Nieuwe muziek Er zit een duidelijke gedachte achter ‘Here Because of Hope’, het sterke album van jazzband Ezra Collective. Verder: het aanstekelijke debuut van de Slowaakse popartiest Adéla en het mogelijk laatste album van Bonobo.
Ezra Collective
Here Because of Hope
Het begint meestal met een paar noten: een catchy wandeltje, algauw een lekker deuntje. Dan komt het ritme van de uitgelaten drummer Femi Koleoso. Het Ezra Collective heeft je snel te pakken. Niet bewegen? Geen optie! Het is precies de kracht waarmee het kwintet de afgelopen tien jaar geleden deel werd van de golf Britse jazzvernieuwing: jonge muzikanten uit Londen braken door met urban jazz die put uit afrobeat, grime, hiphop, dub en latin.
Het vijftal Ezra Collective, opgezet door de drummende en bassende broers Koleoso met Nigeriaanse roots uit Noord-Londen, is een gelukzalige verspreider geworden van muzikale vreugde. Bulkend van invloeden, en zeker niet als exotische versieringen, is Ezra’s afro-fusionjazz van het beweeglijkste soort. Live, in steeds grotere zalen – het succes is snel toegenomen – neemt die soms wat waterige vormen aan met veel aandacht voor feesten en publieksparticipatie.
Op Here Because of Hope krijgt die beweeglijkheid een duidelijkere gedachte. De band vraagt zich af hoe muziek die voortkomt uit pijn toch zo vaak ook vreugdevol kan klinken. Hoop, ziet voorman Femi Koleoso, betekent ook het geloof dat er aan de andere kant van pijn een nieuw begin kan zijn: vreugde na rouw, wedergeboortes. De band ziet een patroon in verschillende zwarte muziektradities, een reis van West-Afrika via het Caribisch gebied naar Groot-Brittannië. Hoe Fela Kuti afrobeat maakte tegen de achtergrond van oorlog en onderdrukking; calypso ontstond in de schaduw van slavernij.
Here Because of Hope wil niet ontsnappen aan de werkelijkheid van zwarte muziek die voortkomt uit onderdrukking, armoede en verlies door maar gewoon vrolijk te klinken. Of het nu de afrobeat en highlife is in ‘Sweet Echo’ of de Cubaanse sfeer van ‘El Corazon’ (met toetsenist Joe Armon-Jones op dreef), Ezra Collective zoekt verbinding en verdieping.In vele stijlen van reggae/dub (‘Birdie Sings’), hiphop (‘Only Love’ met Pa Salieu) en lome soulvibes poetst de band op dit album minder glad en behoudt diepere lagen, óndanks grooves en beweging.
Door hun familiaire, community-creërende aanpak wordt jong publiek naar instrumentale muziek getrokken. Dat Ezra Collective dat voor elkaar krijgt zonder de muziek nu helemaal aan het feest op te offeren, is misschien wel de grootste winst van deze plaat.
Amanda Kuyper
Adéla
Prima
Adéla maakt geen geheim van haar doel. De Slowaakse artiest wil graag een plekje veroveren in de lijst met vrouwen die aan hun voornaam genoeg hebben: Miley, Beyoncé, Madonna. Zelf zet ze haar naam in kapitalen, mogelijk om verwarring met het fenomeen Adele te voorkomen. Maar Madonna is haar grote voorbeeld, blijkt uit de verschillende verwijzingen naar het popicoon op Adéla’s debuutalbum Prima. „I like how you look at me like I’m the next Madonna”, zingt ze bijvoorbeeld op ‘Marijuana’. Haar naam komt op voorbij op ‘Ain’t In LA’, een verslavende elektropoptrack met trapinvloeden waarmee Adéla voor het eerst in de grootste hitlijsten verscheen. Hier komt ze tot de conclusie dat Los Angeles, de stad waar ze op 18-jarige leeftijd naartoe verhuisde, niet per se superieure sterren aflevert. Geen schokkende ontdekking, maar wel met genoeg speelse knipogen uitgevoerd.
Adéla, volledige naam Adéla Jergová, groeide op met Amerikaanse popcultuur, leerde op jonge leeftijd stiekem Engels en dacht al vroeg na over het artistieke leven. Ze nam onder meer balletlessen, ervaring die ze nu gebruikt tijdens optredens. Op Lowlands deed ze deze zomer een deel van haar optreden in tutu en op balletschoenen.
Het album opent met ‘KGB’, dat gaat over haar jeugd en haar ambities: Adéla is van Slowakije naar de Verenigde Staten gekomen om ieders favoriete ‘spion’ te worden. Ook hier, met de verwijzingen naar de geheime dienst van de Sovjet-Unie, zet ze ironie in om zichzelf neer te zetten: „Noem me de K-G-Bitch”. In combinatie met de opzwepende productie is het een sterke opening. Er wordt hierna goed doorgepakt met ‘Nicole Kidman’, een nummer met een fijne soulsample.
Prima zakt hierna in, met songs die iets te normaaltjes klinken voor een eigenzinnige geest als Adéla. Op ‘Hitachi’ (vernoemd naar een vibrator) laat de zangeres halverwege wel horen dat ze rustige nummers ook onder de knie heeft. Ook op de ontnuchterende ballad ‘Therapy’ maakt ze indruk als het tempo omlaag gaat, al wordt de autotune wel iets te gretig ingezet. Het nummer gaat over de mindere kanten van het artiestenbestaan. De zangeres mist haar moeder en haar zus terwijl ze met oude, machtige muziekindustriemannen moet praten die nodig zijn voor haar carrière. Ze wil het niet, maar het kan niet anders. „Zo werkt het leven”, zingt ze, enigszins verslagen.
Thijs Schrik
Bonobo
Distance in Static
Distance in Static zou zo maar eens het laatste album van Bonobo, artiestennaam van Simon Green, in traditionele vorm kunnen zijn. Na ruim 25 jaar van platen maken, toeren en vervolgens weer aan een nieuwe plaat beginnen, wil de Britse producer uit die cyclus stappen. Geen paniek: stoppen met muziek doet hij niet. Hij wil zichzelf enkel de vrijheid geven om de volgende keer bijvoorbeeld een obscure technoplaat te maken. Of een klassiek koor op het platteland op te nemen. Zijn muzikale dromen lopen nogal uiteen.
Op zijn nieuwe plaat klinkt het alsof Green zichzelf alvast een voorproefje van die vrijheid heeft gegeven. In de veertien nummers stopt hij opvallend veel verschillende stemmen, instrumenten en samples. Zo blijven er zelfs na meerdere luisterbeurten nog nieuwe details te ontdekken. Op ‘Cycles’ duikt bijvoorbeeld tussen een pulserende bas een vreemde, haast huilende fluit op. In ‘Mercury’ zijn opnames van de guzheng – een traditioneel Chinees muziekinstrument – zo sterk bewerkt dat het snaarinstrument soms nauwelijks meer als zodanig te herkennen is.
Toch wordt Distance in Static nergens een verzameling muzikale vondsten. Neem ‘Drift’, een van de meest clubgerichte nummers. Een zwaar verknipte stem zweeft boven warme synthesizers en een baslijn die steeds verder aanzwelt. Green heeft niet veel nodig om vier minuten lang spanning op te bouwen. Juist tussen alle bijzondere instrumenten en samples is het een van de eenvoudigste nummers op de plaat.
Heel anders klinkt ‘Fire on the Water’ met de Pakistaans-Amerikaanse zangeres Arooj Aftab. Het nummer ontstond in de muziekstudio van singer-songwriter Neil Young op zijn beroemde Broken Arrow Ranch ranch in Californië. Over een klein akoestisch gitaarloopje zingt Aftab in het Urdu, de officiële taal van Pakistan. Haar lage, bijna gewichtloze stem krijgt alle ruimte; de elektronica blijft ditmaal grotendeels op de achtergrond.
Ook Joy Crookes, Nilüfer Yanya en Ichiko Aoba duiken op. De stemmen, talen en instrumenten veranderen voortdurend, maar het geheel blijft onmiskenbaar als één album klinken. Misschien heeft Green die nieuwe vrijheid helemaal niet nodig om van de gebaande paden af te wijken. Op Distance in Static doet hij dat al volop.
Robyn van Gorsel