Home

Een liefdesverklaring aan Rio – mijn stad

Onze vrouw in Rio Door een nare overval werd de liefde van correspondent Nina Jurna voor haar standplaats Rio de Janeiro op de proef gesteld. Ze keek nog eens goed naar de Braziliaanse stad, maakte een documentaireserie en verloor opnieuw haar hart aan haar woonplaats. Wat maakt Rio zo bijzonder?

Nina Jurna op het strand in Rio.

Iedereen verklaarde me voor gek toen ik in 2011 vanuit Suriname met mijn twee kinderen en drie koffers vertrok naar Rio de Janeiro. De dag na aankomst gingen we naar het strand van Copacabana waar we in de buurt een appartement hadden gevonden. Het was een mooie zondag. Een deel van de weg is daar op zon- en feestdagen afgesloten voor het verkeer en dus sprong mijn dochter (8) vol zelfvertrouwen op een huurfiets en mocht mijn zoon (5) racen in een speelgoedauto. Toen ik zelf eenmaal met mijn voeten in het zand stond, de zeelucht opsnoof en in de verte naar de met jungle begroeide groene heuvels tuurde, voelde ik de energie door mijn lijf stromen. Mijn kinderen hadden zich de boulevard al eigengemaakt zag ik. Ik was klaar voor een nieuw avontuur.

Het was sinds mijn studententijd een droom geweest: correspondent worden in Latijns-Amerika. Maar vanuit het geïsoleerde Suriname waar mijn wortels liggen en waar ik sinds 2000 woonde, was dat moeilijk te realiseren. Het grote en strategisch gelegen buurland Brazilië lonkte. Het land met meer dan tweehonderd miljoen inwoners maakte op dat moment een sterke groei door. Onder president Lula da Silva die in 2003 aan de macht was gekomen, waren zo’n veertig miljoen Brazilianen opgeklommen uit de ergste armoede. Lula, die zelf in diepe armoede was opgegroeid, werd internationaal geroemd voor zijn pogingen om de diepgewortelde klassenverschillen in het land op te heffen.

Brazilië zat in meer opzichten in de lift, want het zou ook nog eens gastland worden van twee grote wereldwijde sportevenementen: het WK voetbal (in 2014) en de Olympische Spelen (2016). Vol zelfvertrouwen begon ik aan dit nieuwe avontuur, waarbij ik gedreven werd door nog iets anders wat me kracht gaf: ik was verliefd geworden op Rio, al vanaf een eerder kort bezoek, in 2008.

Rio is een stad die je kan betoveren en bedwelmen door haar schoonheid, de natuur en de levensenergie van de inwoners. Tegelijkertijd ligt gevaar er altijd op de loer. De beroemde en schitterende stranden in wijken als Copacabana en Ipanema liggen parallel aan grote winkelstraten. Maar vanuit de stad sta je voor je het weet ook midden tussen de aapjes en de watervallen van het oerwoud. Het is een stad van extremen, diepe armoede bestaat er naast enorme rijkdom.

Klassenmaatschappij

Door de bouw, met de heuvels waarop de favela’s liggen en de rijke wijken beneden op ‘het asfalt’ wonen arme en rijke Brazilianen in bepaalde delen dichtbij elkaar en moeten zich dus ook tot elkaar verhouden. Dat gaat binnen de lijnen van de klassenmaatschappij; de mensen in de favela’s vormen de arbeidersklasse – en werken in de rijke buurten als schoonmakers, portiers en als winkelpersoneel. Ik ben voorgoed gevallen voor de manier waarop de carioca’s, zoals de inwoners heten, met deze extremen omgaan. Voor hun veerkracht, emoties en energie.

Mijn eerste woning bij het strand was veilig, goed, en om de hoek bij de school van mijn kinderen. Beter kon ik het niet treffen. En dan woonde ik ook nog eens tussen de zeer vriendelijke buren. De calor humano, de menselijke warmte, heb ik nooit zo sterk ervaren in de andere landen waar ik veel voor mijn werk kom. In Rio kan een vrouw die naast je bij een stoplicht staat te wachten, spontaan een praatje met je beginnen. Bijvoorbeeld over haar zus, die verderop woont en naar wie ze op weg is. Als het stoplicht op groen springt en we samen oversteken vervolgt ze haar verhaal. Ze praat over haar familie, waar ze vandaan komen, over haar jeugd, en voor ik het weet hoor ik haar hele levensverhaal. Dat is Rio. Kort, maar intens menselijk contact.

Inwoners van Rio die Nina Jurna portretteert in de docu-serie ‘Onze vrouw in Rio’.

Ballerina’s van balletschool Na ponto dos pés in de wijk Morro do Adeus in Rio.

Tuany Nascimento, ballerina en oprichtster van balletschool Na ponto dos pés.

Rafael Satiê, afkomstig uit de favela Jacarezinho, is gemeenteraadslid in Rio de Janeiro.

Raquel Mattos is manager bij een populaire sportschool waar vooral veel vrouwen trainen.

Pastor Pedrão stichtte een eigen kerk in Rio en groeide uit tot een zeer populaire predikant.

Dat je hier zo snel contact kunt hebben, hielp me die begintijd enorm bij het maken van nieuwe vrienden, het leren van de taal en het opbouwen van een netwerk. Maar na twee jaar kwam er een einde aan mijn vliegende start toen ik het slechte nieuws kreeg dat de overeenkomst met mijn belangrijkste opdrachtgever niet verlengd zou worden. Zo’n risico hoort bij het onzekere bestaan als freelancer, maar in mijn eentje met twee kinderen in een nieuw land had dat ingrijpende gevolgen. Ik verloor mijn grootste inkomstenbron op het moment dat Rio duurder werd, omdat het WK en de Olympische Spelen dichterbij kwamen.

Toen mijn huisbaas de huur ook nog eens fors verhoogde, moest ik mijn paradijselijke strandwijk verlaten. Ver weg in een troosteloze suburb van Rio, anderhalf uur van het strand wonen, dat wilde ik niet. De favela’s in de buurt van het strand waren in die tijd veiliger geworden vanwege de grote internationale sportevenementen. De zogeheten UPP (Unidade de Policia Pacificadora) was er opgezet, een speciaal soort politie in de wijken die behalve veiligheid ook sociale projecten introduceerde voor de bewoners. De macht van de kartels was teruggedrongen en strategisch gelegen favela’s waren voorafgaand aan de sportevenementen ‘schoongeveegd’. Tegelijkertijd zouden er betere sociale voorzieningen in de wijken komen en zou de overheid er meer investeren, klonk de belofte.

Verhuizen naar favela

Ik besloot daarom naar een favela te verhuizen. Rocinha, de grootste favela van Rio met driehonderdduizend inwoners, ligt op een van de heuvels dicht bij het strand. Zo had ik ook voor de kinderen een makkelijke plek om te spelen en te zwemmen, bedacht ik, want het strand is gratis voor iedereen. Via mijn goede vriend Jean Ribeiro, een inwoner van Rocinha met wie ik vaker had samengewerkt, vond ik een woning. Jean heeft een heftig leven achter de rug. Op zijn dertiende liep hij gewapend rond en dealde hij. Hij ontwikkelde zich tot een drugsleider, werd opgepakt en zat een gevangenisstraf uit. Maar daarna keerde hij terug naar Rocinha, zag kans uit de drugswereld te blijven en vond ander werk. Vol goede hoop en met steun van mensen als Jean, begon ik met mijn kinderen – die sneller dan ik gewend raakten – aan ons nieuwe leven.

Rocinha is eigenlijk een kleine stad met winkels, scholen en restaurants. Veel bewoners zijn hardwerkende mensen met indrukwekkende levensverhalen die de armoede proberen te trotseren. Maar in de Braziliaanse klassenmaatschappij wordt op hen neergekeken. De favela’s zijn nooit echt deel van de stad geworden zoals destijds werd beloofd. Ik herinner me dat ik op een dag geen water had. Ik vroeg de buurman wat het nummer was van het waterbedrijf, maar hij lachte me uit. Hier is geen overheid, zei hij. Maar zijn waterbak op het dak had genoeg water, en hij beschikte over een tuinslang, dus hij kon me wel wat water geven.

Ondertussen probeerde ik als freelancer mijn hoofd boven water te houden, en schreef ik een tijdje een column voor het Parool over ons leven in de favela. Alles was hier goedkoper dan op ‘het asfalt’ waardoor ik met de kinderen in mijn geliefde Rio kon blijven wonen. We voelden ons thuis in deze levendige wijk waar je ’s avonds nog tot laat naar de kapper kon gaan of een sushirestaurant kon binnenstappen, want ook die zijn er in de favela. Tegelijkertijd waren we op onszelf aangewezen door de afwezigheid van enig gezag. We zaten met de andere bewoners in hetzelfde schuitje. Dat testte onze veerkracht en versterkte onze band.

Uiteindelijk hebben we ruim een jaar in twee verschillende favela’s gewoond. Toen het WK voetbal na 2014 voorbij was bleek de beloofde veiligheid in de favela’s vooral window dressing en klonken de eerste schoten alweer. De kartels kregen weer meer macht, ze sprongen in het sociale gat dat de overheid nooit had opgevuld. Een buurvrouw vertelde dat ze had aangeklopt bij een drugsdealer omdat ze geen geld had voor een ziekenhuisbehandeling. Hij wilde goodwill onder de bewoners kweken en zou de kosten betalen.

Kartels weer meer grip

In 2015 ging ik aan de slag voor NRC. Ik had daarmee weer een vaster correspondentschap en besloot met mijn kinderen terug te verhuizen naar een veiligere strandwijk. Maar het wonen in een favela heeft me als mens én als journalist dichter bij de stad en de mensen gebracht.Het heeft mijn wereld vergroot: nog altijd kom ik op verjaardagen van vrienden in Rocinha, al vind ik het pijnlijk om te zien dat de macht van de kartels er alleen maar is toegenomen.

Ballerina’s van balletschool Na ponto dos pés in de wijk Morro do Adeus  in Rio. 

Dat uitgerekend veiligheid het grote thema is bij de verkiezingen die op 4 oktober plaatsvinden is geen toeval. De kartels hebben de afgelopen jaren steeds meer grip gekregen op de favela’s. Hun wapens worden geavanceerder, ze gebruiken inmiddels drones met explosieven en soms vraag ik me af of ze niet betere apparatuur hebben dan de politie. Een jaar geleden deed ik nog verslag van de dodelijkste politieoperatie ooit in Brazilië, in een aantal favela’s in het noorden van de stad. Daarbij vielen meer dan honderdtwintig doden. De bewoners zitten vaak klem tussen vuurgevechten van de politie en de kartels. Zoals balletlerares Tuany Nascimento die ik voor de documentaireserie Onze vrouw in Rio volgde. Het lukt haar jonge ballerina’s op te leiden en te inspireren. Ze liet zich niet uit het veld slaan toen ze in haar jonge jaren niet werd aangenomen bij klassieke balletgezelschappen omdat ze niet het juiste ‘profiel’ had als zwart meisje met rondingen.

Over de vraag hoe het geweld te bestrijden, verschillen links en rechts nogal van mening. Rechts – met als verkiezingskandidaat Flavio Bolsonaro, zoon van voormalig president Jair Bolsonaro – pleit voor keiharde politieacties; als daarbij burgerslachtoffers vallen dan is het pech. Rechts is ook voor een versoepeling van wapenwetten zodat mensen zich kunnen beschermen. Links, met de inmiddels tachtigjarige Lula da Silva als kandidaat – heeft een minder concreet en hard antwoord als het om veiligheid gaat – het wil vooral blijven inzetten op een gelijkwaardigere samenleving. De verkiezingen worden zeer spannend. Men voorspelt een nek-aan nekrace tussen beide kandidaten. 

Voor Onze vrouw in Rio ging ik met een van mijn vrienden, mijn vaste fysiotherapeut Gabriel, terug naar de locatie waar hij ooit was overvallen en in elkaar was getrapt. Zijn gezicht was opgezwollen, zijn ogen beschadigd. Op de plek kwamen de herinneringen bij hem terug en ook het trauma. Ook ik kreeg flashbacks en dacht terug aan februari 2025, carnaval. Doorgaans een periode waarin ik me onderdompel in het feest, en dan vooral geniet van de vele bloco’s, straatfeesten.

Overval

Het was een zonnige middag en ik liep met vrienden in het centrum. Eerst werd een vriendin in onze groep beroofd van haar telefoon door een jonge jongen die snel een zijstraatje invluchtte. Een vriend ging achter de dief aan. Zoiets moet je nooit doen, is me vaak gezegd. Toen hij best lang wegbleef, ging mijn vriendin erachteraan, en ik weer achter haar.

Zo kwamen we in een val terecht; we werden omsingeld door een groep van zo’n acht jongens. Met geweld werd mijn tas afgepakt, de oorbellen uit mijn oren gerukt – tot bloedens toe – en mijn kleren gescheurd. De vriend die op de grond lag werd zo hard getrapt dat hij zijn heup brak. Het ging vliegensvlug, ik was in shock.

De dagen na de overval liep ik met een bezwaard gevoel rond in mijn wijk, Ipanema. Was het nu gedaan met mijn liefde en passie voor mijn stad? Maar toen ik mijn ervaring deelde met vrienden schoten ze in de lach. ”Heb je dit nu pas meegemaakt? Dan was je al die tijd nog maagd. Wij hebben dat allemaal al doorstaan, het hoort bij het leven in Rio!”, was hun reactie. Onder de mensen die ik in aanloop naar deze verkiezingen voor de documentaire ontmoette, laat een groot aantal zich, ondanks tegenslagen, armoede of geweld, niet uit het veld slaan. Ze gaan door, vol energie. Jonge meiden pakken kansen en weten zich te ontworstelen aan de klassenmaatschappij waarin voor hun moeders enkel een toekomst als huishoudster was weggelegd.

Bovendien, en dat maakt de mensen en het leven hier ook zo fascinerend: niets is wat het lijkt. Dat zag ik weer bij de ontmoetingen het afgelopen jaar. Een pastor van de conservatieve evangelisch-christelijke kerk was tegelijkertijd een innemende, humoristische en gepassioneerde echtgenoot. De bestverkopende makelaar uit de duurste wijk van Rio bleek een zwarte man uit Rocinha en in het kantoor van een politicus uit het kamp van Bolsonaro hing een foto van de Afro-Amerikaanse burgerrechtenactivist Martin Luther King. Om volop te kunnen genieten van deze stad, is het goed om oog te houden voor wat er om je heen gebeurt, te genieten in het moment, en de Nederlandse hokjesgeest los te laten. Er ligt in Rio een flinterdunne lijn tussen een gelukzalig gevoel en een trauma. Tussen schoonheid en strijd, liefde en pijn. Het kan allemaal naast elkaar bestaan. Hier raken ze elkaar praktisch aan, de jungle en de zee.

Onze vrouw in Rio, door Nina Jurna en regisseur Nicolette Bloemberg. Sinds vrijdag 6 september elke zondag om 20.15 uur op NPO2 of online op www.npostart.nl. 3 afleveringen van circa 45 min.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next