Home

Welke politicus is nog helemaal zichzelf in een tijd van AI?

AI-gebruik Premier Jetten en andere politici leunen op generatieve kunstmatige intelligentie (AI) bij het formuleren van hun politieke boodschappen. Wie dat weet, heeft minder vertrouwen in politici, leert onderzoek. Terwijl dezelfde boodschap zónder AI-label juist voor meer vertrouwen zorgt.

2026-08-31 19:19:06 DEN HAAG – Minister-president Rob Jetten na afloop van de begrotingsraad over de miljoenennota die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. REMKO DE WAAL / ANP

Toen Jed Bartlet het moeilijk had, kreeg hij een simpel advies: zichzelf zijn. De fictieve Amerikaanse president krijgt in het eerste seizoen van de tv-serie The West Wing (1999-2006) zijn politieke agenda maar niet van de grond en lijkt in weinig nog de krachtige politicus die hij ooit was. Zó wil ik niet gaan slapen, zegt hij verbeten tegen zijn stafchef na een aflevering lang soul searchen, en prompt keert de energie terug bij de president, gespeeld door Martin Sheen. Zijn stafchef pakt een notitieblok en schrijft, terwijl Bartlet uitroept dat „dit belangrijker is dan herverkiezing”, met grote, zwarte letters op een notitieblok welke strategie hij moet volgen: „Let Bartlet be Bartlet”.

De moraal: een politicus die wil slagen moet vooral authentiek zijn en politiek bedrijven vanuit zijn of haar diepgevoelde waarden, gevoelens en ideeën. Variaties op de slogan zouden nog jaren te horen zijn rond échte politieke campagnes.

Maar welke politicus is nog helemaal zichzelf in een tijd van generatieve AI? Donderdag onthulde de Volkskrant dat premier Rob Jetten om zijn gevoelens en ideeën onder woorden te brengen sterk leunt op AI-modellen. Tweets bleken geschreven te zijn door AI, net als teksten voor zijn boek, Instagram en de verkiezingscampagne. Vrijdag meldde Nieuwsuur dat ook tal van speeches van andere kabinetsleden, zoals staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk (CDA) en minister van Defensie Dilan Yesilgöz (VVD) (deels) door AI geschreven leken te zijn.

De claim van een onderzoeker dat drieslagen en tegenstellingen speeches eigenlijk direct verdacht maakt, lijkt evenwel overdreven; alsof vóór ChatGPT nooit iemand zo schreef en het antwoord van de detectiesoftware heilig is.

D66, Jetten en ‘betrapte’ kabinetsleden verdedigden ondertussen het gebruik van AI-modellen. Het was de moderne tijd, het was efficiënt, er keken ook nog mensen mee (meestal). Het gebruik van AI, zei Jetten voor de camera van RTL Nieuws, maakt „voor iedereen het leven en werk leuker en makkelijker”.

‘Geestelijk verzwakkend’

Maar die omarming van generatieve AI is niet zonder politieke en maatschappelijke risico’s. „Schrijf alsjeblieft zelf”, smeekte New York Times-columnist Bret Stephens recent in een veelbesproken column. Schrijven uitbesteden aan AI is „geestelijk verzwakkend”, schreef hij. Het ondermijnt de intellectuele en creatieve vermogens van individuen, samenlevingen en culturen, „en de motivatie van ieder mens om zich betrokken te voelen”.

Critici als Stephens wijzen op de cognitieve kosten van het groeiende gebruik van taalmodellen. Vaardigheden volledig uitbesteden aan modellen als ChatGPT, Claude of Perplexity breekt verbindingen in de hersenen af, hoewel pingpongen met een bot iemand juist wel scherp houdt. Wie teksten door AI laat genereren, toont een ander onderzoek, kan zich de inhoud moeilijker voor de geest halen en voelt zich minder ‘eigenaar’ van de tekst. Veelvuldig gebruik van AI maakt mensen bovendien minder kritische denkers, stelt weer ander onderzoek. Ook wordt de aandachtsspanne korter; noodzakelijk om te lezen, te schrijven, te denken, te lanterfanten en weg te dromen. In die context is ook de drastisch dalende leesvaardigheid van Nederlandse jongeren relevant: de opkomst van ChatGPT zet die vaardigheid vermoedelijk verder onder druk.

Fundamenteler is een andere vraag die deze week weer opspeelde: gaat AI de mensheid uitroeien? „AI-bedrijven gokken met onze levens”, waarschuwde een AI-onderzoeker deze week na zijn vertrek bij AI-bedrijf Anthropic. Dat gaf nieuwe energie aan een discussie die inmiddels tot de kern van veiligheidsonderzoek rond AI hoort: is de kans een paar procent, tien, veel meer, valt er simpelweg geen cijfer op te plakken of is het overtrokken? Eerder in de week waarschuwde de hoofdwetenschapper van OpenAI al dat bedrijven momenteel te snel groeien om nog voldoende „veiligheidsbeugels” aan te brengen.

Maatschappelijke omarming

Maar tegenover zulke zorgen staat het groeiende gebruik van generatieve AI in teksten, posters, menukaarten en nu dus politieke boodschappen. Politici verdedigden hun gebruik door te wijzen op die maatschappelijke omarming: als driekwart het doet, wat maakt het dan uit dat zij het óók doen?

Dat antwoord sluit aan bij de politieke drang om authentiek te zijn, of in ieder geval over te komen. Partijen voeren een permanente strijd om relevant te blijven bij kiezers, wetende dat een opkomst (zoals FVD in 2019 en D66 in 2025) even plotseling kan zijn als een ondergang (PvdA in 2017, NSC in 2025). Met focusgroepen en opinieonderzoek testen partijen welke taal het beste ‘werkt’ bij kiezers. Strategen en ‘beeldvoerders’ boetseren het imago van politici, waarin bijvoorbeeld opgerolde mouwen, sneakers of juist een das het verschil zouden moeten maken – hoewel de grens tussen authenticiteit en toneel dun kan zijn. Het gebruik van AI-modellen om boodschappen ‘beter’ te formuleren past daarin.

Toch heeft het omarmen van AI-teksten door politici risico’s, zegt Emma Laumann. Zij doet bij de Duitse Council on Foreign Relations onderzoek naar AI en democratie. Het afgelopen jaar studeerde ze in Amsterdam af op de vraag of Nederlandse kiezers politici die AI gebruiken meer of minder vertrouwen. Daarvoor legde ze een representatieve groep van 1.882 Nederlanders fictieve statements van fictieve politici voor die niet, deels of volledig door AI waren gegenereerd – mét een label. En juist dat label maakte het verschil, zegt ze. „Politieke boodschappen waarvan duidelijk gemaakt werd dat ze door AI waren gegenereerd verkleinden het vertrouwen van burgers in die politici. Terwijl dezelfde boodschap zónder AI-label juist voor meer vertrouwen zorgde.”

Transparantiedilemma

Dat wijst op een „transparantiedilemma”: politici die open zijn over het gebruik van AI in hun teksten worden minder vertrouwd dan politici die wel AI gebruiken maar dat verhullen. Dat geeft ze een prikkel om AI-gebruik te verzwijgen, maar vergroot de risico’s als het alsnog uitkomt. Dat Jetten na het wegtrekken van het gordijn door de Volkskrant zijn gebruik omarmde en daarmee als het ware een AI-label op zijn voorhoofd plakte, kan het vertrouwen van kiezers in hem verkleinen, denkt Laumann. „Het AI-label maakt politici voor kiezers minder authentiek en geloofwaardig.”

Brits onderzoek liet weliswaar zien dat kiezers de antwoorden op vragen van AI-bots meer vertrouwden en authentieker vonden dan de echte antwoorden op dezelfde vragen van echte politici. Maar een belangrijke reden daarvoor was dat de bots tenminste antwoord gáven, terwijl politici eromheen draaiden – wellicht vanuit de doorgewinterde communicatiestrategie dat een vraag vooral een kans is om het eigen verhaal te vertellen.

„Er is een breed publiek debat nodig over hoe we taalmodellen in de maatschappij en politiek willen gebruiken”, zegt Laumann. „Er is nu geen prikkel voor politici om transparant te zijn, waardoor er geen gelijk speelveld is. Maar hoeveel gebruik vinden we acceptabel, ook van burgers?”

Kunstmatige intelligentie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next