Schaken Eline Roebers (20), de beste vrouwelijke schaker van Nederland, kreeg ooit te horen dat ze ‘schaakt als een man’. „Zolang er een verschil in speelstijlen bestaat, zie ik het maar als een compliment.”
Precies vijf dagen is Eline Roebers in Nederland. Ze is net terug van een kleine twee weken in Montenegro, waar ze het Europees kampioenschap bij de junioren heeft gespeeld. Overmorgen vertrekt ze naar Saint-Tropez, voor een snelschaaktoernooi, om meteen door te vliegen naar een competitie van een week in Linares, Zuid-Spanje. Daarna wacht een reis naar Samarkand, Oezbekistan, waar ze met het Nederlandse team aantreedt op de Schaakolympiade, het tweejaarlijkse toernooi voor landenteams.
Gemiddeld „twee derde van het jaar” verblijft ze in het buitenland, vertelt Roebers in een café in Amsterdam. Sinds haar vroege tienerjaren geldt ze als het grootste vrouwelijke schaaktalent van Nederland. Als middelbare scholier speelde Roebers toernooien tegen volwassen over de hele wereld. Sinds ze twee jaar geleden eindexamen vwo deed, wijdt ze zich voltijds aan het schaken. Ze wordt gesponsord door handelshuis Optiver en verdient prijzengeld op toernooien.
Sinds 2022 voert Eline Roebers de titel ‘internationaal meester’, de hoogste rang onder die van grootmeester. In december werd ze derde op het WK blitz (snelschaken), een maand later won ze het EK. Ook het EK junioren in Montenegro voor klassiek schaken schreef ze onlangs op haar naam. „Dit is mijn laatste jaar in de juniorencategorie, dus die titel wilde ik graag winnen.”
Het begon toen ze een jaar of zes was, in groep drie van haar basisschool in Amsterdam. De juf constateerde dat Roebers het wel erg gemakkelijk had in de klas: als ze niet meer uitdaging kreeg, bestond het risico dat ze zou afhaken. Haar voorstel: Chinees leren. Roebers’ vader Jan, zelf een verdienstelijk schaker met een status als ‘FIDE-meester’ (de op twee na hoogste titel), vond schaken een beter idee. „Je speelt, zeker in het begin, tegen mensen die sterker zijn”, vertelt hij telefonisch. „Dan krijg je als leerling bij wie alles vanzelf gaat in ieder geval geen verkeerd wereldbeeld.”
Eline Roebers belandde bij een schaakclub met een grote jeugdafdeling. Iedere donderdag ging ze erheen. „In het jaar boven mij zat de helft van Nederlandse toptien. Dus ik speelde tegen jongens die én een jaar ouder waren én de top van Nederland vormden.”
In die eerste jaren fungeerde haar vader als coach. „Samen thuis op de bank zitten, opgaves maken”. Met z’n tweeën werkten ze een groot deel van een vuistdik standaardwerk door. „We maakten er een kleine competitie van”, herinnert Jan Roebers zich. „Kijken wie een opgave als eerste goed had.” In de loop der jaren maakten ze met z‘n tweeën zo’n 3.500 tot 4.000 opgaves, denkt hij.
In coronatijd maakte Roebers „een heel grote groei” door, zegt ze, dankzij ontelbare potjes online schaken. Ze trad toe tot het Nederlandse team, ging haar vader voorbij in de FIDE-ranglijst, en werd wereldkampioen bij de jeugd. Dat begon te wringen met school. „Voor een of twee toernooien per jaar kon ik wel vrij krijgen, maar niet voor vijf”. Dus stapte Roebers na de vierde klas over naar het Calandlyceum, een middelbare school met een speciale klas voor topsporters.
„Eén. Ik was de eerste schaker ooit op die school.”
„Iedereen was heel erg bezig met z’n sport, je kwam naar school omdat je nu eenmaal naar school moest. We waren daar niet om beste vrienden te maken.”
„Ja. Dan had ik een toernooi gespeeld van twee weken en kreeg ik bij thuiskomst een paar leraren op m’n dak: waarom heb je geen huiswerk gedaan? Ja sorry, ik zat in Servië. Schaakpartijen duren regelmatig zes uur, plus een uur of drie voorbereiden. Als je zoveel hebt geschaakt op een dag, ga je niet nog even een paar wiskundesommen maken.”
„Ja. Achteraf had ik gewoon moeten zeggen: even een pauze nemen van het schaken in mijn eindexamenjaar. Maar daar was ik een beetje te eigenwijs voor, ik wilde toch bij al die toernooien zijn. Tijdens het EK voor vrouwen werd ik gebeld: er is iets mis met je profielwerkstuk, je moet het opnieuw inleveren. Onder dat soort dingen ging het schaken lijden.”
Eline Roebers in 2016 tijdens het Tata Steel Chess Tournament.
Roebers’ opmars ging gelijk op met een wereldwijde groei in de populariteit van schaken. Tijdens de coronapandemie werd het denkspel een online hype, gestuwd door video-influencers die schaken als entertainment brachten, community-apps om op elk moment een vluchtig duel aan te gaan en de Netflix-serie The Queen’s Gambit over het jonge vrouwelijke schaakwonder Beth Harmon. „Toen ik begon was schaken voor nerds”, zegt Roebers. „Nu is de reactie: oh, wat leuk dat je schaakt! Mijn broertje, die er weinig mee heeft, zag op de middelbare school ineens dat iedereen aan het schaken ging.”
In de afgelopen tien jaar groeide het aantal accounts op Chess.com van 15 naar 275 miljoen, waarvan bijna 3 miljoen in Nederland. Op zo’n online platform kan iedereen een schaakcomputer inzetten om eigen potjes te evalueren, openingen voor te bereiden en op tactieken te broeden. Ook voor (toekomstige) profs is het schaken totaal op z’n kop gezet, zegt Roebers. „Tien jaar geleden had je alleen training als je een trainer kon betalen. Inmiddels is het voor mensen over de hele wereld een toegankelijk spel geworden. In India beginnen kinderen op hun derde of vierde met schaken. De ouders zitten er de hele dag bovenop.”
Het gevolg: schaaktalenten zijn nóg jonger succesvol dan voorheen. Zelf ondervond Roebers dat in januari, toen ze op het internationale schaaktoernooi in Wijk aan Zee verloor van Faustino Oro (12) uit Argentinië, die een paar maanden later de jongste grootmeester ooit zou worden. Heel erg vond ze dat niet. „Hij heeft er zo veel energie ingestoken en hij is zó intelligent.”
De digitale renaissance van het schaken heeft ook een schaduwkant: met meer online toernooien zijn de mogelijkheden voor valsspelen toegenomen. Dat heeft de afgelopen jaren tot op het hoogste bord tot controverses geleid, zoals de rechtszaak van 100 miljoen rond toenmalig wereldkampioen Magnus Carlsen. En de tragische dood van topschaker Daniel Naroditsky (29) was onlosmakelijk verbonden met beschuldigingen van valsspelen door oud-wereldkampioen Vladimir Kramnik.
Toen Roebers in 2020 jeugdwereldkampioen werd, werden twee spelers gediskwalificeerd wegens valsspelen. En ze weet zeker dat ze weleens een valsspelende tegenstander heeft getroffen. „Vaak heb je het gewoon niet door. Dan denk je: goh, die heeft een goede partij gespeeld.”
„De simpelste manier is naar de wc gaan en daar op je telefoon kijken: dit is mijn stelling, wat is de beste zet? De schaakcomputer ziet dat binnen een seconde. En bij een online partij kun je gewoon je telefoon erbij pakken.”
„Het kán wel. Bij iedere partij wordt je lichaam gescand, in een poortje of met een scanner. Maar bij grote toernooien met veel deelnemers gebeurt dat niet goed: je voeten worden bijvoorbeeld altijd achterwege gelaten. Je zou dus een kleine smartphone in je schoen kunnen stoppen.”
Begin dit jaar overleed Jan Timman, decennia lang ’s lands bekendste schaker en in de jaren zeventig en tachtig behorend tot de wereldtop. Roebers is een bewonderaar van Timman, van wie ze een paar keer training kreeg. „Echt vet, van zo’n legende.” De romantiek van in sigarettenrook gehulde schaakpartijen die Timman belichaamde, zegt ze, bestaat allang niet meer. „Het schaken is heel erg geprofessionaliseerd. Topschakers tref je niet meer ’s avonds laat aan de bar.” Zelf drinkt ze ook „bijna nooit” alcohol. „Als ik dat doe, speel ik de dag erna gewoon slechter.”
„Ja, soms speel je een partij van zes uur, of twee partijen op een dag. Dan kun je niet hebben dat je na drie uur te vermoeid bent om verder te rekenen. Dus ga ik tijdens toernooien vaak naar de sportschool, een uurtje fietsen. Ik wandel ook veel. De buitenlucht is goed voor je.”
Schaken is nog altijd een hevig door mannen gedomineerde sport. Van de ongeveer 1.300 actieve grootmeesters wereldwijd zijn er 33 vrouw, onder wie één Nederlandse: de in China opgegroeide Zhaoqin Peng. Alleen de Hongaarse Judit Polgár haalde ooit de toptien van beste schakers ter wereld.
Hoewel de verschillen tussen mannen en vrouwen kleiner worden, merkt Roebers dat schaken nog steeds het imago van een jongenssport heeft. Ergens tussen hun twaalfde en veertiende jaar haken veel meisjes af – dat zag ze ook om zich heen. Het „sociale gedeelte” van het leven wordt belangrijker. „En als je alleen maar jongens kent die schaken, schrikt dat toch af.” Er is nog een verklaring: mannen spelen over het algemeen aanvallender en agressiever, wat in het schaken tot meer winstpunten leidt. „Mannen zijn iets meer van high risk, high reward”, zegt Roebers. „Als je kijkt naar het aantal gokverslaafden, dan zijn dat ook overwegend mannen.”
Roebers staat bekend als een speler die veel aanvalt en risico neemt. Haar vader speelde daarin een rol. Het „opportunistische aspect” is belangrijk in het schaken, zegt Jan Roebers: „Je moet een beetje leren gokken achter het bord. Dat heb ik haar bewust meegegeven.”
„Dat is inderdaad hoe ik speel. Zolang dat verschil in stijl bestaat, zie ik het maar als een compliment.”
Eline Roebers, Campeona de Europa de Blitz.!#
Toernooiorganisator Patricia Claros Aguilar postte op Tiktok deze video waarin Eline Roebers in januari 2026 Europees kampioen blitz-schaken werd: in de laatste speelronde versloeg ze de Georgische schaker Bella Chotenasjvili
„Ik heb het gewoon heel veel gedaan. Tijdens corona speelde ik soms wel tachtig partijen per dag, het was een beetje verslavend.”
„Klassiek. Ik hou van de adrenaline-rush van blitz-schaken, maar vanwege het tijdgebrek ga je niet zo de diepte in. Je schaakt echt op intuïtie. Bij klassiek schaken draait het meer om het doorgronden van het spel. Daar kun je echt je klasse en niveau laten zien.”
„Ja. Vaak zie je het ook direct. Laatst speelde ik bij het EK vrouwen blitz tegen Alexandra Kostenjoek, oud-wereldkampioen. Ik zet m’n toren ergens neer, en dan zie ik ineens: die kan ze gewoon in één zet slaan. Dan is de partij over.”
„Ze zag het niet. Ze geloofde me gewoon. Als je tegen iemand van hoog niveau speelt, verwacht je niet dat-ie zo’n blunder maakt.”
Het belangrijkste doel dat Eline Roebers zich voor de komende jaren gesteld heeft, is de tweede vrouwelijke grootmeester van Nederland worden. Een ambitie die „heel realistisch” is, zegt ze, al moeten er wel „dingen op hun plek vallen”. De extra trainingsuren en buitenlandse reizen die het vermoedelijk zal vergen, heeft ze er graag voor over.
Toch is ze ook van plan om volgend jaar te gaan studeren, „psychologie ofzo”. Roebers vindt het verstandig om zich ook in iets anders te ontwikkelen dan in schaken, zegt ze, en het geeft haar bovendien een optie om op terug te vallen. „Vanaf een jaar of veertig is het niet zo makkelijk meer om van het schaken te leven.”
„Technisch gezien wel, ja. Maar als ik ga studeren kan ik straks ook gewoon zeggen: ik heb drie tussenjaren gehad.”