Het is een intrigerend cijfer in de documentaire Mijn woord tegen het mijne: een op de tien mensen hoort stemmen die er niet werkelijk zijn. De film over dat onderwerp maakte veel los, niet in de laatste plaats bij kijkers die zichzelf in de hoofdpersonen herkenden. ‘Tot ik de film zag, beschouwde ik het gewoon als nadenken.’
is media- en cultuurverslaggever van de Volkskrant.
Toen Annemiek Boeren (36) uit Goes naar de intrigerende documentaire Mijn woord tegen het mijne keek, dacht ze: ik zit naar mezelf te kijken. Een van de hoofdpersonen uit de film blikte steeds even opzij om naar een stem in haar hoofd te luisteren. Toen ze dat zag, realiseerde Boeren zich: dat doe ik precies zo. Haar tweede gedachte was: ik ben dus niet de enige die stemmen hoort. Ik ben niet alleen.
Boeren is zeker niet alleen. Het wordt in de film ook gezegd: een op de tien mensen hoort stemmen die er niet werkelijk zijn. De stemmen kunnen schreeuwen of fluisteren, soms is het er een, soms is het een heel koor. Ze ontstaan doordat de hersenen zelf geluid produceren en dat kan dan weer komen door te weinig slaap, stress, een traumatische gebeurtenis of door psychische problemen.
In de documentaire die regisseur Maasja Ooms over dit onderwerp maakte, kijken we mee over de schouder van psychiater Dirk Corstens terwijl hij vijf mensen behandelt die stemmen in hun hoofd horen. De film was vorig jaar op documentairefestival Idfa favoriet bij het publiek en kreeg de prijs voor beste Nederlandse documentaire. Daarna draaide hij in de bioscoop. Dit weekeinde is de film in Nederland en België op televisie te zien.
Wat Mijn woord tegen het mijne zo opzienbarend maakt, is de behandelmethode van psychiater Corstens, die zich ruim dertig jaar bezighoudt met stemmenhoorders. In plaats van de meer traditionele behandeling van negeren of meditatie-oefeningen doen om de stemmen te onderdrukken, spreekt Corstens de stemmen in de hoofden van de patiënten rechtstreeks aan. Ze zijn vaak wantrouwig, boos, willen de baas zijn. Een enkele keer is een stem positief en constructief van toon.
Als een stem het woord krijgt, verandert iets subtiels in de houding en manier van praten van de stemmenhoorders. Ze gaan verzitten, of hun intonatie verandert. ‘Met wie heb ik de eer?’, vraagt Corstens. Hij wil weten waarom de stem er is, of wat-ie wil bereiken. Dat levert spannende scènes op, waarin we bijvoorbeeld Tamira fysiek zien worstelen, omdat ze van haar ‘straffende stem’ niet mag praten. Of Brigitte’s stem, die vindt dat ‘dat lollige psychiatertje weg moet’. Door de stemmen te erkennen, openbaart zich hun bestaansreden: in veel gevallen een traumatische gebeurtenis.
Mijn woord tegen het mijne is het afgelopen jaar op veel plekken in het land vertoond, tijdens zogenoemde ‘impactbijeenkomsten’, met in het publiek medewerkers uit de geestelijke gezondheidszorg, stemmenhoorders en andere belangstellenden. Het kwam geregeld voor dat toeschouwers zich herkenden in de film, of ineens beter snapten wat zich in hun eigen binnenwereld afspeelt. Sommigen dachten, net als Boeren, letterlijk: ‘Deze film gaat over mij.’ Drie van zulke mensen vertellen wat de film bij hen losmaakte, en hoe het is om dagelijks te leven met onrust in het hoofd.
Mijn woord tegen het mijne is zondag 13 september 2026 om 22.40 uur te zien bij de VPRO op NPO 2, ook op NPO Start.
Werkt fulltime bij het inloopcentrum van Stichting HerstelTalent in Middelburg, waar ervaringsdeskundigen anderen met psychische problemen bijstaan.
Nouwels is getrouwd
Martijn Nouwels voelde vooral één emotie, toen hij de documentaire zag. Hij was jaloers. ‘Ik was jaloers op de mensen die door de psychiater worden ondervraagd over de stemmen die ze horen, omdat ik precies diezelfde versplintering in mijn hoofd voel als zij. Ik kan nog geen namen geven aan de verschillende delen die in mij zitten, ze zijn voor mij nog niet zo duidelijk te onderscheiden. In de film konden de mensen dat wel.’
Nouwels vertelt dat hij als kind heel snel was met sommige dingen – vooral zijn cognitieve ontwikkeling – en met andere juist erg langzaam – met name op sociaal gebied. Op zijn 6de gingen zijn ouders uit elkaar. Vanaf dat moment nam hij naar eigen zeggen de ouderrol op zich voor zijn tien jaar oudere halfzus en een broertje van een jaar jonger. Nouwels had een ernstige lactoseallergie waar ze pas laat achter kwamen, het was: ‘ziekenhuis in, ziekenhuis uit’.
Zijn ouders hadden elkaar in een kliniek in Ermelo ontmoet, waar zijn moeder patiënt was en zijn vader verpleegkundige. Zijn moeder was verslaafd aan alcohol en gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis. Van later (Nouwels was toen een jaar of 14) herinnert hij zich hoe zijn moeder over de scheiding praatte. ‘Ze zei tegen mij: Joh, ik heb nooit van je vader gehouden, die is eigenlijk alleen maar een middel geweest omdat ik kinderen wilde hebben.’ Dat deed iets met mij.’
Op ongeveer diezelfde leeftijd ontwikkelt Nouwels een alcoholverslaving; hij worstelt daar nog steeds mee. Hij heeft door de jaren heen veel diagnoses gekregen (bipolair, borderline, ADHD) en bijbehorende behandelingen gehad. Hij deed uiteindelijk negen jaar over zijn vwo, studeerde anderhalf jaar biologie. Daarna ging hij werken bij een callcenter en later als planner bij een taxibedrijf. Op zijn 29ste werd hij op psychische gronden arbeidsongeschikt verklaard. Nu werkt hij fulltime als ervaringsdeskundige bij HerstelTalent.
Terug naar Mijn woord tegen het mijne. Nouwels zegt vooral onder de indruk te zijn van de scènes waarin psychiater Dirk Corstens in gesprek gaat met de stemmen die de hoofdpersonen horen. ‘Als ze vertellen dat de stemmen hen beschermen, of voor hen opkomen, of dat er iemand is om tegen te praten, dat je niet alleen bent. Dat herkende ik allemaal. Hoewel ik nog niet helemaal zeker ben of ik echt stemmen hoor, dat vind ik een moeilijke vraag.
‘Dat ik soms met mezelf in gesprek ga, vind ik niet erg. Het wordt pas lastig als ik een discussie met mezelf aan het verliezen ben. Dat klinkt grappig, maar dat meen ik serieus. Negen van de tien keer gaat zo’n gesprek dan over iets wat ik fout heb gedaan, en de schuld ligt dan bij mij. Hier zou ik graag meer grip op willen krijgen. Want ik heb op dit moment niet helder uit hoeveel delen ik besta en hoe groot die delen zijn.’
Nouwels werkt vijf dagen per week in het inloopcentrum. Hij staat elke dag vroeg op, laat de hond uit en stapt in de bus naar zijn werk. Wat hij nog steeds lastig vindt, in het leven, is de omgang met anderen. Het leukst vindt hij: iets nieuws leren. ‘Ik lees ontzettend veel. Ik spaar al mijn hele leven boeken, ik heb er nu zo’n vijfduizend.’ Nouwels is vorig jaar mei getrouwd met zijn vriendin, met wie hij al negentien jaar samen is. Ze hebben bewust geen kinderen, wel een hond en een kat.
Nog een scène uit de film die diepe indruk op Nouwels maakte, is die waarin René na de behandelingen aan de psychiater vertelt dat hij zijn stemmen veel minder duidelijk hoort; ze zijn een soort ruis op de achtergrond geworden. René mist de stemmen, hij vraagt de psychiater of het misschien mogelijk is in de toekomst weer met ze in contact te komen.
Nouwels: ‘Dat deed me denken aan de film A Beautiful Mind, waarin Russell Crowe iemand speelt die auditieve en visuele hallucinaties heeft. In de film zie je hem tegen iemand praten en daarna zegt hij dat hij er bewust voor gaat kiezen om niet meer met de stemmen in contact te gaan. En de vraag is: zijn ze er dan nog wel? Waarop hij zegt: ja, maar ze krijgen geen aandacht meer.’
Zou Nouwels ook deze keuze willen maken? Die versplintering in zijn hoofd, hoort die bij hem, of zou hij die liever kwijt zijn? Nouwels: ‘Ik denk dat daar, zoals met alles in het leven, beweging in zit. Zou het mijn leven makkelijker maken als het er niet meer is? Ja, absoluut. Zou het mijn leven interessanter maken? Misschien. Zou ik mezelf niet meer zijn? Ik weet het niet. Dat is het eerlijke antwoord, ik weet het niet.’
Heeft afgelopen jaar mbo 4 Maatschappelijke zorg met ervaringsdeskundigheid gehaald en gaat nu de opleiding Social Work doen aan de hogeschool Zeeland in Vlissingen
Heeft een vriend met wie ze niet samenwoont
Annemiek Boeren kreeg rond haar 12de voor het eerst het gevoel dat ze anders was dan anderen. ‘Ik hoorde dingen die anderen niet hoorden, waardoor ik uit werd gemaakt voor leugenaar. Als ik zei wat ik zag of hoorde, of wat ik ervaarde op dat moment, dan was ik een leugenaar. Totdat mijn stemmen begonnen, ging het best prima. Ik voelde me wel een buitenbeentje, maar ik had nog veel vrienden en vriendinnen. Toen die stemmen kwamen, raakte ik eigenlijk iedereen kwijt.’
Het zijn voornamelijk heel negatieve stemmen, die Boeren hoort. ‘Ze zeggen dat ik een einde aan mijn leven moet maken. Dat ik niet mag eten of drinken, of geen medicijnen mag. En soms moet ik anderen ook iets aandoen. Maar dat heb ik niet gedaan gelukkig.’ Op haar 17de sprong ze van een viaduct, in opdracht van de stemmen in haar hoofd. Haar enkels waren verbrijzeld en ze brak ook haar rug, waardoor ze nu chronische pijnklachten heeft en pijnstillers slikt, naast antipsychotica en antidepressiva. ‘Na die sprong zei ik tegen mezelf: misschien lukt het de tweede keer wel. Je weet nu in ieder geval hoe het niet moet.’
Als ze moet omschrijven hoe de stemmen klinken, zegt ze altijd dat het is alsof ze in een druk café staat, met mensen dichtbij en verder veel geroezemoes. ‘Soms hoor ik er een stem bovenuit. Ik heb ze ook namen gegeven, net als de mensen in de film. Ik denk dat een van de stemmen mijn oude bovenbuurman is in Brabant, die lelijke, onaardige dingen zegt. Ik heb Barry en Nathalie, dat zijn nog twee stemmen die ik hoor, die ik een naam heb gegeven. En ik heb één positieve stem, die is van mijn opa. Die hoor ik maar heel af en toe.
‘Laatst zei een van de stemmen dat er flamingo’s op het dak stonden. Dat vind ik nou komisch, dat ze dat zeggen, want ik vind die beestjes erg leuk. Dus ja, ik ben gaan kijken, maar ik zag ze natuurlijk niet. Op het moment ben ik daar dan heel serieus over, maar later kan ik er wel om lachen.’
Toen Boeren de documentaire zag, herkende ze veel van zichzelf. Bijvoorbeeld hoe ze soms haar hoofd opzij draait, om naar een stem te luisteren. ‘Mijn partner zegt dan: waar zit jij nou weer met je hoofd? Dus die herkende het ook.’ Het belangrijkste gevoel dat ze kreeg: ik ben niet alleen. Ze hoopt erg dat anderen zich ook gezien zullen voelen door de film: ‘Ik hoop dat deze film de stemmen een stem kan geven.’
Boeren zou maar wat graag zo’n behandeling krijgen als in de film. ‘Dat klinkt misschien gek, maar ik dacht echt: dat wil ik ook. Normaal vragen behandelaars aan mij: hoe gaat het, wat zeggen de stemmen? Maar niemand praat direct met de stemmen. Dat zou ik sowieso graag willen: dat iemand eens een keer echt naar me luistert, de tijd voor me neemt en niet na een half uur op de klok zit te kijken van: ik moet opschieten, want ik moet zo rapporteren en dan kan ik naar de volgende. Zo ervaar ik de ggz, het is vooral brandjes blussen.’
Was begeleider op een basisschool, hoopt nu met dementerende ouderen te gaan werken, als ze positief medisch advies krijgt van een arts.
Heeft twee volwassen kinderen
Mady Wilmsen keek naar ‘die vrouw met een bril’ in Mijn woord tegen het mijne en wist zeker: ‘zij reageert net als ik’. Tamira, want zo heet de vrouw met de bril, gaf antwoorden op de vragen van de psychiater die Wilmsen ‘ook zou kunnen hebben gegeven’.
Waar die herkenning precies in zit, vindt ze nog moeilijk te beschrijven. Maar het belangrijkste is misschien wel dat Tamira ergens zegt dat ze weinig praat over wat er in haar hoofd gebeurt, en dat geldt voor Wilmsen precies zo: ‘Dit is de eerste keer dat ik hier openlijk over praat.’
Het levensverhaal van Wilmsen is niet vrolijk. Ze groeide op met vier broers en een zus, ze hadden allemaal een andere vader. Hun moeder deed dingen die ‘niet door de beugel konden’. Wilmsen: ‘Toen we heel klein waren, legde ze ons bovenop de kast in de woonkamer en liet ons alleen. Een oom heeft toen het raam kapotgeslagen om ons daar vandaan te halen.’ De kinderen werden uit huis geplaatst, vanwege verwaarlozing en mishandeling, Wilmsen noemt zichzelf een ‘instellingskind’, want daar bracht ze haar jeugd voornamelijk door.
Alle broers en zussen kregen ergens in hun leven de diagnose schizofrenie, sommigen kampten met een verslaving. Eén van haar broers en één zus zijn overleden. Wilmsen kwam er van het hele gezin nog het best uit, zo zegt ze zelf, al had ze altijd al psychische problemen die allerlei etiketten kregen: slaapstoornis, borderline, adhd. Toen haar zus in 2020 overleed, kreeg ze een acute psychose en werd opgenomen.
Wilmsen zegt daarover: ‘Ik was altijd al psychisch gevoelig, maar vanaf dat moment moest ik toegeven dat ik geestelijk ziek ben.’ En ja, zegt ze, dan zijn er de ‘stemmetjes’.
‘Ik denk nu dat ik toch moet toegeven dat er een stemmetje in mijn hoofd zit. Tot ik de film zag, beschouwde ik het gewoon als nadenken. Ik weet wel dat ik met mezelf aan het communiceren ben in mijn hoofd. Maar ben ik het zelf? Of is het de stem? Als ik alleen thuis ben, dan begin ik te piekeren. En dan, als die stemmetjes beginnen, dan blijf ik de hele dag thuis. Dan sluit ik me op met de gordijnen dicht en kom ik niet naar buiten. Nou ja, alleen met de hond.’
Het begint vaak in de ochtend, zegt Wilmsen, dan voelt ze het al aankomen. ‘Ik sta op en ga in de zetel zitten. Dan wil ik wel opstaan, ik wil bijvoorbeeld de afwas doen. Maar dan blijf ik maar zitten en denken. En dat stemmetje zegt: niet nu, blijf maar in de zetel. Ik kan het moeilijk uitleggen, maar ik voel me slecht omdat er van alles in mijn hoofd begint rond te dwarrelen. Ik krijg onrust om niks, ik haal me hele scenario’s in mijn hoofd over wat er zou kunnen gebeuren.’
Wilmsen heeft de stem ‘Moppie’ genoemd. ‘Zo werd ik vroeger genoemd. En de stem lijkt op mij, in de conversaties is-ie precies mijzelf. En ‘Moppie’, als mensen dat tegen mij zeggen is dat met een positieve vibe. Daarom heb ik die naam gekozen, want het klinkt zachtaardig.
Ja, ik praat vaak hardop. Ik denk weleens: wat moeten de buren denken, want dan zit ik te babbelen, hè? Zo van: ‘Moppie, het is weer zover, ga maar weer even in de zetel zitten.’
Wat ze zeker weet: ze wil de stem kwijt. ‘Het is erg vermoeiend, het beheerst mijn dagelijks leven. Ik zit constant met mezelf in die molen. Dat wil ik veranderen, in mijn hoofd, dat moet echt stoppen.’
Heb je suïcidale gedachten? Praat erover, kijk bijvoorbeeld op 113.nl.
Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant