De laatste bladzijde Een gokverslaving betekende het einde van de voetbalcarrière van Jerry de Jong, vader van KNVB-directeur topvoetbal Nigel de Jong. Hij was al ziek toen hij opnieuw de liefde vond.
Jerry de Jong.
Het nieuws over zijn dood was deze zomer tijdens het WK voetbal een voetnoot op de sportsites en sportpagina’s. Drievoudig international Jerry de Jong overleed in zijn woonplaats Hattem op 61-jarige leeftijd aan uitgezaaide prostaatkanker. Zijn zoon Nigel, 81-voudig international en sinds drie jaar directeur topvoetbal van de KNVB, woonde zijn uitvaart niet bij, wat op sociale media tot boze reacties leidde. Hoe kon hij zo afstandelijk zijn?
In een officiële verklaring van de voetbalbond schreef Nigel: ”Na een langdurig ziekteproces en in nauw overleg met mijn familie heb ik ervoor gekozen om op dit moment bij het Nederlands elftal en staf in de Verenigde Staten te blijven.” Weduwe Marleen, niet de moeder van Nigel, vertelt aan de telefoon dat de (klein)kinderen, onder wie Nigel, afscheid hebben genomen. ”Jer is heel vredig in mijn armen gestorven”, zegt Marleen op de dag die zijn 62ste verjaardag zou zijn geweest.
Het leven van de geboren Surinamer en getogen Amsterdammer Jerry de Jong bereikte zijn sportieve hoogtepunt toen hij in 1989 een transfer maakte van Heerenveen naar PSV. Oud-doelman Hans van Breukelen, tot 1994 zijn ploeggenoot in Eindhoven, zegt over zijn bijna tien jaar jongere ploeggenoot: ”Jerry werd gehaald om de selectie op te vullen. Bij blessures of schorsingen viel hij in, als rechtsback of als voorstopper. Hij had met Erik Gerets, Berry van Aerle en Adri van Tiggelen op die posities drie topverdedigers voor zich.”
Van Breukelen herinnert zich De Jong als ”een goedlachse, vrij rustige kerel met Amsterdamse humor”. ”Hij hield van een dolletje op de training, maar kwam ook voor zichzelf op, dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht. We stonden een keer met de koppen tegen elkaar, ik weet niet meer waarover het ging. Hij toonde een bepaalde felheid die ik wel kon waarderen. Toen hij naar MVV vertrok ben ik hem uit het oog verloren.”
Het succesverhaal van de voetballer Jerry de Jong eindigde voor de buitenwereld in één klap toen hij als aanvoerder van MVV in 2000 werd betrapt op diefstal in de kleedkamer. Hij had het bankpasje van zijn Braziliaanse medespeler Emerson meegenomen om geld mee op te nemen. De gokverslaafde De Jong zat in financiële problemen. Een argwanende bankbediende vroeg hem naar de pincode van het pasje. Die wist hij niet, waarna werd hij aangehouden en op staande voet ontslagen. Hij speelde nog vrij anoniem voor hoofdklasser/amateurclub SV Panningen, waar hij in uitwedstrijden op hatelijke wijze door de thuissporters werd herinnerd aan zijn misstap. In 2006 stopte hij definitief met voetbal.
De Jong begon in zijn toenmalige woonplaats Eindhoven aan een opleiding tot jongerenwerker. Als coach die zelf een krasje had opgelopen, had hij een klik met Brabantse probleemjongeren. ”Dat werk lag hem heel erg na aan het hart”, weet weduwe Marleen uit de verhalen die hij haar nadien vertelde. Ze ontmoetten elkaar in 2014 in het Eindhovense uitgaansleven, een jaar nadat bij Jerry prostaatkanker was geconstateerd. Marleen: ”Nee, ik wist niet dat hij profvoetballer was geweest en dus ook niets over de randzaken. Hij belde me een dag later om een nieuwe afspraak te maken en vertelde me toen over zijn ziekte én over al dat andere. Die ziekte hielden we op zijn verzoek aanvankelijk geheim. Later mocht iedereen het weten.”
Zoon Nigel had zijn vader diens misstappen heel erg kwalijk genomen, zo valt te lezen in een dubbelinterview door toenmalig VI-journalist Yoeri van den Busken in 2011. Hij was nog een tiener en speelde in de jeugd van Ajax, toen ook hij werd herinnerd aan zijn vaders uitglijers. Zijn ouders waren al gescheiden, hij groeide op bij zijn moeder. Toen Nigel als twintiger voor het eerst vader werd, en Jerry voor het eerst grootvader, volgde een emotioneel telefonisch gesprek. ”Iedereen verdient een tweede kans”, zegt Nigel in het VI-interview. Andersom spreekt Jerry in het artikel zijn ”onvoorwaardelijke liefde” voor zijn kinderen uit.
In de serie ‘Vader, zoon en voetbal’ sprak Van den Busken met beiden, op verschillende locaties. Het verbaasde hem dat ze op zijn verzoek ingingen. Van den Busken: „Jerry had zijn leven weer op orde, op een eenvoudige manier, hij was jongerenwerker en de schaamte voorbij. Hij woonde in een klein huisje in Eindhoven, een groot contrast met Nigel die bij Manchester City een mondain leven leidde. Ik dacht wel: ‘waarom koopt hij niet een mooi huis voor zijn vader?’ Zijn dood was voor mij een schok. Ik wist niet dat hij al zo lang ziek was.”
Jerry de Jong (rechts) in actie voor PSV in 1990. Links ploeggenoot Gerald Vanenburg, tussen hen in de Feyenoorders Arnold Scholten en Regi Blinker.
Marleen de Jong vertelt hoe Jerry ”tot rust kwam” toen ze in 2014 een relatie kregen en veel bij haar verbleef in het Gelderse Hattem. Hij werd daar bijna niet herkend op straat, genoot van het vissen in de IJssel en bouwde ”een sterke band” op met haar drie kinderen en haar vader. Hij kookte graag Surinaams, tot hij door de chemokuren zijn smaak kwijtraakte en de maaltijden minder kruidig werden. ”Toen zeiden we: ‘Jer, maak maar geen roti meer’. Dat vond hij niet leuk om te horen, maar hij lachte er hartelijk om.”
Toen de behandelingen niet meer aansloegen ging zijn gezondheid snel achteruit. Marleen: ”Die ziekte heeft ons nooit in de weg gestaan. We leidden een heel normaal en gelukkig leven samen. Jer heef mij geleerd positief te zijn. We hebben heel goed kunnen praten samen.” Het samenwonende stel is op zijn verzoek in december vorig jaar nog getrouwd. En hij haalde zijn motorrijbewijs, ”een van zijn lang gekoesterde wensen”.
Marleen, nu kapster maar eerder jarenlang verpleegkundige, verzorgde hem thuis. ”Alleen morfine toedienen deed ik niet zelf.” Omringd door geliefden en ”gesteund door onze dag en nacht betrokken huisarts hebben we samen met onze vier honden en twee poezen heel intens toegeleefd naar het einde”. Ze vertelt hoe hij op 14 juni in haar armen is gestorven. Eén hondje is ’s nachts nog steeds van streek, waarvoor het medicijnen krijgt. ”Het verdriet is heel groot, hij wordt erg gemist.”