Home

Vijftienjarigen lezen heus nog wel, maar dan graag een boek met ‘een beetje actie, zodat ik niet in slaap val’

Lezen De leesvaardigheid van vijftienjarigen daalt hard. Maar er zijn heus nog scholieren die graag lezen. Van fantasy en horror tot boeken over een modeblogger. „Ik vind het heerlijk, na een hele dag school met al die prikkels.”

Leerlingen in de bibliotheek van de Jan Arentzschool in Alkmaar

Het is maandagochtend en in de schoolbibliotheek van het Jan Arentsz, een middelbare school voor vmbo, havo en vwo in Alkmaar, staat een groepje havo-eindexamenscholieren voor een kast met Engelse boeken. Ze moeten er dit jaar drie lezen en daar hebben ze niet echt zin in. De een is op zoek naar een romantisch boek, dat vindt ze dan „nog wel leuk”. De ander wil een boek met „een beetje actie, zodat ik niet in slaap val”. Een derde leerling zoekt een dun boek. „Liefst met grote letters.”

De vijftienjarige Wouter, die net aan het vijfde jaar van het vwo is begonnen, moet vandaag twee boekverslagen inleveren. Het ene boek heeft-ie voor de helft gelezen. „Of nou ja, geluisterd. Als luisterboek.” Aan het andere boek moet hij nog beginnen. „Dus ik moet nog even kijken hoe ik dat ga doen. Ik denk dat ik voor Het gouden ei ga, dat is volgens mij wel een dun boekje. En daar is veel over te vinden.”

Wouter leest „echt alleen als het verplicht is”, zegt hij. „Het is niet dat ik het niet leuk vind, maar ik kies gewoon liever voor iets waarvan ik zeker weet dat ik het leuk vind. Zoals TikTok.”

Nederlandse jongeren zijn opnieuw slechter gaan lezen, bleek afgelopen dinsdag uit het nieuwste PISA-rapport, een internationaal vergelijkend onderzoek onder vijftienjarigen in 91 landen. Het onderzoek meet of tieners goed genoeg zijn in wiskunde, natuurwetenschappen en lezen om te participeren in de maatschappij. Kunnen ze bijvoorbeeld de juiste informatie uit een bijsluiter van een medicijn halen, of beoordelen hoe betrouwbaar een bron is? 

Dat is anders dan het lezen van een roman. Maar uit onderzoek blijkt dat kinderen die fictieboeken en lange teksten lezen in hun vrije tijd, ook beter presteren op de leesvaardigheid die PISA meet.

Waar Nederlandse jongeren ruim tien jaar geleden nog koplopers waren in lezen, scoren ze inmiddels onder het gemiddelde niveau van alle deelnemende landen. Zo’n vier op de tien Nederlandse vijftienjarigen halen het meest basale leesniveau niet. Zij lopen risico om laaggeletterd het onderwijs te verlaten. 

Deze leerlingen zitten met name op het vmbo: voor ruim de helft van de leerlingen dreigt laaggeletterdheid, op de beroepsgerichte leerweg is dit zelfs driekwart van de leerlingen. Maar de overlap tussen schoolniveaus is groot: de beste leerlingen op het vmbo lezen beter dan de slechtst presterende vwo’ers, laten de PISA-resultaten ook zien. 

In de klas valt het lage niveau ook op, volgens Marée Kalkhaar (27), die Nederlands doceert aan de vmbo-t-leerlingen van het Jan Arentsz. „We zien het aan de cijfers en herkansingen. Maar ik merk het ook als we teksten bespreken met elkaar. Woorden waarvan wij als docenten denken: die gebruik je dagelijks, kennen ze soms niet.” 

Bijvoorbeeld als ze haar leerlingen vraagt om verschillende redenen te noemen die een auteur geeft in een tekst. „Wat is een reden? Dat weten sommigen niet. Als ik dan vraag waar je een reden aan kunt herkennen, hoop ik dat ze zeggen: een woord als ‘omdat’. Maar om daar te komen moet ik veel sturen.”

Snel antwoord, maar onjuist

Ook op zogenoemde volgtoetsen, waarmee de school het niveau van leerlingen in de gaten houdt en die niet meetellen voor een cijfer, wordt steeds lager gescoord. Al vraagt Kalkhaar zich ook af hoe betrouwbaar die scores zijn, als ze ziet hoe snel haar leerlingen klaar zijn met de toets. „Ze vliegen erdoorheen, willen snel weer door. Dan hebben ze het eigenlijk niet goed gelezen.” Als een toets niet voor een cijfer is, daalt ook de motivatie, ziet Kalkhaar. 

Dat speelt mogelijk ook bij het PISA-onderzoek. Nederlandse scholieren beantwoorden ongeveer 14 procent van de vragen snel, maar onjuist. In andere landen is dat gemiddeld 8 procent, blijkt uit de rapportage. Dit aandeel steeg de afgelopen jaren. In het najaar presenteert het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een onderzoek naar de effecten van de toetsmotivatie van leerlingen op de PISA-resultaten.

Het ministerie wil nog niet zeggen dat zorgen om de dalende leesscores onterecht zijn. „Docenten op de basisschool tot aan de hogescholen en universiteiten rapporteren dat lezen achteruit gaat”, zegt Jeroen Dera, hoofddocent Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit. „Leerlingen haken eerder af en er wordt explicieter gezucht als ze een boek of een lange tekst moeten lezen”, zegt Dera, die al tien jaar onderzoek doet naar de leescultuur onder jongeren en leespraktijken in het klaslokaal. Hij schreef er een boek over, De spagaat, dat in augustus uitkwam. 

Hierin verzet hij zich tegen het stereotiepe beeld van de puber die niks wil lezen. „Daarmee doe je de gemiddelde tiener echt tekort”, zegt Dera. „Er bestaat een redelijk stabiele groep van zo’n 30 tot 40 procent van de scholieren echt een hekel heeft aan lezen. Onder jongens op het vmbo soms meer dan de helft. Maar over het algemeen geldt: het is gemakkelijker om een tiener te vinden die wel wil lezen, dan eentje die dat echt niet wil.” In het PISA-rapport uit 2018 noemde zo’n 20 procent van de vijftienjarigen zichzelf zowaar een hobbylezer. Dit jaar is dat niet uitgevraagd.

Liefst fantasy en horror

Ook op het Jan Arentsz zijn er heus vijftienjarigen die graag een boek lezen. Mika bijvoorbeeld, leest „best veel” in zijn vrije tijd, op zijn e-reader. Het liefst fantasy en horrorboeken. „Ik vind het lekker als je wordt meegesleurd door een verhaallijn en als er een hele nieuwe wereld wordt beschreven. Het instituut van Stephen King vond ik een heel leuk boek, over paranormaal begaafde kinderen die worden ontvoerd.” Hij las het samen met zijn vader, die schrijver is van horrorboeken. 

Dit jaar moet Mika, die in de vierde klas van het vwo zit, beginnen met lezen voor de lijst. Daarvoor moet hij ook Nederlandse literatuur lezen. „Die boeken vind ik minder fijn om te lezen. Er staan woorden in die je niet echt gebruikt in het dagelijks leven.”

Cheyenne, uit 4 vmbo-t, leest vooral in de zomervakantie. Ieder jaar mag ze een boek uitzoeken van haar moeder. Het liefst leest ze fantasy of mystery. „Dus met een goed plot.” Deze zomer las ze De erfenis, een Nederlandse vertaling van een Engels boek. „Het gaat over iemand die heel veel geld krijgt van een overleden miljonair in Texas. De personages moeten allemaal raadsels oplossen om erachter te komen waarom zij dat geld nou heeft gekregen. Die spanning vind ik leuk, en dat je niet weet wat er gaat gebeuren.” Ze las het op haar telefoon, in de app van de bibliotheek. 

Ondanks dat ze lezen leuk vindt, lukt het niet om dat buiten de vakanties ook te doen. „Dan ben ik gewoon druk met school. En zit ik meer op TikTok te scrollen. Dat is dan makkelijker.”

Jeroen Dera herkent dit. „De meeste tieners willen heus wel lezen, maar dat voornemen wordt niet altijd omgezet in een activiteit.” Dat wordt jongeren ook „zo ongeveer onmogelijk gemaakt in de huidige algoritmische cultuur”, aldus Dera. „Er wordt heel wat gevraagd van tieners en het tienerbrein. Dan snap ik best dat ze willen gamen, netflixen, op sociale media scrollen. Het openslaan van een boek na school is voor de hersenen veel intensiever, zeker als je dag heel erg vol zit. Dat geldt ook voor volwassenen.” 

Leesuur op school

Daarom is Dera voorstander van een leesuur, of halfuur, op school. Buiten het vak Nederlands om, meerdere keren per week. „En in vredesnaam, boeken die leerlingen zelf interessant vinden. Zonder opdrachten. Scholen die dit doen zien verbeteringen op gebied van leesmotivatie en de woordenschat van leerlingen.”

Sommige leerlingen van het Jan Arentsz lukt het thuis wél om de verleiding van de telefoon te weerstaan. Sinds een maand leest de vijftienjarige Inca iedere avond voor ze naar bed gaat. „Ik vind het heerlijk, na een hele dag school met al die prikkels. Je hoeft eigenlijk helemaal niks, gewoon alleen maar lezen.”

Onlangs heeft ze de 100% Coco boeken ontdekt, van kinderboekenschrijver Niki Smit. Die gaan over een meisje in de brugklas dat een populaire modeblogger wordt en zijn bedoeld voor kinderen vanaf elf jaar. „Niet echt hoog niveau”, zegt Inca. „Maar ik vind ze wel heel leuk, omdat ik me echt kan inleven in dat verhaal.”

Voorheen zat ze voor het slapengaan nog op haar telefoon. „Maar ik merkte dat dat mijn slaapritme een beetje verpestte. Ik kon niet in slaap komen, of ik lag te piekeren. Door boeken lezen kom ik gewoon helemaal tot rust.” 

Cheyenne

Mika

Inca

Onderwijs

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next