Vluchtelingen wachten op het gras voor het asielcomplex in ter Apel.
Het klinkt hoopvol, maar weinig Tweede Kamerleden zullen het heel serieus nemen: volgens het kabinet-Jetten is er de komende jaren fors minder geld nodig voor asiel en migratie. In de Miljoenennota staat dat er in 2026 zo’n 8 miljard aan wordt uitgegeven, en vanaf 2031 rond de 5 miljard. Het kabinet rekent op een „aflopend budget” voor de opvang van Oekraïners, al is lang niet zeker dat het echt gaat ‘aflopen’, en op minder crisisopvang: ‘noodlocaties’.
Dat minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink (CDA) gemeenten die nog niets aan opvang van vluchtelingen doen onder druk zet, hij heeft een ‘zwarte lijst’ en dreigt met ingrijpen, heeft ook met geld te maken. Vaste locaties zijn veel goedkoper.
Wat verder opvalt: het kabinet wil al vanaf volgend jaar extra geld vrijmaken voor opvanglocaties buiten de EU, waar afgewezen asielzoekers naartoe worden gebracht. Met om te beginnen, in 2027 en 2028, 22 miljoen euro vanuit de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking. Al is nog onduidelijk waar die uitzetcentra zouden moeten komen en wanneer mensen er terechtkunnen. De Deense minister van asiel zei vorige week dat het volgend jaar al zover zou moeten zijn, Van den Brink was er minder duidelijk over.
Er komt in 2027 ook extra geld, 6 miljoen euro, om overlastgevende asielzoekers onder te brengen, en 19,5 miljoen voor extra plekken in de vreemdelingenbewaring. Het kabinet denkt ook dat de dienst die de terugkeer regelt meer werk krijgt: daar gaat vanaf volgend jaar, en daarna elk jaar, 6 miljoen euro extra naartoe.
Bij asiel en migratie zijn de bedragen volgens Haagse politici heel vaak een slag in de lucht: in de loop van het jaar moet er vaak toch extra geld naartoe.