Staalindustrie Deze maand moet het kabinet eindelijk met Tata Steel tot een deal komen over de vergroening van de staalfabriek in IJmuiden. De deal moet ook leiden tot gezondheidswinst voor omwonenden. Maar de twijfel groeit of overheid en bedrijf er wel uitkomen. Deze acht dilemma’s spelen nog.
Strandhuisjes op het strand tegen de achtergrond van de staalfabriek.
Schiet nou eens op. Onder de rook van de staalfabriek was deze vrijdag het ongeduld voelbaar bij werknemers van Tata Steel en een groep met het bedrijf sympathiserende bewoners. Maak de voorlopige vergroeningsafspraak tussen de staalfabrikant en het Rijk definitief, eisten de demonstranten.
Zij willen een einde aan de onzekerheid over het voortbestaan van de fabriek en over de werkgelegenheid in de IJmondregio. De Hoogovens zorgden hier decennialang voor goed betaalde banen en steunden het sportieve en sociale leven in de regio.
Vier jaar lang onderhandelen overheid en bedrijf nu al. Als het plan definitief wordt, zal de staat 2 miljard euro steken in vergroening van de staalfabriek en het verbeteren van de gezondheidssituatie voor omwonenden, legde de regering vast in een intentieverklaring die een jaar geleden werd ondertekend. Het bedrijf zal zelf tot 4 miljard euro investeren.
Inmiddels loopt de spanning hoog op rond de fabriek, waar 11.500 mensen werken. Tata Steel is het symbool voor de discussie of er in het dichtbevolkte Nederland van de 21e eeuw nog wel plaats is voor zware industrie. Eind september zou de staat de definitieve overeenkomst met Tata Steel sluiten, maar in Den Haag verluidt dat uitstel dreigt. Een indicatie dat het kabinet nog met stevige dilemma’s worstelt.
Terwijl de overheid en het bedrijf onderhandelen, lopen er ook nog talrijke rechtszaken rond Tata Steel. Bij de bestuursrechter, de civiele rechter en de strafrechter. Tussen provincie en bedrijf, tussen omwonenden en bedrijf en tussen omwonenden en overheid. Zo ligt er een massaclaim van 1,4 miljard euro van de stichting Frisse Wind namens omwonenden.
En dan maakte het Openbaar Ministerie begin deze zomer ook nog bekend strafvervolging wegens milieucriminaliteit tegen het bedrijf in te stellen. Dat zorgt voor een extra dilemma. Kan de overheid wel een overeenkomst sluiten met een bedrijf dat een strafblad kan krijgen?
Het contrast met het het eeuwfeest van de Hoogovens in 2018 kan haast niet groter zijn. Koning Willem-Alexander en de topman van het Indiase Tata Steel, sinds 2007 eigenaar, vierden het honderdjarige bestaan van het bedrijf mee. Voor alle omwonenden waren er concerten, theatervoorstellingen en een grote kermis.
Maar 2018 was ook het jaar van de grafietregens in de gemeenten in de directe omgeving van de staalfabriek. Nog tijdens het feest schreven omwonenden in het stof op auto’s ‘gefeliciteerd’. Het zwarte stof op wasgoed en speeltoestellen maakte de vervuiling zichtbaar die al decennia op de omgeving neerdaalde. Kritische groepen van omwonenden kregen plots meer gehoor.
Koning Willem-Alexander opent het jubileumjaar van Tata Steel in 2018. Het staalbedrijf vierde het honderdjarig bestaan van de staalproductie in IJmuiden. Maar het was ook het jaar van de grafietregens in de omgeving.
Een omwonende van de staalfabriek toont de aanslag op de motorkap van een auto. In de omgeving van IJmuiden zitten hoge concentraties kankerverwekkende stoffen in de lucht.
De provincie, die onder vuur kwam te liggen omdat Tata Steel jarenlang te mild was behandeld, verscherpte het vergunningenbeleid. De Omgevingsdienst kreeg geld om een eigen meetdienst op te bouwen, ging strenger handhaven en legde meer dwangsommen en boetes op. Tata kwam zelf met een investeringsplan van 300 miljoen euro om de uitstoot van gevaarlijke stoffen te beperken.
Ondertussen begon de overheid in 2022 onderhandelingen met grote industriële CO2-uitstoters, als gevolg van afspraken in het Klimaatakkoord en het coalitieakkoord van Rutte IV om de emissies van het broeikasgas te verminderen. Met het grootste deel van de bedrijven zijn die zogeheten maatwerkgesprekken mislukt. Tata Steel zou voor een van de weinige successen kunnen zorgen.
In 2022 leek het er heel even op dat bedrijf, politici en milieubeweging zich allen konden vinden in een plan om al in 2030 staal te produceren met behulp van groene waterstof. Toen duidelijk werd dat de overgang naar groene waterstof meer tijd zou kosten, trok de milieubeweging zich terug. Greenpeace ging samenwerken met omwonendenorganisatie Frisse Wind, die camera’s had opgehangen om milieuovertredingen van Tata vast te leggen. Een RIVM-rapport uit 2023, waaruit bleek dat mensen in het IJmondgebied gemiddeld twee maanden korter leven, zette het debat verder op scherp.
Zo raakten discussies over CO2-uitstoot en gezondheidsrisico’s steeds meer vermengd. Tweede Kamerleden vonden dat de gezondheidssituatie centraal zou moeten staan in een definitieve overeenkomst tussen overheid en Tata. Dat maakte de onderhandelingen complexer. Intussen stapelen de onderzoeken, adviezen en rapporten zich op.
De dilemma’s voor overheid en Tata Steel zijn nu samengeklonterd tot een bijna onontwarbare kluwen van eisen, verlangens en procedures. NRC maakte een rondgang langs politici, overheden, belangengroepen en Tata Steel zelf. Welke dilemma’s bemoeilijken een deal?
Veel betrokkenen noemen het een gamechanger: in juli kondigde het Openbaar Ministerie aan om Tata Steel Nederland te vervolgen voor milieucriminaliteit en het verzaken van zijn zorgplicht. Het onderzoekt nog of het ook individuele leidinggevenden voor de strafrechter zal dagen.
Na een aangifte door advocaat Bénédicte Ficq namens 800 omwonenden heeft het OM bijna vijf jaar onderzoek gedaan. De aangifte ging over ‘het opzettelijk en wederrechtelijk in de lucht, bodem of oppervlaktewater brengen van schadelijke stoffen waardoor gevaar voor de openbare gezondheid te duchten is’. In november is er een regiezitting. Waarschijnlijk wordt de zaak volgend jaar pas inhoudelijk behandeld.
In de intentieverklaring heeft de overheid een mogelijke vervolging als ontbindende factor laten opnemen. Cruciale vraag is nu: kan de overheid een overeenkomst sluiten met en geld overmaken naar een bedrijf dat voor milieucriminaliteit wordt vervolgd?
In haar brief van deze maand zal minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66) op deze kwestie ingaan. Verschillende betrokkenen benadrukken dat Tata Steel weliswaar vervolgd wordt, maar nog niet schuldig is bevonden aan milieucriminaliteit.
Maar de strafzaak zorgt voor grote onzekerheid. Voor de overheid, want moet die eventueel al verschafte subsidie na een veroordeling terugvorderen? En ook voor het bedrijf. Want schrikken banken terug voor financiering van de plannen van een bedrijf dat veroordeeld zou kunnen worden? En hoe reageert de EU en steekt die een stokje voor de overheidssteun, omdat die niet verstrekt mag worden aan veroordeelde bedrijven?
Bij bewonersactiegroepen klinkt het luid en duidelijk. Zonder substantiële gezondheidswinst hoeft er wat hen betreft geen afspraak met Tata Steel te komen. Tweede Kamerleden dringen daar ook op aan.
Iedereen wijst naar de adviezen van de expertgroep onder leiding van Marcel Levi, hoogleraar geneeskunde aan het Amsterdam UMC. Die experts stelden deze zomer dat de afspraken over gezondheid in de intentieverklaring tekortschieten. Zij pleiten voor de mogelijkheid van het intrekken van staatssteun als de gezondheidswinst onvoldoende is. Tata Steel moet dan verplicht worden om extra maatregelen te nemen. Ook moeten er onafhankelijke metingen komen van stoffen die het staalbedrijf uitstoot, en strikte normen voor ultrafijnstof in woonwijken.
Dit soort eisen zijn strenger dan de wet nu voorschrijft en maatwerkafspraken zijn de enige manier om ze vast te leggen. „Wat niet in de wet geregeld is, moet via de afspraken gebeuren. Dat kan niet met vage beloften”, zegt gedeputeerde Jeroen Olthof daarover. „Als de omgevingswaarden [maximum hoeveelheid voor giftige stoffen] worden overschreden, moet de staat het geld terugkrijgen en de provincie de vergunning kunnen intrekken”, vindt Sijas Akkerman van de Natuur- en Milieufederatie Noord-Holland.
Bewonersgroepen vrezen dat ook dit keer, na jarenlang gesteggel over metingen en uitstoot, de afspraken over gezondheid zullen tegenvallen. „Wij zijn bang dat het bij praatjes zal blijven, omdat niemand wil betalen voor gezondheidsmaatregelen. Vanuit strikt economisch perspectief leveren die niets op”, zegt Ineke Holtwijk van de Dorpsraad Wijk aan Zee.
Uit de gesprekken die NRC heeft gevoerd blijkt dat aan de onderhandelingstafel de adviezen van Levi uitgebreid de revue passeren. Toch ligt de politieke vraag voor hoe ver het Rijk precies in deze ‘bovenwettelijke’ afspraken over gezondheid wil gaan. In de coalitie klinkt: zonder maatwerkafspraak is de gezondheidswinst al helemaal gering. Eenzelfde waarschuwing ging uit van de adviescommissie die de afspraken beoordeelt.
De gezondheidsafspraken zijn zo een complexe puzzel. Levi’s adviezen zeggen: maak afdwingbaar dat het bedrijf bij tegenvallende resultaten extra stappen zet. Tata Steel wil het liefste zoveel mogelijk nu regelen. Jeroen Klumper, directeur duurzame transformatie bij Tata Steel Nederland, vergelijkt de investeringen in de nieuwe installaties met „een nieuwe auto waarin alle milieumaatregelen zijn genomen. Wij regelen alles liever vooraf dan dat we achteraf zouden moeten gaan sleutelen aan nieuwe installaties. Dan moet je opnieuw kijken of dat technisch wel kan.”
„The proof of the pudding is in the eating”, zegt Marcel Levi. „Het komt allemaal meer op geld.” Volgens Levi is het vooral nog spannend wat de afspraken rondom ultrafijnstof en de genoemde ‘zeer zorgwekkende stoffen’ (ZZS) worden. „Vooral ultrafijnstof is lastiger te meten, maar het kán wel.”
Terwijl de Indiase top moppert dat de Nederlandse milieu- en gezondheidseisen de hoogste ter wereld zijn, wuift Levi dat bezwaar weg. „Dit is een typisch Nederlands probleem. We zijn een klein land en alles staat dicht op elkaar, maar dat is aan de andere kant ook het strategische voordeel van Tata. Aan zee en met goede verbindingen naar het achterland.”
Fietsers kijken naar de staalfabriek.
Tata Steel zou dé grote klapper van het Nederlandse klimaatbeleid moeten worden. Het bedrijf zorgt voor zo’n 7 procent van de totale CO2-uitstoot in Nederland, evenveel als meerdere kolencentrales. De maatwerkafspraken, een restant uit het kabinet Rutte IV, moesten leiden tot extra vermindering van CO2-uitstoot in de periode tot 2030 en de klimaatdoelen van dat jaar dichterbij brengen.
Maar met de ontwikkeling van groene waterstof gaat het langzaam in Nederland; Tata Steel zal nog een flinke periode afhankelijk zijn van aardgas voor de vervanging van steenkolen. En dus luidt de vraag van critici: sponsort de staat dan niet een fossiel plan?
Aanvankelijk waren de plannen van Tata Steel minder ambitieus. Het staalbedrijf wilde met steenkolen doorgaan en zijn CO2-uitstoot verminderen door die af te vangen en op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee (CCS). Een soort noodgreep die geen grote ommezwaai van het bedrijfsproces vereiste.
Een alternatief plan kwam in 2022 op tafel door vakbond FNV en Stichting Zeester, opgericht door voormalige Tatamanagers en hoogleraren. Volgens hen zou Tata Steel in 2032 al steenkolen volledig door groene waterstof kunnen vervangen door elektrische vlamboogovens (EAF) te bouwen waarin schroot kon worden gesmolten.
Om hoogwaardig staal te blijven maken zou daar ruw ijzer aan toegevoegd moeten worden, geproduceerd in een zogeheten DRI-fabriek (DRI staat voor direct reduced iron). In 2025 zou een eerste DRI kunnen draaien, in 2032 een tweede. Uiterlijk in 2032 zouden daarmee de kooks- en gasfabrieken – verantwoordelijk voor uitstoot van veel CO2 en schadelijke stoffen en voor geuroverlast – en de hoogovens gesloten kunnen worden.
Iedereen leek het plan te omarmen. Tata Steel zelf, politici en ook de milieubeweging. Maar die laatste trok zich terug, toen Tata Steel met aangepaste plannen kwam. Een eerste DRI-fabriek en EAF moeten volgens het huidige plan in 2030 kunnen functioneren, maar dan wel nog op aardgas zolang groene waterstof of biomethaan (gas gemaakt van mest of ander groen afval) nog niet voldoende beschikbaar of veel te duur zijn.
Pas in de jaren dertig wil Tata Steel over een tweede fase besluiten en dan zien of er nieuwere technologieën beschikbaar zijn. Een van de twee kooks -en gasfabrieken zou daardoor tot ver in het volgende decennium blijven draaien. Het bedrijf spreekt het streven uit om in 2045 klimaatneutraal zijn, maar legt zich nog niet vast wanneer en met welke investeringen het dat doel zal bereiken.
Dat Groen Staal-plan is „afgezwakt” en gebruikt als „greenwash”, stelt Willem Wiskerke van Greenpeace. De milieubeweging vreest dat Tata lange tijd met aardgas zal produceren, afkomstig van Amerikaans schaliegas dat wordt geïmporteerd als vloeibaar aardgas (LNG). Bij de winning daarvan komt veel van het broeikasgas methaan vrij.
In het uitblijven van duidelijkheid over de tweede stap van Tata Steel zit een groot risico, vinden critici. „Tata zal alleen op groene waterstof overgaan als het goedkoper is dan aardgas”, zegt Wiskerke. „Dat zal niet gaan gebeuren. Je zal het ze dus moeten opleggen wanneer ze over moeten. Anders zullen ze blijven uitstellen.”
In de Tweede Kamer vertolkte de VVD in debatten juist een andere zorg: dat als door strenge verduurzamingseisen een afspraak met Tata zou uitblijven, een sterfhuisconstructie dreigt en vergroening helemáál uitblijft. Dan blijft het bedrijf met huidige installaties doorproduceren, tot het failliet gaat onder druk van steeds duurdere CO2-rechten.
Twee kooks- en gasfabrieken van Tata Steel moeten sluiten van de Omgevingsdienst.
In héél Europa neemt de politieke druk op de industrie om te verduurzamen af. En dan is de vraag voor politici in Den Haag: hoeveel verduurzamingseisen durft de Nederlandse overheid Tata Steel op te leggen?
Sinds de intentieverklaring kreeg Tata Steel nog twee grote tegenvallers te verwerken. Twee kooks- en gasfabrieken moeten van de Omgevingsdienst sluiten. En door een tijdelijk verbod kan Tata Steel zijn staalslakken niet meer kwijt aan wegenbouwers en aannemers, die ze gebruikten als funderingsmateriaal.
Die twee ontwikkelingen zorgen voor flink hogere kosten, nog bovenop de investeringen in het vergroeningsplan. Die extra kosten moet Tata Steel Nederland de komende jaren vooral zelf opbrengen.
Van de minimaal 3 miljard die Tata Steel in het vergroeningsplan steekt, moet 1,2 miljard van het moederbedrijf komen. De overige 1,8 miljard moet het Nederlandse dochterbedrijf uit de eigen kasstromen opbrengen. De komende jaren moet 825 miljoen euro uit eigen middelen komen en voor 715 miljoen moet het bedrijf bankleningen aangaan.
In de kooks- en gasfabrieken wordt steenkool door vergassing omgezet in kooks, die in de hoogovens bij de productie van ruw ijzer gebruikt worden. Dat deze fabrieken dichtgaan, is onontkoombaar. Spannend nog is hoe snel ze moeten sluiten. Van de omgevingsdienst en provincie wordt mogelijk nog deze maand een brief daarover verwacht. Tata zal na die sluiting kooks moeten importeren, wat duurder is dan zelf produceren.
Een groter obstakel is dat Tata de restgassen van de kooks- en gasfabriek in de processen van andere fabrieken op het terrein gebruikt. Die kan het bedrijf door aardgas vervangen, maar dat vraagt om nieuwe installaties en leidingen. Ook zal het bedrijf meer gas moeten importeren. Zo komt Tata Steel voor extra kosten te staan.
Daar komt nog bij dat door een tijdelijk verbod Tata Steel staalslakken niet meer mag leveren aan aannemers en wegenbouwers. In de intentieverklaring heeft Tata Steel een verscherping van de regelgeving rond staalslakken als ontbindende voorwaarde opgenomen. Met ingang van 2027 moet er een nieuwe regeling liggen voor deze restproducten.
Als die ongunstig uitpakt voor Tata Steel, kan de bedrijfsvoering verder onder druk komen te staan en heeft het bovendien een groot afvalprobleem. Nu al groeien de bergen staalslakken op het terrein tot grote hoogten.
De nog vloeibare restanten van de staalproductie worden gestort in een zogenaamde slakput, wat resulteert in staalslakken. De bergen staalslakken groeien nu al tot grote hoogten.
Na vier jaar van onderhandelingen met nu alweer het derde kabinet in Nederland neemt het ongeduld bij de top van moederbedrijf Tata Steel in Mumbai toe. In de aandeelhoudersvergadering en in calls met kritische analisten van zakenbanken klagen topman Thachat Viswanath Narendran en financieel directeur Koushik Chatterjee van het moederbedrijf Tata Steel steeds luider over de milieu- en gezondheidseisen in Nederland. Zij stellen in die bijeenkomsten ook dat ze alternatieven voor het huidige vergroeningsplan aan het doorrekenen zijn.
Uitgesloten is het uitstellen of afblazen van vergroeningsplannen niet. Concurrent ArcelorMittal, ook dochter van een Indiaas moederbedrijf, bereikte voor fabrieken in Duinkerken in Frankrijk en Gent in België eerst overeenkomsten voor de vergroening van fabrieken met het zelfde type installaties als Tata Steel in IJmuiden. Maar het bedrijf zette die plannen stil. Als reden gaf ArcelorMittal dat de investeringen zich in de huidige markt nog niet terug kunnen verdienen.
Onrust bij de grootste aandeelhouder zorgt voor een andere onzekerheid over de vergroening van Tata Steel. De grootste aandeelhouder in het beursgenoteerde bedrijf is een aan de oprichtersfamilie verbonden stichting, met een belang van meer dan 30 procent. In de top van die stichting woedt een machtsstrijd. Twistpunt is onder meer de schuldenlast van de verschillende beursgenoteerde dochters en de noodzaak om rustiger aan te doen met investeringen. Of de investering in Tata Steel Nederland daar ook onder valt is onduidelijk.
Het uitspreken van chagrijn kan ook onderhandelingstactiek zijn: een poging om de Nederlandse regering onder druk te zetten niet nog eens extra voorwaarden te verbinden aan de 2 miljard overheidssteun of juist om concessies te doen.
Blijft het wel bij één keer staatssteun? In de intentieverklaring verklaart Tata Steel niet nog meer steun te gaan vragen. Maar zal de verleiding voor de overheid toch niet groot zijn als het bedrijf in financiële problemen komt?
Daar bleek het ministerie van Financiën in de aanloop naar de intentieverklaring wel voor te vrezen. Uit via de WOO vrijgekomen documenten blijkt dat ambtenaren op dat ministerie zorgen hadden dat er door een overeenkomst met Tata een subsidiefuik wordt gecreëerd. De ambtenaren hadden „twijfels over de lange termijn levensvatbaarheid” van het bedrijf, wat „kan leiden tot nieuwe steunvragen van TSN”.
Diezelfde zorg klinkt ook door in een open brief ondertekend door 117 economen: volgens hen is Tata niet meer winstgevend en is de businesscase, gestut met publiek geld, inherent zwak. Zij vrezen dat de staat, als het eenmaal geïnvesteerd heeft, zijn handen niet graag meer van Tata Steel terugtrekt en opnieuw zal steunen.
Staatssteun kan óók misgaan, bleek in de jaren zeventig toen scheepsbouwconcern Rijn-Schelde-Verolme voor in totaal 2.7 miljard gulden overeind werd gehouden. In 1983 ging het bedrijf failliet en een parlementaire enquête volgde. Het is een trauma dat alle discussies rond industriepolitiek achtervolgt.
In de intentieverklaring valt op te maken dat het staat maximaal 2 miljard euro wil overmaken aan Tata Steel: 1,2 miljard is voor de twee nieuwe fabrieken, 200 miljoen voor CCS en 600 miljoen om de gezondheidseffecten te beperken. Tegelijkertijd hoeft dat niet te betekenen dat de staat uiteindelijk niet tóch meer geld kwijt is aan Tata.
Zo mag Tata Steel de overeenkomst met de staat beëindigen als de Nederlandse regering zorgt voor wezenlijk hogere energiekosten voor het bedrijf. Bijvoorbeeld door te sleutelen aan de afgeschafte CO2-heffing of als de netwerktarieven flink uit de pas lopen met het buitenland. Ingewijden zien dit laatste als risico voor een aanhoudende discussie over compensatie van energiekosten.
Sommige partijen hebben een ‘gouden aandeel’ voor de overheid voorgesteld om grip te houden op de investeringen (PVV, Groep Markuszower, BBB en SP) of het bedrijf zelfs te nationaliseren (SP). Dit soort ingrepen gaat de rest van de Tweede Kamer te ver.
Stichting Zeester, initiatiefnemer van het vergroeningsplan, is ook niet overtuigd van een goede afloop van de vergroeningsplannen. Zij dringen erop aan dat Tata Steel in ruil voor de steun grond afstaat aan de Energiehaven op zijn terrein. Die moet gebruikt worden om met steun van de overheid een nieuwe duurzaamheidsindustrie te vestigen, gericht op de offshore-windindustrie.
Ook de gemeenten rond Tata Steel voelen veel voor dit plan. Als het staalbedrijf het dan toch niet redt, dan is er voor de regio IJmond toch nieuwe werkgelegenheid gecreëerd zonder dat er weer nieuwe overheidssteun naar Tata Steel zou moeten.
Stel: je wilt in Europa een aantal staalbedrijven overeind houden, blijft IJmuiden dan over als beste plek om het groene staal van de toekomst te maken?
Ja, zeggen voorstanders. Zij wijzen op de gunstige ligging aan zee voor een staalfabriek, die daarmee grondstoffen makkelijk kan aanvoeren en staal kan afvoeren. Bovendien is er de nabijheid van windparken, waarmee van groene stroom waterstof kan worden gemaakt. Tegenstanders, onder wie de 117 economen van de open brief, zeggen juist dat staalfabrieken in Europa in landen als Spanje en Zweden moeten worden gebouwd, omdat de energiekosten daar door zonne-energie of waterkracht veel lager liggen.
Onder deze discussie ligt het idee van ‘strategische autonomie’: de ambitie om in Europa op eigen benen te staan. Die strategische autonomie is een veelgehoord argument voor steun aan industriebedrijven die concurreren met goedkope, Chinese overproductie.
Geen enkele regering wil uitleggen dat de staalfabriek in eigen land moet stoppen. En dus gaat een deel van de discussie over Tata Steel ook in de Tweede Kamer over het algehele belang van staalindustrie in Nederland. Partijen zoals Volt en PvdD stellen dat de voordelen van Spanje of Zweden groter zijn. Een belangrijke kanttekening is dat de groene staalfabrieken die daar worden gebouwd bij lange na nog niet genoeg produceren om aan de Europese vraag te voldoen.
De overstap naar groen staal verloopt overál in Europa moeizaam, zegt Pieter Boot van de denktank Centre of International Energy Policy en lid van de adviescommissie maatwerkafspraken. Zo zijn verschillende groen-staalprojecten stilgelegd bij gebrek aan (betaalbaar) groene waterstof. „Het is nergens evident dat groen staal er komt. Het aantal staalbedrijven in Europa dat nu werkt aan verduurzamen is minder dan de helft.”
In coalitiekringen klinkt dan ook het idee dat Nederland als rijk land de verantwoordelijkheid moet nemen om groen staal mogelijk te maken. Zo zei CDA-Kamerlid Henk Jumelet in de Tweede Kamer dat eigen staal Nederland misschien dan geen autonomie oplevert, want ijzererts en aardgas moeten worden geïmporteerd, maar wel „strategische relevantie”.
Het dorp Wijk aan Zee ligt vlak naast de staalfabriek.
Als de handtekeningen onder een maatwerkovereenkomst zijn gezet, zullen de strubbelingen nog niet voorbij zijn.
De vergunningverlening voor de bouw van de nieuwe installaties zou nog snel kunnen gaan. De provincie Noord-Holland en het bedrijf hebben al afspraken gemaakt om het tempo hoog te houden, waardoor de verstrekking al binnen een jaar kan gebeuren.
Na de vergunningverlening hebben belanghebbenden alleen de mogelijkheid naar de Raad van State te stappen. Maar vrijwel iedereen is ervan overtuigd dat massaal bezwaren ingediend zullen worden. „Alle partijen staan op scherp”, zegt Wiskerke van Greenpeace.
Er ligt bovendien nog een uitspraak van de voorzieningenrechter na het kort geding dat de actiegroep Gezondheid op 1 had aangespannen tegen de overheid. Die had gevraagd om een verbod op het maken van definitieve afspraken met Tata Steel zolang niet onafhankelijk en openbaar is vastgesteld wat de gevolgen daarvan zijn voor gezondheid, milieu en leefomgeving, en zolang omwonenden geen echte inspraak hebben gehad.
Omdat de onderhandelingen nog lopen, had die rechter de vorderingen van de actiegroep afgewezen. Maar de rechtbank stelde wel dat nadat een overeenkomst is afgesloten, een rechter nog wel degelijk kan toetsen of aan de gezondheidsvoorwaarden is voldaan. Het is zeer waarschijnlijk dat Gezondheid op 1 of andere actiegroepen nog op die verkapte uitnodiging zullen ingaan.
Kortom, zelfs als Tata Steel erin slaagt een overeenkomst met Rijksoverheid en provincie te sluiten, dan is het rumoer over een staalfabriek in een dichtbevolkt stukje Nederland nog lang niet voorbij.