Dave en Jan Willem kregen hun dochter Lot dankzij een draagmoeder, Kim. Bij de bevalling ging het mis. „Ze waren er bijna niet meer geweest.”
Vlnr: hond Gijs, Dave, Lot en Jan Willem. „Uiteindelijk hebben we voor een andere weg gekozen, via een draagmoeder.”
Jan Willem: „We wonen in het centrum van Enkhuizen, een heel leuk oud stadje. Het lééft. Je hebt een haven, winkeltjes, terrasjes.”
Dave: „We hebben een vrijstaand huis met drie verdiepingen. Ons huis is tien jaar oud – dus zeg maar nieuwbouw – maar de omringende huizen zijn allemaal heel oud en pittoresk.”
Jan Willem: „We werken allebei bij dezelfde woningcorporatie in Amsterdam.”
Dave: „Ik werkte daar al langer, eerst als zzp’er maar door de DBA-wetgeving werden de corporaties terughoudend. Sinds april werk ik er in loondienst. Het bevalt goed. Als zzp’er blíjf je werken. Nu heb ik echt een papadag op vrijdag en meer echt een weekend. Als zzp’er verdiende ik meer, dus je inkomen gaat wel naar beneden, maar je bent meer onderdeel van een organisatie.”
Jan Willem: „Ik heb jarenlang op Schiphol gewerkt in winkels achter de controle. Nu werk ik op de klantenservice van de woningcorporatie waar Dave ook werkt.”
Dave: „Ik denk dat dat wel bij jou past en je kunt makkelijk doorgroeien.”
Jan Willem: „Onze dochter Lot van 2,5 hebben we gekregen via een draagmoeder. Dat is een lang traject geweest. We gingen eerst voor een co-ouderschap. Toen gingen we speeddaten met potentiële moeders, steeds tien minuten, tien vrouwen achter mekaar. Daar zaten ook aparte types tussen.”
Dave: „Je moet een klik hebben. We hadden een vrouw gevonden, maar dat werkte niet. Ze was anders dan wij en wilde uiteindelijk een aantal afspraken veranderen. Toen hebben we de overeenkomst ontbonden. Ja, want je moet alles vastleggen met advocaten.”
Jan Willem: „Toen was ‘t voor mij klaar. Ik had zoiets van: nee, dit gaan we niet doen. En we hebben er heel veel verdriet van gehad. Als je al zover bent …”
Dave: „Uiteindelijk hebben we voor een andere weg gekozen, via een draagmoeder. Gelukkig hebben we er eentje gevonden, Kim. Zij was al alleenstaande moeder van twee kinderen en vertelde op een verjaardag aan een buurvrouw van ons dat zij wel een homostel wilde helpen.”
Jan Willem: „Ze heeft het gedaan uit pure liefde voor de medemens.”
Dave: „Ze zorgt ook heel goed voor dieren. Als er een kat op het dak zit, haalt Kim hem eraf. Ze zei tegen ons: het ouderschap is zoiets groots en moois, en dat gun ik jullie ook. Ze heeft er geen geld voor gekregen, dat mag in Nederland ook niet.”
Jan Willem: „Tijdens de bevalling is de placenta los gaan zitten, wat levensgevaarlijk is voor moeder en kind. Het kind krijgt geen zuurstof of voeding meer. En Kim is heel veel bloed verloren. Gelukkig waren ze er zo snel bij dat het uiteindelijk goed is gekomen. Maar ze waren er bijna niet meer geweest. Lot kwam blauw naar buiten, huilde niet, kon niet zelfstandig ademen. Ze moest dus meteen aan de zuurstof.”
Dave: „Een keer in de zoveel tijd komt Kim langs. Lot weet niet dat zij haar biologische moeder is, daar heeft ze de leeftijd nog niet voor. Kim bemoeit zich niet met de opvoeding, maar komt regelmatig een kopje thee drinken. Ze zegt dat ze heel trots is op hoe we het doen, en vindt het mooi om te zien hoe goed Lot het bij ons heeft.”
Jan Willem: „Op een gegeven moment gaan we het wel vertellen. Dan gaat Lot naar school en merkt ze dat de meeste kinderen een papa en een mama hebben. Dan zal ze vragen gaan stellen.”
Dave: „Een van ons is de biologische vader, maar we weten niet wie. Rond de eisprong werd ons zaad om en om ingebracht en we hebben nu een envelop die de informatie bevat, voor het geval dat nodig mocht zijn om medische redenen. Maar de envelop is dicht en we weten het niet. Het maakt ons ook niet uit. Als Lot het later wil weten, mag ze hem openmaken.”
Jan Willem: „Sorry, daar ben ik weer. Ik heb net Lots luier afgedaan. [Tijdens het gesprek staat Jan Willem vaak op om voor Lot te zorgen en soms zit hij met haar op schoot.] Ach ja, het houdt je lekker bezig. Of ik méér doe? Ik ben er wat makkelijker in of pak het wat sneller op of zo.”
Dave: „Jan Willem heeft de eerste twee jaar niet gewerkt om voor Lot te zorgen. Dat verschil merk je wel. Als Lot wat heeft, komt ze eerder naar hem toe. Ook in dingen als een staart maken heeft hij veel meer handigheid. Ik ben altijd aan het zoeken in haar kledingkast; wat moet ik haar aantrekken? Of ik steek haar in de winter in een jurkje.”
Jan Willem: „Ik moet haar kleding klaarleggen.”
Dave: „Hij weet precies waar alles ligt. Dan kan ik weer een rompertje niet vinden of zo.”
Jan Willem: „Omdat het aan de waslijn hangt. Ik weet het wel omdat ik ook de was doe.”
Dave: „Hij heeft meer de moederrol, denk ik. Ik ben veel zachter opgevoed dan Jan Willem, mijn moeder gaf mij altijd veel kusjes. JW had een veel afstandelijker moeder. Ik vind het wel heel mooi dat hij nu wel die warmte vindt en geeft. Op papier ben ik trouwens haar papa. Voor de wet kan maar een van de twee de juridische vader zijn, en de andere ouder is de moeder. De rechter vindt het belangrijk dat de biologische moeder in beeld blijft.”
Jan Willem: „Om ook ouderlijk gezag te hebben, moest ik Lot dus adopteren. Dat heeft anderhalf jaar geduurd. Ik vond dat wel moeilijk. Ik dacht: stel je voor dat er wat gebeurt, dat Dave en Lot een auto-ongeluk krijgen en hij overlijdt en Lot ligt in het ziekenhuis. Ik mag dan niks. Maar die situatie is nu voorbij.”
Dave: „Lot gaat tussen acht en negen naar bed. Dan wil je nog even tijd voor jezelf. Dan kijken we B&B Vol Liefde of zo. Even je hoofd leegmaken. Rond twaalf uur gaan we naar bed.”
Jan Willem: „Dinsdag en donderdag heb ik thuis papadag en vrijdag is Daves papadag. Maandag en woensdag gaat Lot naar een kinderdagverblijf. Dat is ook goed voor haar. Zo krijgt ze een bepaalde binding met de andere kindjes.”
Dave: „Maar evengoed is elke dag een van ons thuis, voor de hond. Ik werk vier dagen in de week en op maandag werk ik thuis. Want we willen niet dat de hond, Gijs, alleen is. Het is een labrador, dus hij moet elke keer een half uur uit. We zorgen ervoor dat we hem vier keer per dag uitlaten. Want het mag niet zo zijn dat Gijs, omdat we het zo druk hebben, daar de dupe van is.”
In het kort
Dave Ruitenberg (49) en Jan Willem Vos (47) wonen met hun dochter Lot Ruitenberg-Vos (2,5) in het centrum van Enkhuizen. Ze werken allebei bij dezelfde woningcorporatie in Amsterdam. Ze kregen Lot dankzij de hulp van een draagmoeder. Dave en Jan Willem verdienen tweeënhalf keer modaal.
Jan Willem: „Oh, dat gebruik ik echt nooit!”
Dave: „Ik soms wel. Als ik even ga lunchen met Ram of wat eten na het werk. Hij is mijn collega en ex-partner, die via mij ook bij de woningcorporatie is komen werken.”
Jan Willem: „Ik kan het heel goed vinden met Ram. We zijn ook samen op vakantie met hem geweest naar zijn geboorteland Suriname. Dat land stond toch al op mijn verlanglijstje. Ja, met zijn drieën en met Lot. Ik was zo onder de indruk van zijn familie.”
Dave: „Hij moest er zelfs van huilen. JW is wat harder opgevoed, met minder warmte – en door Rams familie werd hij juist overladen met warmte. Hij heeft het al iets heel moois ervaren. Want toen ik voorstelde in januari naar Thailand te gaan voor mijn 50ste verjaardag, zei hij: nee, ik wil weer naar Suriname. En dan gaan we weer bij Rams familie langs, dit keer zonder Ram.”
Dave: „Iedere dag. We kijken elke dag waar we zin in hebben.”
Jan Willem: „De supermarkt is om de hoek – en we plannen niet vooruit, zo van: wat eten we over drie dagen?”
Dave: „We hebben meegedaan aan [SBS6-tv-programma] De grote huisverbouwing. Mensen denken soms dat alles dan voor je betaald wordt, maar dat is niet zo. De verbouwing heeft ons 83.000 euro gekost. Maar je krijgt wel korting en je wordt ontzorgd.”
Jan Willem: „Nieuw. Maar ik heb niks tegen tweedehands. Behalve kleding. Of een tweedehands matras? Nee.”
Dave: „Toen ik hem leerde kennen, had JW een oude kroegtafel en oude barstoeltjes. En nog steeds houdt hij wel van boerenbont. We hebben hier zulke borden en oude kopjes, omaservies.”
Dave: „Iedere dag wel. We hebben een hond, dus we moeten drie, vier keer per week stofzuigen.”
Jan Willem: „En we moeten iedere avond de troep van Lot opruimen.”
Dave: „Poetsen doen we zelf. We hadden eerst een schoonmaakster, maar we merken dat we zelf zuiniger met spulletjes omgaan en grondiger schoonmaken. Het is een beetje zoeken met tijd en soms moeten we in het weekend aan de slag, maar het scheelt toch 50 euro per week dus 200 per maand. JW doet wat meer dan ik, hij doet ook de was. Maar ik vind stofzuigen leuk om te doen.”
Jan Willem: „Ik vind dat een verschrikking. Afstoffen doe ik. We hebben twee badkamers, we doen er allebei één.”
Dave: „Ik had een elektrische fiets gekocht en ik vond: er moet een stang tussen, want dat is mannelijk, een herenfiets dus. JW heeft een damesmodel met een zitje voor Lot. Maar ik kan geen zitje op mijn fiets plaatsen, want dan kan ik mijn been er niet overheen slingeren om erop te komen. Dus nu ben ik jaloers dat ik niet met Lot achterop kan fietsen. Ik kom ook niet op Jan Willems fiets, omdat hij langer is dan ik. Kortom, ik had een damesfiets moeten kopen.”
Dave: „Jan Willem kookt meer en ik weet nooit wat hij maakt. Als ik kook, overleg ik: zal ik lekker pasta of Thais maken?
Jan Willem: „Dave kan echt heel goed koken en dingen bij elkaar gooien. Ik maak vaak aardappelen met bloemkool, Hollandse pot. Ik denk ook altijd: eet Lot dit ook? Ik kook niet echt met inspiratie.”
Dave: „Er mag wel meer liefde in. Als hij bloemkool maakt, doet hij er kerriesaus overheen uit een pakje waar je water bij doet. Als ik het maak, bereid ik een sausje met bloem en boter. Ik kook met meer liefde.”
Jan Willem: „Niks.”
Dave: „Mooie herinneringen, zoals een reis naar Suriname.”
Jan Willem: „En dat je tijdens zo’n reis niet hoeft te denken: kunnen we dit wel betalen?”
Dave: „Of om mijn vader en vriendin mee uit eten te kunnen nemen. En ik spaar elke maand 100 euro voor Lot.”
Dave: „Mijn moeder zei altijd: koop wat je kan betalen. Je moet alleen geld uitgeven als je ‘t ook kan missen. Anders ga je bijvoorbeeld een duur huis kopen, maar heb je geen geld om het in te richten.”
In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl