Afvalcontainers in de Rotterdamse wijk Pendrecht.
De verhouding tussen landelijke en lokale overheden was, als het om financiën ging, de afgelopen jaren stroef. Er was zelfs kans op gerechtelijke stappen omdat gemeenten volgens hun berekeningen structureel te weinig geld kregen voor taken die zij wettelijk verplicht namens het Rijk moesten uitvoeren. Het kabinet-Schoof bood vorig jaar gemeenten tijdelijk wat lucht door hen vanaf 2026 414 miljoen euro per jaar extra te geven voor jeugdzorg.
Maar duidelijk werd in het voorjaar al dat de totale groei van het Gemeentefonds, waarin het Rijk geld stort voor de 342 gemeenten, terugloopt. In de begroting voor 2027 worden de uitgaven geraamd op 49,96 miljard euro (van 48,3 miljard euro in 2026), gemiddeld 2.741 euro per inwoner. Daarna loopt de groei structureel terug naar 45,8 miljard euro in 2031.
Dat is wat gemeenten al vreesden: al in 2027 is er geen compensatie meer voor de jeugdzorg en wordt er 1,01 miljard euro bezuinigd op de Wmo (waaronder huishoudelijke hulp valt).
En dan zijn er nog potjes waarmee is geschoven. Zo valt op dat Beschermd Wonen niet meer op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat – en daar dus een bezuiniging is – maar de bijna 95 miljoen euro terechtkomt als uitgaven in het Gemeentefonds. Voor de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen die dit jaar in is gegaan en waardoor gemeenten verplicht zijn een bieb „binnen redelijke afstand” te hebben, krijgen ze alleen in 2027 62 miljoen euro.
Waar gemeenten wel blij om zullen zijn, is dat nadrukkelijk wordt geschreven dat het kabinet „het inzicht in en overzicht van” taken wil krijgen. Dat is een van de grootste frustraties: niemand weet precies wát lokale overheden doen en of het geld dat zij van het Rijk krijgen daarvoor voldoende is.
Minister Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken, CDA) kwam eerder dit jaar ook al met lucht: de voorgenomen herziening van het Gemeentefonds wordt uitgesteld. Die herziening leidde tot grote onrust: sommige gemeenten noemden het „volstrekt onduidelijk” wat een nieuwe verdeelsleutel zou inhouden, terwijl zij gebaat zijn bij stabiliteit. Zo betalen gemeenten uitkeringen uit, zijn ze verantwoordelijk voor de uitvoer van de energietransitie, onderhoud van infrastructuur en andere structurele uitgaven.
Heerma diende verder een wetsvoorstel in dat een einde moet maken aan de „wildgroei” van specifieke uitkeringen. Gemeenten krijgen via zo’n uitkering tijdelijk geld voor een specifieke taak, zoals voor de aanpak van laaggeletterdheid (tot en met 2028 5 miljoen euro) of ‘digitale tweedeling’ (in 2027 108.000 euro). Voor het Rijk is het een manier om grip te houden op uitvoer, gemeenten klaagden juist over strenge landelijke bemoeienis, en over het feit dat ze soms meer geld kwijt zijn aan de verantwoording van hoe ze het geld besteden dan ze krijgen.
Naast het Gemeentefonds kunnen gemeenten ook door lokale belastingen, zoals de onroerendzaakbelasting (ozb) inkomen genereren. De begrote opbrengsten daarvan zullen in 2026 15,3 miljard euro bedragen, een stijging van 6,5 procent ten opzichte van 2025.