller, merken ze op de werkvloer, omdat je de zaak beter kent als je zelf al het gehoor hebt gedaan. De ervaren IND’er: „Vroeger was je eerst een halve dag aan het inlezen. Nu begin je meteen met schrijven van je besluit.”
Toch betwijfelen sommigen of het verstandig is. Tijdens het gehoor vorm je je al snel een oordeel, zegt de IND’er op Schiphol. „Vaak denk je al: oei, die gaat het niet redden. Dan ga je een beetje lopen vissen. Zegt iemand bijvoorbeeld dat hij werd bedreigd door een islamistische groepering, dan vraag ik: heb je in het laatste jaar voor je uitreis nog iets gehoord van die groep? Nee? Dan weet je: dit gaat richting een afwijzing. Dat zingt dan door je hoofd.” Juist op dat moment is een „frisse blik” van een collega nodig. „Misschien zijn er wel andere redenen waarom iemand tóch recht heeft op asiel, die ik dan niet meer zie.”
Om willekeur in de asielbesluiten te voorkomen, zouden naar iedere zaak meerdere IND’ers moeten kijken, zegt de Schiphol-medewerker. Anders ligt het lot van de asielzoeker te veel in de handen van één beslisser. En iedere beslisser redeneert weer anders. „Als je tien mensen vraagt om naar een zaak te kijken, vinden ze allemaal wat anders”, zegt Jeroen, de medewerker in Ter Apel.
Dat klinkt misschien vreemd voor een juridische organisatie als de IND, waar voor ieder besluit verschillende werkinstructies en rapporten moeten worden geraadpleegd. Maar binnen die strakke kaders blijkt nog relatief veel ruimte te bestaan voor medewerkers om een eigen draai aan een zaak te geven. Dat beeld wordt bevestigd in een recent onderzoek dat de IND zelf deed. Volgens de onderzoekers kunnen medewerkers hun werk en beslissingen „in hoge mate naar eigen inzicht” invullen. Op de afdeling werken „rekkelijken” en „preciezen”, waarbij de laatste groep de besluiten juridisch ‘dichttimmert’, terwijl de rekkelijken de lat minder hoog leggen, als ze maar op tijd klaar zijn. Vooral over de vraag wanneer een zaak voldoende is onderzocht, lopen de opvattingen uiteen. In het rapport spreken leidinggevenden hun ergernis uit over medewerkers die volgens hen te grondig te werk gaan door asielverhalen uitgebreid te onderzoeken, terwijl ze snel moeten beslissen.
Een moeder die zich in Ter Apel komt aanmelden wordt gefouilleerd. Daarna wordt van moeder en kind een vingerafdruk afgenomen.
Bij een deel van hen zit bovendien hun „moreel kompas” in de weg, zegt een manager in het onderzoek. „Vooral bij de nieuwe lichting. Die denkt: wie ben ik om dit besluit te nemen. Dat hoorde ik vroeger nooit. Ik denk dan: weet je wat de functie behelst? Kom je hier hulp verlenen of beslissen?”
Veel ervaren medewerkers herkennen dit. De geesteswetenschapper merkte het verschil toen hij na zijn opleidingsjaar op een vaste IND-locatie ging werken. Tijdens de opleiding waren veel beginnende collega’s volgens hem links georiënteerd en „begaan met de doelgroep”. Op zijn nieuwe werkplek trof hij meer cynisme. „Zo van: heb je weer een Syriër die zegt dat hij biseksueel is.”
Ja, zegt een IND’er die anderen aanstuurt. „De meesten beginnen idealistisch, maar schuiven gaandeweg op. Bij het eerste verhaal dat je hoort, denk je: ach, wat zielig. Bij de tweede en de derde keer denk je: hé, dat verhaal heb ik vaker gehoord. En bij de tiende keer denk je: jaja, je maakt mij niet wijs dat iedereen dit overkomt.” Zo ga je vanzelf kritischer luisteren naar asielzoekers. „Hoe langer je hier werkt, hoe strenger je wordt.”
Zelf wijst hij inmiddels bijna alle asielzoekers af. „Ik denk dat ik het afgelopen jaar vrijwel geen enkel verzoek heb ingewilligd. Nou ja, misschien een paar Soedanezen.”
Alles in aanmeldcentrum Ter Apel is ingericht op grote aantallen asielzoekers, maar de enige die aan het eind van de ochtend tussen de afzetpalen naar binnen loopt is een vrouw met een kinderwagen. Haar documenten heeft ze in doorzichtige mapjes gedaan. Ze zet de kinderwagen even aan de zijkant terwijl ze gefouilleerd wordt. Daarna loopt ze een paar deuren door naar een ruimte waar kleine blauwe hokjes zijn neergezet. Hier geven ze – moeder en kind – hun vingerafdrukken af. „Zo kunnen we meteen zien of iemand eerder in Nederland is geweest”, vertelt Henriëtte Kip, manager van de aanmeldprocedure, die ernaast staat. In dat geval kan iemand snel worden afgewezen. In dat blauwe hokje wordt ook bekeken of iemand ‘zelfredzaam’ genoeg is om de aanmeldprocedure alleen af te maken. Sinds 12 juni moeten asielzoekers dit namelijk zelf doen, op een tablet. Een tijdsbesparende maatregel van de IND.
In een volgende ruimte zijn met beige schotten op tafels semi-hokjes gemaakt, waarin zo’n twintig mensen de vragenlijsten op het tablet afwerken. Het is er warm. Een paar jongens hangen over hun tafels heen en lijken te slapen. „Het duurt wel even voordat je klaar bent”, zegt Henriëtte Kip. „We schatten tweeënhalf tot drie uur.” Er zitten uitgebreide vragen bij, over wat ze in hun land van herkomst hebben meegemaakt, hoe hun geboortedorp er precies uitzag en naar welke moskee ze gingen. Maar ook vragen als: ‘Zat u bij een terroristische groepering? Kruis aan: ja of nee.’
Kip zegt dat het verrassend goed gaat. Vooraf werd gedacht dat lang niet alle asielzoekers in staat zouden zijn de vragen op de tablet in te vullen, omdat ze bijvoorbeeld geen van de tien talen spreken waarin de vragenlijst beschikbaar is. Of omdat ze niet goed genoeg kunnen schrijven. „Maar dat blijkt mee te vallen.” Zeventig procent kan het volgens Kip alleen af. De rest krijgt hulp van een IND’er en een telefonische tolk.
De 22-jarige Chiong hangt voorover in zijn stoel, zijn tablet ligt vergrendeld voor hem. De jongen uit Zuid-Soedan is de dag ervoor aangekomen bij Ter Apel. Veertig minuten deed hij over de vragenlijst. Ging het zo snel? „Ik begreep de meeste vragen niet”, zegt Chiong. „Dus die heb ik maar overgeslagen.”
Dat asielzoekers de vragen niet begrijpen komt vaker voor, melden hoor- en beslismedewerkers in de eerste maanden na de ingang van het pact. Het zorgt voor misverstanden. Een jongen vulde in dat hij staatloos is, waardoor hij zo in de systemen terechtkwam, maar dat bleek niet te kloppen. Iemand vulde in een taal te spreken die hij niet bleek te beheersen, waardoor de verkeerde tolk bij het gehoor zat en alles moest worden uitgesteld.
De IND noemt het „onvermijdelijk” dat er vergissingen worden gemaakt bij het invullen, maar stelt dat die er later worden uitgehaald.
Soms komt er zó weinig informatie uit de invulformulieren, dat medewerkers een gehoor niet goed kunnen voorbereiden of langer nodig hebben om alle informatie op een rijtje te krijgen – uitloop die de IND juist wil voorkomen. Ze krijgen „aanmerkelijk minder informatie” om mee te starten dan voorheen, staat in een interne nieuwsbrief.
Ruimte in het aanmeldcentrum Ter Apel waar asielzoekers op een tablet vragen moeten beantwoorden.
Signalen als deze komen terecht bij het zogenoemde ‘Ventielteam’, opgericht bij de invoering van het migratiepact. Het is een groep medewerkers die interne klachten verzamelt over de nieuwe werkwijze en probeert met wat advies weer „lucht in de fietsbanden te blazen” – zoals het in een interne mail staat. Al een maand na de ingang van het pact bereikt het team „de twijfelachtige mijlpaal van 100+ aangedragen issues”. Tal van gehoren moeten worden uitgesteld omdat asielzoekers geen uitnodiging hebben ontvangen. In de tabletvragenlijst is geen vraag opgenomen over wanneer iemand in Nederland is aangekomen, terwijl asielzoekers kunnen worden afgewezen als ze zich te laat bij de IND hebben gemeld. Op sommige locaties zitten medewerkers te niksen als er even minder asielzoekers binnenkomen. In die tijd zouden ze oude zaken moeten oppakken – alleen blijft hun bak ‘leeg’ omdat de planning zaken niet doorstuurt.
En hoor- en beslismedewerkers klagen over een nieuwe reeks vragen die ze nu moeten stellen in elk gehoor, die gaan over de mogelijkheid om terug te keren naar het land van herkomst. Asielzoekers schrikken zo van die vraag, dat gehoren erdoor vastlopen. De ervaren hoor- en beslismedewerker: „Toen ik de terugkeer aansneed aan het eind van het gehoor, zag ik de paniek in zijn ogen. Hij dacht dat ik hem ging afwijzen.” Het komt voor, zegt de medewerker, dat asielzoekers er aan het eind van hun gehoor dan nog een schepje bovenop doen: ineens zijn ze behalve politiek dissident óók nog van hun geloof gevallen.
Inmiddels staat de teller bij het Ventielteam op 250 gemelde „issues”, laat de IND weten. „Er zijn daarbij geen onoverkomelijke problemen geconstateerd”, zegt de woordvoerder. „De IND is juist tevreden over hoe het proces nu loopt. Zeker gezien de omvang van alle veranderingen. Nog niet alles is af en het werkt nog niet perfect, maar dat was vooraf ook niet de verwachting.”
De directeur van de IND-afdeling Asiel en Bescherming, Coert Kleijwegt, prijst in zijn ‘weekmails’ de „belangrijke beweging” die de IND maakt „van reageren naar regisseren”. De IND „weet te leveren”, schrijft hij, en haalt haar „productietargets”. Na de eerste weken met het pact schrijft hij over de medewerkers op Schiphol en in Ter Apel, die „onder hoge druk een knappe prestatie hebben geleverd”. Ook over de 54.000 asielzaken die nog op de plank liggen zit hij niet in. Het plan dat de IND maakte om in drie jaar die achterstand weg te werken, werd „vrijwel volledig” overgenomen door minister Van den Brink, schrijft Kleijwegt. „Dat is een compliment aan iedereen.”
Dat plan draait volgens de minister om het beter voorbereiden en „efficiënter” inplannen van zaken, schreef hij in juni aan de Tweede Kamer. Een blik op het plan leert hoe dit er in de praktijk gaat uitzien: asielzoekers met een kansrijke aanvraag (ruim 9.000) kunnen metéén asiel krijgen, als uit een taaltest blijkt dat ze inderdaad de taal spreken van het land van herkomst dat ze opgaven. Ze hoeven niet meer gehoord te worden, een schriftelijk verhaal over wat hun is overkomen is voldoende.
Wachtende asielzoeker bij Ter Apel; het afnemen van vingerafdrukken in het aanmeldcentrum; de ruimte voor het beantwoorden van vragen.
Een andere groep, de 21.000 wachtende Syriërs en Jemenieten die relatief weinig kans maken op asiel, wacht een andere behandeling. Zij kunnen „door een gestandaardiseerde beschikking worden afgewezen”, vermeldt het IND-plan. De gesprekken met hen kunnen „gericht en kort” worden gehouden. Normaal gesproken duurt een gehoor een dag. Maar voor déze asielzoekers geldt: „Twee gehoren per medewerker per dag.”
De locatie Den Bosch hanteert nog een extra regel voor het afhandelen van langer lopende asielaanvragen, zo blijkt uit een instructie die aan de afdeling werd gemaild en waarin NRC inzage kreeg. Wanneer je daar besluit asiel te verlenen, ben je „VERPLICHT”, zo staat in hoofdletters in de instructie, om je besluit te laten controleren door ervaren collega’s. Wil je afwijzen, dan hoeft dit niet.
De IND laat weten dat het „voor de hand ligt” om inwilligingen wél extra te controleren op kwaliteit, en afwijzingen niet. Want tegen een afwijzing dienen mensen vaak beroep in, en dan kijkt er toch nog een rechter en IND-jurist naar.
Jeroen, de senior hoor- en beslismedewerker in Ter Apel, zegt dat inwilligingen op zijn locatie niet extra gecheckt worden. Wel merkt hij dat medewerkers druk voelen van het migratiepact om strenger te worden. „Er is nog steeds ruimte om in te willigen. Maar om je heen hoor je: hé, we moeten wat meer afwijzen.”
De werkdruk is onder invloed van het migratiepact nog verder gestegen, zeggen medewerkers. Op papier is de doelstelling hetzelfde gebleven: één dag voor het horen, één voor het beslissen. Maar in de praktijk kon je voorheen gerust langer de tijd nemen voor ingewikkelde zaken. Dat kan nu niet meer zomaar: wie het niet binnen een dag redt, moet bij het zogeheten ‘Knopen Doorhak Team’, dat bestaat uit seniors van de locatie, om meer tijd vragen. Na de inwerkingtreding van het pact zijn medewerkers per mail nog eens gewezen op dit „verplichte overleg” voor wie zijn werk niet op tijd afkrijgt.
Een IND’er van de locatie Zevenaar: „Er is nu minder tijd voor gedegen onderzoek, omdat het echt de bedoeling is dat je in één dag een zaak doet. Dus je moet beslissen op basis van minder informatie. Die druk voel ik zo sterk, dat ik me weleens afvraag of het werk wel bij me past.”
Uit het recente onderzoek dat de IND zelf deed, bleek al dat managers van de hoorafdeling erop aansturen dat medewerkers voortaan genoegen nemen met „een zesje”, of een besluit dat „goed genoeg” is. Een voor dat onderzoek geïnterviewde IND’er: „Ze wilden bijvoorbeeld dat we niet zouden horen, terwijl dat volgens een uitspraak van de rechtbank verplicht is. Dat zou dus betekenen dat we al die zaken terug zouden krijgen van de rechter.” Onder de werknemers is verwarring over wat ‘goed genoeg’ dan precies betekent. Goed genoeg voor de rechter? Voor de IND? Voor de asielzoeker?
Een zorgvuldig besluit blijft voorop staan, laat de IND weten. Alleen is nu „het uitgangspunt” geworden om „binnen de tijd die we kunnen investeren in een zaak” een besluit te nemen – zodra er genoeg informatie ligt. „De IND begrijpt heel goed dat dit voor medewerkers onwennig kan zijn.” Maar tijd is nu eenmaal „een belangrijke factor in ons werk”, benadrukt de woordvoerder. De IND wil „zo snel mogelijk uitsluitsel” geven aan alle wachtende asielzoekers.
Die besluiten worden wel steeds vaker vernietigd door de rechter, en komen dan weer terug bij de IND. In 2018 bleef 90 procent van de IND-besluiten na de toets van de rechter overeind, vorig jaar was dat gedaald tot 80 procent. Binnen de dienst twijfelt niemand eraan dat dit aantal verder naar beneden zal gaan door alle recente veranderingen. Al vragen sommigen zich af of dat een probleem is. Een hogergeplaatste IND’er: „Er zullen meer besluiten sneuvelen, ja, maar is dat erg? Je snijdt af in de bochten, maar komt sneller bij de finish.”
De geesteswetenschapper: „In veel gevallen is wel duidelijk of het een inwilliging of afwijzing moet zijn. Het gaat om de zaken waarin het grijs is. Daarin maakt het wél uit of iemand geloofd wordt of niet, terug moet of niet. Dat kan het verschil zijn tussen leven of dood.”
De IND’er van de locatie Zevenaar: „Je hoort vaak dat de asielzoeker geluk moet hebben met de medewerker die de zaak behandelt. Dat is voor een deel ook wel zo. Gelukkig zijn er nog vangnetten: advocaten en rechters die nog met onze besluiten meekijken. Alleen zijn dat vangnetten búíten de IND. Binnen zijn die niet meer.”